*

Grapperhaus moet de situatie bij de Belastingdienst en bij de Haagse politie hoog opnemen

Van de week reed ik met mijn neef naar de vuilnisbelt. De aanhanger lag vol met hout, puin en overbodig geworden meubilair. Bij de vuilnisbelt bleek dat wij niet de enigen zijn die het huis opruimen. Dankzij corona scheppen meer mensen orde in de kleine chaos van hun leven. Voor ons in de file op weg naar het sorteercentrum stond een aanhanger met een in de gauwigheid geschreven nummerbord. Wit karton, rode letters en cijfers. Een klein getuigenis van oprechte burgerzin: als ik door rood rijd, wil ik niet dat mijn zwager de bekeuring krijgt. Ik, zoon van een politieman, sprak mijn bevreemding uit over deze actie van onze voorganger. Als de politie dit ziet, loopt hij een dikke kans op een bekeuring. Iedereen ziet dit. Het valt teveel op. Ik acht de kans klein dat een agent door heeft dat het nummerbord op een kar anders is dan het nummerbord op de auto. Dat valt veel minder op. Mijn neef gaf aan dat hij het zelf ook gedaan zou hebben. Je mag hopen op wat tolerantie van de politie in zo’n situatie. Je laat zien dat je intentie goed is.

Opinie

meer ‘Opinie’

advertentie