Luister naar

Essay: Mijn kloosterroeping

Nieuws
‘Ik weet het nog niet, misschien wil ik ook wel monnik worden.’
Rick Timmermans
donderdag 4 juni 2015 om 19:00

Mijn vriendin liep geruisloos naast me en keek naar de mensen die tegen de helling van de Posbank achter hun kinderen aanrenden. Het was een zonnige voorjaarsdag, daar op de Veluwe. We hadden nog geen twee maanden verkering.

Ik was een paar weken daarvoor in Taizé geweest en had een jaar eerder een bezoek gebracht aan de cisterciënzers in Diepenveen. Plekken waar broeders samenleven en in bidden hun levenstaak zien. Niet dat ik zoveel hield van bidden, maar de ernst die zij maakten van het leven met God liet een afdruk in mij achter waaruit een hernieuwd verlangen naar God groeide. Maar wat ik met dat verlangen aan moest, daarvan had ik geen idee. Het enige wat ik ervan wist, was dat het verlangen een antwoord kon krijgen in het klooster. Ik ben afkomstig uit een vrijgemaakt-gereformeerd nest, maar ben al jaren niet meer met dat soort labels bezig.

Ik ervoer een roeping, denk ik nu. Niet per se van een goddelijk moeten. Van: er is slechts één levensweg voor jou, het klooster, en alle andere wegen lopen dood. Het was subtieler. Ik denk niet dat ik monnik moest worden, maar het verlangen naar God en naar leven in een biddende gemeenschap was er niet voor niets.

Het is geen makkelijk verlangen, in de zin van de weg van de minste weerstand. In de vijf jaar dat ik freelancer ben, heb ik vaak de vraag gekregen waar ik het allemaal van doe. Of werken met in de toekomst allemaal onduidelijkheden me niet bang maakt. Of ik niet meer zekerheid zou willen. Intuïtief voelde ik toen al aan dat een al te gemakkelijk leven, met voldoende geld en werk, de doodsteek zou zijn voor een evenwichtig leven met God. Ik zou het met materiële zekerheden veel moeilijker vinden om niet alleen op mezelf te leunen.

Dat heeft te maken met het verlangen dat de broeders van Taizé en de monniken in mij aanwakkerden. Ik moest innerlijk en uiterlijk vrij zijn om de weg van het leven in een gemeenschap open te laten. Het kopen van een huis, bijvoorbeeld, had die vrijheid ernstig geweld aangedaan. Ik moest mijn leven leeg laten, zodat God in mij een eenvoudig te leiden volgeling zou aantreffen. Ik wilde kunnen blijven zeggen: doet U wat goed is, ik kan alle kanten op.

Begin 2015 ging ik met mijn vrouw – de vriendin van toen – naar Frankrijk om drie maanden in een klooster te wonen. Abbaye Notre-Dame-des-Dombes is een huis van de katholieke gemeenschap Chemin Neuf. Er wonen ongeveer zestig mensen. Niet alleen broeders of zusters, maar mannen en vrouwen, celibatair of getrouwd, met of zonder kinderen. We gingen ernaartoe om ons gedeelde verlangen naar hun manier van leven te beproeven.

We kenden Chemin Neuf van het klooster dat ze in Oosterhout bewonen. Toen ze er een jaar of drie zaten, schreef ik er een artikel over. Wat mij trof was hun diepe geloof in God, de mix van broeders en zusters en een liturgisch leven dat niet al te streng was, maar waarin drie keer per dag de weg voor God geplaveid werd. In de jaren erna kwam de vraag bovendrijven: is dit een gemeenschap waar wij kunnen wonen?

Met die vraag gingen we naar Frankrijk waar we drie maanden beleefden van zuivere eenvoud, veel tijd voor elkaar, fysieke arbeid en een vreugdevol samenzijn met de andere bewoners. We werkten in de keuken, de kaasmakerij, de wasserette, de tuin en als klusjesman. In de ochtend een paar uur en in de middag een paar uur. De onderbrekingen waren er voor het gebed en de gezamenlijke maaltijd.

Het was gezellig, het samenzijn met mensen uit verschillende culturen deed ons goed, maar op een dieper niveau gebeurde er meer. Wij waren er maar voor drie maanden, veel van de mensen om ons heen hadden besloten hun hele leven op deze manier aan elkaar te geven. De radicaliteit daarvan gaf een bepaalde diepgang aan de vreugde. Het is niet vanzelfsprekend dat mensen naast elkaar kunnen leven, maar hier lukte het, ondanks grote culturele verschillen.

Hoewel succes niet gegarandeerd is – daarvoor zijn er te veel verhalen die het tegendeel bewijzen – is volgens mij een belangrijk deel van het welslagen van deze gemeenschap te danken aan de stilte van het persoonlijk gebed en de tijden van gemeenschappelijk gebed. Vredig samenleven houd je vol als je regelmatig kunt terugkeren naar de gedachten: ik leef niet voor mezelf, ik ben hier niet voor mezelf, God heeft mij geroepen, ik mag nederig zijn.

Dat het dagritme ruimte geeft aan reflectie en gebed in stilte, is een feest. Maar die stiltes zijn ook spannend. Toen ik weinig tijd nam voor gebed en mijn geloofsleven afhing van de preken op zondag en hier en daar een interessant boek, vond ik geloven niet zo moeilijk. Maar het pad met God werd glibberig toen ik mezelf dagelijks een uur of meer voor hem opende. Ik ging mediteren met enkele verzen uit het evangelie en in de stilte die erop volgde, wachtte ik tot Jezus me tegemoet kwam.

De diepste ervaring die ik opdeed in de drie maanden dat wij in het klooster woonden, is dat God in de stilte uiterst geduldig kan zijn. Dat stilte echt stil kan zijn. Het spannende was de ontdekking dat de beelden die ik van God had – van een liefdevolle vader bijvoorbeeld, die er altijd is – uiteindelijk niet meer dan beelden waren. Dat ik dacht te weten wie God was, werd me ontnomen, en God had weinig haast de ontstane leegte concreet in te vullen.

Het zwijgen van God ontnam me de overtuiging dat ik wist wie God was. Een rijke illusie werd mij ontnomen en God liet de ontstane leegte eerst maar eens voor wat ze was. God is er maar Hij is verborgen, ontdekte ik uiteindelijk. Dat maakt van leven met God iets raars. Je probeert dagelijks naar Hem toe te gaan, maar wie Hij werkelijk is, blijft een mysterie. Toch bleef ik doorgaan mezelf te openen voor deze God. En wilde ik gevonden worden door Hem, omdat ik weet dat Hij te vertrouwen is.

Als ik nadenk over het waarom van dat willen doorgaan, tref in mijn hart grofweg twee geluidssporen aan. Het ene zegt mij: jij weet niet wie God is, jij weet niet hoe je moet bidden, jij weet niet waarom je ermee doorgaat. Parallel daaraan loopt het spoor dat mij influistert: maar God is er, dat heb je eerder ervaren en er gebeurt echt wel iets wanneer jij bidt. Samen voeden ze de ups en downs van mijn ‘geestelijk leven’.

Het eerste spoor beschouw ik overigens niet als vijandig. Ik heb gemerkt dat de stem die mij zegt: jij weet niet wie God is, een stem is die ik graag hoor. Ik word namelijk maar al te gemakkelijk bang voor God, of ik vind Hem saai, of ik ga denken dat Hij een incompetente oude man is die het met zijn schepping niet allemaal meer op een rijtje heeft. Niets bevrijdt dan meer dan die woorden: Rick, jij weet helemaal niet wie God is.

Maar het tweede spoor vind ik fascinerender. Ooit is het geloof in mij gevaren dat God aanwezig is, dat Hij te vertrouwen is, dat Hij mij tegemoet treedt en open staat voor mij. God trekt aan mij en dat is de reden dat ik naar Hem blijf zoeken. Dat moet niet in een klooster, maar het klooster helpt wel.

En ik heb hulp nodig. Het verlangen dat ooit in mij is gegroeid, naar een leven in het klooster, is gestoeld op de ervaring dat ik geroepen ben Gods liefde te beantwoorden met mijn leven, maar dat ik dat alleen niet red. Ik weet niet waar, na deze drie maanden in het klooster, onze weg verder heen zal leiden. Ik ben daar nog niet uit. Ik weet wel dat ik mensen nodig heb die dag in dag uit naast mij staan en ik naast hen – in de koorbanken, tijdens het werken in de tuin en het koken van de maaltijden – zodat ik er doorlopend aan herinnerd word dat het hele leven van God komt en naar hem wederkeert en dat er niets mooiers is dan in die beweging gaan staan.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

De vrijheid verdedigen door die te beperken? De (voorspelbare) effecten van een koranverbranding

Het is duidelijk dat koranverbrandingen niet slechts tegen een boek gericht zijn, maar dat er ook naar moslims zelf een in wezen vijandig signaal uitgaat, signaleert Joas Wagemakers.

Afbeelding

Zonder kerkdienst zul je nooit werkelijk beseffen wat genade is, dat ontvang je alleen in gezamenlijke dank

Waarom ga je naar de kerk? Kun je geloven buiten de kerk? De discussie is er opnieuw, maar dominee Wim van der Schee stelt liever het uitgangspunt van 'eerst is er de gelovige, dan is er de kerkdienst' ter discussie.

Afbeelding

In Disneyfilms zitten steeds meer 'woke' invullingen. Zou Disney zijn eigen studio's nog herkennen?

Op 27 januari barst het jaar lange eeuwfeest los van de Walt Disney Studio’s. Maar zijn de oorspronkelijke waarden van Disney nog wel terug te vinden in het huidige megabedrijf?

Afbeelding

Wat hebben Philips en het CDA gemeen? Succesvolle afsplitsingen en moeilijke tijden

Het CDA en Philips zitten in zwaar weer, terwijl hun afsplitsingen een succes zijn. 'Is er nog hoop voor het CDA?', vraagt Frank van den Heuvel zich af.

Afbeelding

Oekraïne, hoe erger te voorkomen? We staan voor lastige vragen, over de eigen vrijheid en die van hen

Dit is de kernvraag, vindt Aad Kamsteeg: hoe kunnen het belang van de vrije wereld en de vrijheid van Oekraïense burgers worden beschermd zonder escalatie naar omstandigheden die veel erger zijn dan een compromis?

Afbeelding

De overheid kan er weer niet om heen, de waarde van grond voor woningbouw ligt te hoog

Het Rijk stopt miljarden in woningbouwprojecten, terwijl de huizenprijzen - en dus opbrengsten voor projectontwikkelaars - historisch hoog zijn. Te dure grond zit nieuwbouw in de weg, stelt expert Erwin van der Krabben.