*

Haar handen laten Tamars arm los, zweven even boven de grond en knijpen dan in de stof van haar sjaloek. Tamar blijft Goeni’s naam herhalen. Wanhopig ziet ze de niet-begrijpende blik op Marta’s gezicht. Haar adem stokt. Dan zegt ze zacht: ‘Goeni is de zoon van Davied. Hij was net zo oud als Danieel toen de Arameeërs hem doodden. Tamar was erbij.’ De geschokte blik van Marta laat haar ineens beseffen dat ze het over zichzelf heeft, dat haar Goeni er echt niet meer is. Ik was er ook bij, schreeuwt haar binnenste. Met lede ogen ziet ze dat Marta haar armen om Tamar heen slaat en haar wiegt terwijl ze Goeni’s naam blijft herhalen. Weg moet ze. 

Varia

meer ‘Varia’

advertentie