Pater Frans? Angela Merkel? Malala Yousafzai? Wie van hen krijgt de Bonhoeffer-onderscheiding?

In februari verschijnt een glossy over Dietrich Bonhoeffer. Daarin wordt ook de Bonhoeffer-onderscheiding toegekend aan een persoon van deze tijd die mensen inspireert tot Godsvertrouwen, moed en daadkracht. U kunt uw stem uitbrengen via nd.nl/bonhoeffer

Er is een overeenkomst tussen Dietrich Bonhoeffer en Frans van der Lugt, de jezuïetenpater die bijna twee jaar geleden door Syrische rebellen werd vermoord. Bonhoeffer besloot in Duitsland te blijven toen de nazi’s christenen gingen vervolgen die zich tegen het bewind van Hitler verzetten.

Bonhoeffer liep ook gevaar gearresteerd te worden. In 1939 week hij uit naar de Verenigde Staten, om te ontkomen aan een oproep voor militaire dienst. Maar hij voelde zich er zo schuldig over, dat hij al gauw naar Duitsland terugkeerde.

Pater Frans van der Lugt bleef in Syrië toen daar een burgeroorlog uitbrak. Hij woonde op landgoed Al Ard (‘het land’) bij de Syrische stad Homs, waar hij onderdak bood aan veertig jonge mensen met een verstandelijke beperking die thuis geen verzorging kregen. Ze werkten in de wijngaard van het landgoed en verbouwden er groente.

Na het uitbreken van de burgeroorlog, in 2011, verhuisde Van der Lugt naar een jezuïetenklooster in een christelijke wijk in Homs. Hij bleef daar, ook al kwam het klooster in de vuurlinie te liggen. Van der Lugt bevond zich in het gebied van de rebellen, enkele honderden meters verder heerste het regeringsleger. De meeste inwoners van de stad ontvluchtten het oorlogsgeweld, alleen zieken, zwakken, ouderen en armlastigen bleven achter. Van de duizenden christenen die vroeger in Homs woonden, waren er nog 28 over.

Zij vonden steun bij pater Van der Lugt, die iedereen hielp, christen en moslim. In januari 2014 was de toestand zeer nijpend geworden. Er was gebrek aan voedsel en medicijnen. De mensen sneden het groen tussen de stoeptegels vandaan om ’s avonds in de soep te doen. Niettemin bleef Van der Lugt in Homs. ‘Ik blijf bij mijn mensen, ik ben de herder van mijn schapen’, zei hij.

Van der Lugt bracht het grootste deel van zijn leven in het Midden-Oosten door. In 1964 vertrok hij na een studie filosofie in Nijmegen naar Beiroet, de hoofdstad van Libanon, waar hij Arabisch ging studeren, om zich dienstbaar te kunnen maken voor de jezuïeten in het Midden-Oosten.

Van der Lugt was rooms-katholiek van huis uit. Hij werd geboren op 10 april 1938 in een voornaam katholiek gezin in Den Haag, waarvan de vader directeur van de Nederlandse Creditbank was. Frans (doopnamen: Franciscus Joseph Wilhelmus) was het tweede kind, er zouden er nog vier volgen, onder wie broer Godfried, die topman van de Postbank en de ING Groep werd en in 2011 moest opstappen als commissaris van de ING wegens ‘een privékwestie met de belastingdienst’.

Frans van der Lugt trad in 1959 toe tot de orde van de jezuïeten. Lange tijd hadden jezuïeten niet zo’n goede naam, omdat ze werden geassocieerd met vergaande bekeringsijver en een twijfelachtige moraal. Jezuïtisch was een synoniem van onoprecht en dubbelhartig. Tegelijk hebben de jezuïeten een lange traditie van zorg aan zieken en behoeftigen. Hun ijver en discipline zijn vermaard, evenals hun kritische zin: het is geen toeval dat paus Franciscus en Huub Oosterhuis tot de orde van de jezuïeten behoren.

Frans van der Lugt werd in 1971 na een theologische studie tot jezuïetenpriester gewijd. Vijf jaar later vertrok hij als gepromoveerd psycholoog naar Syrië, waar hij tot zijn gewelddadige dood in april 2014 zou werken, eerst in Aleppo en Damascus, vanaf 1993 in Homs. Kort na het begin van de burgeroorlog vertelde hij op een Belgische blog,dewereldmorgen.be, over zijn werk in Homs. Op het landgoed Al Ard konden moslims en christenen mediteren, er was een keramiekwerkplaats voor gehandicapte kinderen, uit de wijngaard kwamen jaarlijks vijftigduizend flessen wijn, er waren sportvelden en een motel voor veertig gasten. Elke donderdag en vrijdag ontving Van der Lugt tientallen jongeren uit heel Syrië.

In zijn blog schreef Van der Lugt dat hij weinig van de rebellen verwachtte. Ze vormden geen eenheid, brachten de democratie niet naderbij en gingen wreed en gewelddadig te werk. In Homs was ‘een ware oorlog tussen twee goed gewapende partijen’ aan de gang.

In 2011 verhuisde Van der Lugt naar een jezuïetenklooster in de christelijke wijk Bustan al-Diwan in Homs, waar hij zijn laatste, moeilijke jaren doorbracht om de noodlijdende achterblijvers te helpen. Lange tijd hoorde men niets van hem, tot hij zich in januari 2014 met een videoboodschap tot de wereld richtte. Zijn gelaat was mager, bleek en geel.

Op maandagmorgen 7 april 2014 werd hij door gemaskerde mannen uit zijn woning gehaald. Zij schoten hem twee kogels door het hoofd. Hun namen bleven onbekend, hun motieven duister. De dood van Van der Lugt maakte diepe indruk. Een goede vriend van hem, pater Ziad Hilal, wist waarom: ‘Zijn leven én dood zijn waarlijk een teken van de liefde van God zelf. Pater Frans leefde de liefde werkelijk tot het uiterste.’