Harry Kuitert - Uiteindelijk alleen

|beeld Dick Vos Interviews
|beeld Dick Vos

Hij werd in christelijk Nederland een begrip: Harry Kuitert, de man die het geloof schil voor schil afpelde tot hij niets overhield. Nu is hij negentig. 'Ik heb God gezocht. Maar niet gevonden.'

Harry Kuitert

Het was een lezing in een kerkzaaltje. Opeens stond er een man op die riep: Nu hoor ik de duivel spreken. Ad rem reageerde de spreker achter de katheder: U vergist zich, meneer, mijn naam is Kuitert. De anekdote is typerend. Wanneer Harry Kuitert een van zijn boeken schreef, niet zelden bestsellers, of ergens sprak, ontstond er reuring. Orthodox-gereformeerden zien de oorspronkelijk synodaal-gereformeerde Kuitert als de man die de fundamenten van het vertrouwde geloofsgoed sloopte. Anderzijds beschouwt een generatie (ex-)gereformeerden de emeritus hoogleraar ethiek als de man die hen verloste uit het gereformeerde keurslijf. Al meer dan veertig jaar woont Kuitert in zijn bescheiden twee-onder-een-kapwoning in een Amstelveense doorsneestraat. De man die opendoet, oogt breekbaar. In november werd hij negentig. Zijn gezicht is een landkaart van rimpels, plooien en groeven. Twee hoorapparaten ondersteunen het gehoor. Zijn gang de trap op is traag en onvast.

Kuitert is helder van geest. Soms kan hij zich een feit niet meer herinneren, of vraagt hij een vraag te herhalen. Na een uur komt het verzoek het gesprek te beëindigen. Hij is moe, heeft een bergje ouderdomskwalen en een pacemaker. Hij mist zijn vrouw Inga. Zij overleed oktober vorig jaar in een verpleeghuis, waar ze twee jaar geleden terechtkwam na een hersenbloeding. Het is niet altijd fantastisch om oud te zijn. Met zn tweeën is dat leuker. Alleen zijn is een telkens terugkerende last. Zijn vrouw was niet het eerste verlies dat hij te verwerken kreeg. In 1984 overleed hun 26-jarige dochter aan een hersenbloeding.

U zegt nu: dood is dood. Is het niet zwaar te weten dat u uw vrouw en uw dochter niet zult terugzien?

Nee, juist het christelijk geloof heeft het sterven moeilijk gemaakt, alleen al door de belijdenis dat door de zonde de dood in de wereld is gekomen. Terwijl iedere bioloog weet dat er geen leven bestaat zonder dood. Dat bestaat gewoonweg niet.

Bent u bang voor de dood?

Nee, de dood is vervelend, en maakt me soms somber. Maar ik aanvaard het als een lot dat ons mensen treft, zeker op mijn leeftijd. Daar moet je niet moeilijk over doen.

Stel dat u na uw dood erachter komt dat God toch een realiteit is?

Lachend: Dan heb ik pech gehad Laatst wandelde ik met iemand de straat uit naar het park. Hij zei bezorgd dat mij een treurig lot wachtte. Stel dat ik naar de hel zou gaan. Dat moet dan maar, zei ik. Het is voor mij geen gok, hoor. Er is geen leven na de dood. Ik werd niet verdrietig om die uitspraak. Het raakt mij niet.

ZOEKTOCHT

Zelf noemt Kuitert zijn theologiestudie eind jaren veertig aan de Vrije Universiteit het begin van een zoektocht waarin hij afscheid nam van steeds meer gereformeerde geloofszekerheden. Kuitert, geroemd om zijn vermogen taaie theologische kost helder op te schrijven, ontwikkelde in de jaren zeventig al zijn beroemde mantra: Alle spreken over boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van boven komt. De Bijbel is geen openbaring, maar in zijn ogen mensenwerk.

Toen hij in 1989 als hoogleraar ethiek met pensioen ging, pakte hij zijn oude liefde weer op, de dogmatiek. Het leverde een boek op dat, alleen al vanwege de titel, bij orthodoxe christenen veel stof deed opwaaien: Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Kuitert had toen al voor zichzelf afgerekend met een historische zondeval, een God die zichzelf openbaart en Jezus als zoon van God. Maar hij geloofde nog wel in Gods voorzienigheid, ook in het lijden. Vurig verdedigde hij Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus: alle dingen komen, niet door toeval, maar uit Gods Vaderhand.

Rond 2000 vond de definitieve wending plaats, door Kuitert verantwoord in zijn boek Over religie. Bestond God tot dat moment nog áchter al het menselijk zoeken en spreken, nu is God het product geworden van menselijke verbeelding, een uitvergroot mens. Onomwonden schreef hij: Ik reken af met de voorstelling van God als persoon, als een wezen dat voor zichzelf en op zichzelf bestaat en inzetbaar is op wens of gebed.

Als jonge gereformeerde predikant in het Zeeuwse Scharendijke maakte Kuitert van nabij de watersnoodramp van 1953 mee. Het zette hem aan het denken over Gods voorzienigheid, al nam hij er toen nog geen afscheid van. In 1962 promoveerde hij op een proefschrift over de mensvormigheid Gods. De manier waarop de Bijbel over God spreekt, ontdekte hij, is zeer menselijk.

Zat de uitkomst van uw theologie geloof is verbeelding al niet in uw proefschrift?

Ja, er staat in een notendop wat er later is uitgekomen. Ik was toen alleen niet wijs genoeg om dat te zien. Had ik maar die ene stap gezet, dat had veel tijd gescheeld. Mijn promotor Berkouwer heeft indertijd mijn conclusies afgezwakt, maar mijn proefschrift loopt er natuurlijk op uit dat God alleen in je hoofd bestaat. Dat durfde ik alleen nog niet te zeggen. Mijn theologie sindsdien kun je zien als één grote zoektocht naar God. Daarvoor gebruikte ik de term zoekontwerp. Die term heb ik zelf gemunt: niets ligt vast over God, ga op pad om Hem te ervaren. Het geloof gaat om meer dan een verstandelijke uiteenzetting over God en het leven, er wordt ook iets beleefd.

Had u God willen ervaren?

Nou, dat klinkt zo verheven. Ik had wel iets van een bevestiging willen zien van wat er in geloof over God wordt gezegd. Ik heb God oprecht gezocht, maar niet gevonden. Gelovige mensen zeiden tegen mij: ik heb zus of zo meegemaakt. Maar dat zegt niets. Ik heb ook eens een aardige mystieke ervaring gehad toen ik naar de Vrije Universiteit liep. Het regende. Raindrops keep fallin on my head. Maar wie zegt dat die ervaring van God kwam?

Hebt u met uw uitspraak alle spreken over boven komt van beneden niet bij voorbaat de deur naar boven dichtgedaan?

Zo heb ik dat nooit bedoeld en gevoeld. Juist het begrip zoekontwerp maakte dat er geen enkele deur dichtzat. Ik ging telkens eerlijk verder in mijn zoektocht naar God.

Maar moest uw zoektocht niet uitkomen bij God bestaat niet?

Gaandeweg zag ik hoe langer hoe duidelijker dat er eerst mensen waren, en toen pas religie. God is een cultuurproduct, daar kun je niet onderuit. Ik heb in mijn late dagen nog geleerd: een God die je denken te boven gaat, die denk je dus niet. Als je Hem wel denkt, is dat jouw gedachte. Ja maar, zult u zeggen: Hij kán wel van boven komen. Dat is een cirkelredenering, want je had dat zelf al bedacht.

Stelt u daar niet uw eigen gesloten redenering tegenover? Omdat alle spreken van beneden is, kán er niks meer van boven komen.

Wat van boven komt, kunnen wij nooit kennen. We kunnen niet vaststellen dat er een God is. Dan kunt u tegenwerpen: je kunt ook niet weten dat er geen God is. Jawel, want het zijn uw gedachten. God zit in uw hoofd en niet buiten uw hoofd, anders dacht u hem niet.

Maar God kan toch wel degelijk zowel in mijn hoofd als daarbuiten bestaan?

Die vraag hebt u al bij voorbaat beantwoord. U stelt dat God er is. Ik ben ervan doordrongen geraakt dat iedere gelovige zijn eigen religie maakt. Ik neem dat niemand kwalijk, maar noem het geen kennis of waarheid. Je gelooft omdat je het zelf wilt: of uit behoefte, of uit angst of uit eenzaamheid.

Voelt u zich eenzaam?

Nee, ik voel me wel in de steek gelaten door mijn opdrachtgever, de kerk. In haar opdracht onderzocht ik alle leerstukken, maar toen het uitliep op iets wat haar niet zinde, zag ze mij niet meer staan. In mijn ouderdom weet ik mij gesteund door mijn kinderen. Af en toe komen vrienden langs. Verder moet je het alleen klaren. Het is niet anders.

In welke zin heeft de kerk u laten zitten?

Ik heb het ervaren als een soort schervengericht. Dat begon al in de jaren zeventig bij synodevergaderingen. Ik werd niet benoemd in commissies, vanwege de moeite met mijn persoon. Ze sloten mij buiten. Daarom zag ik al snel in dat het niet haalbaar was om te solliciteren als hoogleraar dogmatiek aan de VU.

Ik heb nooit bedankt voor de kerk. Ik ben nog steeds lid van de protestantse gemeente, hier in Amstelveen. Ik ga niet meer op zondag. Die behoefte is weg. Wat meespeelt, is dat kerken blijven volhouden dat het geloof van boven komt. Daar redden ze het niet mee. Mijn laatste boek Kerk als constructiefout gaat daarover. Waarom vertellen ze niet eerlijk dat wij het geloof hebben bedacht?

Mensen reageerden soms heftig op u. Wat deed dat met u?

Veel uitspraken raakten me wel, maar ze waren niet krenkend dat is een groot verschil. Soms moest ik lachen. Een krant sprak over Lenin, Marx en Kuitert als de grote verleiders.

Eén keer ben ik echt gekrenkt. Dat was in de jaren negentig in uw krant, toen columnist Adrian Plass mij als moderne theoloog op een lijn zette met een pedofiel. Gelukkig heeft uw hoofdredacteur vele jaren later eerlijk en open zijn spijt betuigd. Zijn excuses hebben mij diep ontroerd.

Iemand zei eens in tranen: Door u ben ik mijn geloof kwijtgeraakt. U hebt mensen ook verdriet gedaan.

Dat vind ik vervelend. Maar ik heb vaak gezegd: ik neem niemand zijn geloof af. Je mag geloven wat je wilt, als je geloof maar niet uitgeeft voor kennis. Want dan val je in handen van mensen zoals ik die kennis controleren. Ik legde onjuiste redeneringen bloot. Prima dat u dit of dat gelooft, maar noem het geen feit.

Veel van uw leerlingen bent u tijdens uw zoektocht kwijtgeraakt. Wat doet dat u?

Ik ga niet over hun leven. Ik ben nooit een evangelist geweest van mijn eigen theologie. Ik heb nooit de behoefte gehad mensen te bekeren, of een bepaalde kant op te drijven. Ik heb mensen alleen willen helpen na te denken.

VERZET

Op zijn negentiende raakte Kuitert, midden in de Tweede Wereldoorlog, betrokken bij het Utrechtse verzet. Met een kleine club jongens hield hij in opdracht van het verzet wapens verborgen (stenguns en handgranaten met vierkantjes erop). Hij praat er liever niet over. Ik loop er niet mee te koop. Het was erg riskant. Dat wist je. Tegelijk was je nog zo onnozel als wat en daardoor dapper.

Opeens komt Kuitert met een ontboezeming: hij was in die jaren bijna vrijgemaakt-gereformeerd geworden. Enkele vrienden uit het verzet gingen mee met de Vrijmaking in 1944, de kerkelijke afscheidingsbeweging die leidde tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. De jonge Kuitert kwam over de vloer bij Kees Veenhof, later hoogleraar aan de vrijgemaakt-gereformeerde predikantenopleiding in Kampen (Broederweg). Hij had ook contact met de baggeraars van Van Oort. In die tijd vurige vrijgemaakten. Het nieuwe elan dat mannen-broeders als Klaas Schilder brachten, sprak hem aanvankelijk zeer aan. Alsof je opeens langs een andere straat het gereformeerde dorp binnenreed. Waarom hij uiteindelijk niet meeging? Thuis speelde het onderwerp niet. Maar veel had het niet gescheeld, geeft hij toe.

Er zijn mensen die bidden om uw behoud.

Dat moeten ze vooral doen. Ik aanvaard de oprechtheid van deze mensen. Ik geloof alleen niet dat het zin heeft. Maar begrijp me goed: ze moeten het bidden vooral niet nalaten.


van Scharendijke naar Amsterdam

Harminus Martinus Kuitert werd geboren op 11 november 1924 in Drachten. Na een studie theologie aan de Vrije Universiteit, was hij predikant in Scharendijke en daarna studentenpredikant in Amsterdam. In 1962 promoveerde hij op het proefschrift De mensvormigheid Gods. Van 1967 tot 1989 was hij hoogleraar ethiek en inleiding van de dogmatiek aan de VU. Hij schreef talloze boeken over de geloofsleer en ethische onderwerpen. Bekend werden onder meer Het algemeen betwijfeld christelijk geloof en Alles is politiek maar politiek is niet alles. In november 2014 verscheen zijn laatste boek: Kerk als constructiefout. Kuitert was getrouwd met Inga Westling. Ze kregen vier kinderen. Kuitert heeft vier kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?