Toch nog
Terwijl ik nog aan het profeteren was stierf Pelatja, de zoon van Benaja. Ik schreeuwde: ‘Ach HEER, mijn God …!’
Die Pelatja was één van de mensen die Ezechiël bij de tempelpoort had zien staan. Nee, deze groep was niet bezig met een of andere afgoderij. Ze hadden juist het oordeel over al die afgoderij overleefd, omdat ze er niet aan mee wilden doen. Pelatja dus ook niet. Hij was één van de leiders, hij kon nu het gelovige voortouw nemen in Jeruzalem.
Maar toch, deze veelbelovende leider valt ineens dood neer. Getroffen door Ezechiëls profetische oordeelswoorden …
Ezechiël schreeuwt van ontzetting. Zelfs als je gered bent van Gods toorn, ben je dus nog niet veilig voor Gods toorn!
Nee, niet als je het logisch vindt dat jij gered bent. Als je denkt dat God natuurlijk wel van jou houdt. Als je tienduizend redenen weet om niet echt voor Hem op de knieën..
Meld u aan voor onze nieuwsbrief en lees dit artikel gratis
Bij het aanmelden gaat u akkoord met onze privacyverklaring en de algemene voorwaarden .