Luister naar

Opinie: Bespreek verveling en vermoeidheid in de kerk

Nieuws
Wie in een gemeente meeleeft en soms ook iets van de eigen ziel weet, kent er iets van: de vreemde murwheid en uitgeblustheid die je soms ineens kan overvallen. Het is mijn ervaring dat onder predikanten en toegewijde gemeenteleden een diepe vermoeidheid de ziel overvalt.
Kees van Ekris verbonden aan het centrum voor contextuele missionaire prediking Areopagus (IZB)
vrijdag 23 september 2016 om 17:21
Meer bidden, vuriger spreken, een extra portie discipline. Het werkt even. En opeens knapt er iets. Het kan de vermoeide ziel niet meer oppeppen.
Meer bidden, vuriger spreken, een extra portie discipline. Het werkt even. En opeens knapt er iets. Het kan de vermoeide ziel niet meer oppeppen. vidiphoto

‘De twijfel zit bij veel gelovige tijdgenoten maar net onder de oppervlakte. En zodra ze de kop opsteekt, blijkt ze veel dieper geworteld dan men zelf vermoedde.’ Twee predikanten, Paul Visser (Amsterdam) en Kees van Ekris (Zeist), roepen op tot een grondige bezinning op de innerlijke secularisatie waaraan ze veel kerkgangers ten prooi zien vallen. Vaker dan hun lief is, ontmoeten ze in het pastoraat vermoeide zielen, die het geloof eigenlijk beu zijn. Dat plotselinge ‘leeglopen van het geloof’ gebeurt niet aan de rand, maar midden onder jarenlang toegewijde gelovigen. Een indringend pleidooi in twee afleveringen. Paul Visser begon vrijdag met een bijdrage over hoe de geloofsstrijd is verdwenen. Vandaag schrijft Kees van Ekris over de verveling die de ziel van de gelovige belaagt.

Tien jaar geleden schreef de Rotterdamse filosoof Awee Prins zijn grote boek over de verveling. Prins noemde dat een ‘grondstemming in onze cultuur’. Verveling benoemde hij allereerst als het verlies van een bezield verband, verlies van een besef van oorsprong en bestemming. Met het verdwijnen van het christendom komt een nieuwe verveling opzetten in onze cultuur. Als de ‘ziel’ immers uit het leven verdwijnt, moet het leven ergens anders om gaan draaien. Dat wat wij kunnen kopen, voelen en maken wordt daarmee van groot belang. Het moet vervulling geven, het moet het geloof compenseren dat verloren ging. Maar de ziel, zegt Prins, kan niet leven van brood, spelen en lichamelijk genieten. Op den duur verveelt ze zich ermee. En die verveling maakt de ziel onaanraakbaar.

murwheid

Een vorm van verveling belaagt ook de christelijke gemeente van vandaag. Wie in een gemeente meeleeft en soms ook iets van de eigen ziel weet, kent er iets van: De vreemde murwheid en uitgeblustheid die je soms ineens kan overvallen. De sleetsheid in het geestelijke leven. Je verlangt naar God, heel diep, maar zoveel slaat dat verlangen steeds dood. Verveling heeft iets te maken met ontworteling en ondervoeding, met voedsel dat de ziel niet voedt. Enerzijds wordt de verveling gevoed door slappe theologie. ‘God zorgt voor je en is altijd bij je’, en ‘doe jij vooral je best’. Maar in onze apocalyptische tijd waarin alles je uit handen geslagen wordt, red je het niet met een – vergeef me de term – kindernevendienst-theologie van ‘Jij bent al oké, en het gaat alleen nog maar mooier worden’. Dat is geen theologie, dat is legitimatie van narcisme.

gehad met met de kerk

Anderzijds is er de verveling die het helemaal gehad heeft met de kerk. Met de interne ruzies, het gedoe en de kinnesinne. Met de grote waarheidsclaims, gedaan door kleine zielen. Met krantenstukjesschrijvers die op hoge poten weer een onwaarheid hebben ontdekt, natuurlijk altijd in een ander, en in felle polemieken losgaan. Misschien is het ook de vermoeidheid met religie überhaupt, met die continue al te menselijke pogingen om op je tenen te lopen en de Naam van God op je eigen billboard te verven of te proclameren in je eigen conferentietje.

De diepere zielen weten dat onder dit alles de moeite zit van het wachten op God, van het gemis van zijn levende aanwezigheid, moe van onverhoorde gebeden, clichés en dode taal.

Het is mijn ervaring dat onder predikanten en toegewijde gemeenteleden een diepe vermoeidheid de ziel belaagt. Jarenlang is innerlijke twijfel bevochten, is steeds weer iets gezocht om de vermoeide ziel op te peppen. Meer bidden, vuriger spreken, een extra portie discipline. Het werkt even. En opeens knapt er iets. Dit is overigens niet gebonden aan leeftijd. Ook jonge mensen, meestal komend uit bevoorrechte christelijke omgevingen, voelen plotseling het geloof verdampen in de confrontatie met de hedendaagse cultuur. In de uitgestelde confrontatie met nihilisme, consumentisme en de verveling blijken ze weerloos te zijn, te grabbel voor de machten van onze cultuur. Een cultuur is niet alleen ontworteld, de kerk is het ook.

Ik geef mijn interpretatie voor een betere, maar vaak denk ik: de druk is te groot. De druk op kerk-zijn om die sluwe atmosfeer van verveling te doorbreken en te overwinnen. De druk op de beleving, om een levende christen te zijn die bijna in z’n eentje deze sferen moet kunnen weerstaan. De druk op de discipline, om zelf een standvastig getuige te zijn in dode tijden. De druk op de preek en de

prediker om vrolijk en bevlogen, diepzinnig en praktisch de crisis tegen te moeten spreken. We begrijpen de theologie die deze druk intensiveert: meer discipline, meer beleving, meer kekke christenen. We begrijpen het omdat het kameraden zijn in hetzelfde gevecht tegen die verveling. Maar ons bange vermoeden is dat ‘meer’ uiteindelijk tot een grotere ongevoeligheid leidt. Meer ‘kick’ werkt misschien op korte termijn, maar gaandeweg is steeds meer ‘kick’ nodig om dezelfde mensen nog te raken. En de ongevoeligheid die daardoor op den duur ontstaat, kan door geen mens meer doorbroken worden. De nadruk op de beleving kweekt een nieuwe generatie van onbereikbaren.

De wrange situatie doet zich voor dat alle pogingen om de verveling in de kerk op een al te menselijke wijze het hoofd te bieden (meer entertainment, sterker accent op keuzes, discipline, waarheid) het probleem eerder vergroten dan verkleinen. Nog meer vermoeidheid en verdoving zijn het gevolg. Het zijn de strategieën van ‘meer’ die de vermoeide ziel niet helpen, maar pijnigen.

We hebben deze aanvechting van de vermoeidheid niet als zwakte te zien, maar als geestelijke adel. Het zijn de Godzoekers die erover spreken, zij die door de seizoenen van het geloof heengetrokken zijn. Zij stellen die vraag.

geen programma alstublieft

Hoe bieden we deze situatie het hoofd? Geen ‘programma’ alstublieft. Wie in eenduidige programma’s gelooft, begrijpt weinig van deze crisis. Als we nu eens beginnen met reformatorische zelfkritiek. Dat is een waardig en zelfbewust uitgangspunt voor het Luther-jaar. De reformatorische waarheidszin heeft tot eindeloze breuken in de kerk geleid. De ziel raakt opgejaagd in dit repeterende breken en misschien wel murw. Het is tijd om de ene kerk terug te vinden als ruimte voor allerlei zielen. Wat zou het een adembenemende geloofsgreep zijn van de Heilige Geest wanneer Hij dat in onze generatie geven zou: te midden van het volk waar wij van houden, één huis voor de ziel.

vreugde om verkiezing

Misschien dat we, tegenstrijdig genoeg, daarnaast iets van de Entdeckersfreude uit de Reformatie kunnen hervinden, mee kunnen nemen die ene kerk in: de vreugde om de verkiezing. Als de ziel iets nodig heeft vandaag, is het een theologie die de twijfel aankan en de aanvechting, de zonde en de wanhoop. Het leerstuk in de kerk dat daartoe in staat is, is de verkiezing. Niet als retro-theologie, maar als een hervinden van een medicijn waar onze vaderen vrijheid in vonden, en wij opnieuw. Het is een hernieuwd ontzag voor het spreken van God, voor het onomkeerbare en definitieve van Gods ja. Het is een geloofstaal die ons ook opnieuw verbindt met Israël, dat leeft van eenzelfde verkiezing. In deze theologie komt een nieuw ontzag mee voor de souvereiniteit Gods. Hij braucht uns nicht (Esther Maria Magnis), Hij is niets aan ons verplicht, zelfs geen antwoorden. Maar als Hij voorbijgaat, trekt Hij velen om mee te gaan. Paradoxaal genoeg komt er juist zo een gezonde spanning in het geloofsleven.

Het zou heel goed kunnen dat op de bodem van de vermoeide ziel deze vraag de diepste is: Raak ik Hem kwijt? Wat als ik mijn kind verlies aan deze wereld? Wat als ik zelf niet niet meer wil of kan? Het is een voorrecht voor theologie en prediking om die vraag te erkennen, zelfs te beminnen, als de vraag van de aangevochten ziel. Niet om er in te blijven hangen, maar om die uit te spreken en te bespreken. In de kerkenraad, in de onderlinge ontmoetingen binnen de gemeente. En in de binnenkamer. Met urgentie, omdat er zoveel op het spel staat.<

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Origineel zijn goden met een eigen specialiteit niet

Op een tentoonstelling in Assen over de verwoeste Romeinse steden Pompeï en Herculaneum realiseert theoloog Dolf te Velde zich dat de fascinerende wereld van zoveel goden ook iets heel voorspelbaars en deprimerends heeft.

Afbeelding

Waddenzee rechten geven? Minister Van der Wal gooit het idee met twijfelachtige argumenten overboord

De Waddenzee zou volgens Laura Burgers beter beschermd zijn door haar erkenning te geven als zelfstandige rechtspersoonlijkheid. In onder andere Spanje, Oeganda en Ecuador blijkt dat het helpt.

Afbeelding

De herdenking van de Watersnoodramp in 1953 is een uitgelezen moment om te leren van de geschiedenis

De herdenking van de Watersnoodramp is een goed moment om te leren van de geschiedenis, schrijft Lotte Jensen, auteur van Wij en het water. We hebben niet alleen een alerte overheid nodig. Burgens zijn zelf ook aan zet.

Afbeelding

Zijn mensen bang voor een nieuwe watersnoodramp? 'Ik denk niet dat het helemaal te voorkomen is'

Zeventig jaar geleden vond de Watersnoodramp plaats. Door klimaatverandering het aantal overstromingen alleen maar toe. Moeten we bang zijn voor een nieuwe watersnoodramp?

Afbeelding

De twijfelachtige erfenis van Charles Darwins racisme, dat benoemd moet worden in de geschiedenisboeken

Darwin wordt geprezen als de geniale grondlegger van de moderne biologie. Het zou echter passender zijn om naar hem te verwijzen als de notoire aanstichter van het wetenschappelijk racisme, vindt Ard Jan Biemond.

Afbeelding

Nederland is slecht in het oprichten van succesvolle start-ups. Hoe komt dat?

Iets nieuws bedenken, lukt Nederlandse ondernemers wel. Om er zakelijk een succes van te maken is veel moeilijker, merkt Peter de Waard. Dat bewijst nu ook Lightyear.