Luister naar

Essay: Ik heb een tattoo laten zetten

Nieuws
Daniël Gillissen
donderdag 27 september 2018 om 10:56
Essay: Ik heb een tattoo laten zetten
Essay: Ik heb een tattoo laten zetten

‘Wat? Heb jij een tattoo? Laat ’ns voelen.’ Drie dagen nadat ik een kruis op de binnenkant van mijn linkerpols heb laten zetten, liet mijn zus als eerste haar vinger erover glijden. Een paar dagen ­later had een collega dezelfde neiging. ‘Nee, echt ­geloof me. De tattoo is echt.’

Mijn huid glom van de zalf die ik moest aanbrengen voor goed herstel. Ik snapte dus de gedachte dat ik een plakplaatje had aangebracht. En hoewel tatoeages tegenwoordig eerder aan zelfverzekerd, ambitieus en sociaal worden gekoppeld dan aan grof of asociaal, ben ik misschien niet het prototype mens bij wie je een tatoeage verwacht.

Het aantal tatoeages in Nederland groeit, maar ik bevind mij in een vrijwel tattooloze omgeving. Hoe kom ik dan tot zo’n keuze? De gedachte kwam op zonder dat ik exact kan aangeven waardoor. Ik liep met mijn vrouw ’s avonds een rondje, wees naar mijn pols en zei: ‘Zal ik hier een kruis zetten? Een kleine, strak zonder poespas’. Ik voelde meteen dat dit meer dan een opwelling was. Het kwam voort uit een verlangen een statement te maken naar mijzelf; iets definitiefs om mijn geloof houvast te geven.

Ik heb iets met het kruissymbool. In mijn opvoeding kreeg ik mee dat een kruis, kaal of met corpus, een rooms-katholieke uiting was en daar moesten wij ­reformatorischen verre van blijven. Ik snapte dat niet en gaandeweg de jaren werd het kruis juist een steeds belangrijker symbool voor mij. De opa van mijn vaders kant – hij overleed toen ik elf was – knutselde kunstwerkjes van metaal of kunststof. Een daarvan was een gebogen stuk dik ijzerdraad met drie kruisjes erop gesoldeerd dat op een prominente plek in hun appartement hing. Simpel, maar zo doeltreffend. Inmiddels heeft het tafereel al jaren een plek boven de deur in onze woonkamer.

Voor mijn geloofsbeleving zijn symbolen en rituelen belangrijk. Met name die door de kerk van alle eeuwen de tijd hebben doorstaan. Het ‘Genade zij u en vrede van Hem’ aan het begin van een dienst of het ‘Ga heen in de vrede van Christus’ aan het einde raken mijn hart. Het kruis, een universeel symbool voor christenen dat de eeuwen verduurt, staat boven dat alles. In de loop der jaren kocht ik op rommelmarkten enkele kruisen. Twee exemplaren liggen op mijn werkbureau. Ik houd van kerken met een groot kruis aan de wand en de ­keuze van een collega om een kruisje te slaan voor het eten (Essay: Dank U voor dit eten, amen), sprak mij aan.

Het kruis geeft mij rust en vertrouwen, troost en houvast. En het schuurt. ‘Het is een martelwerktuig en executiemiddel’, zei mijn vrouw. Het kruis laat de rauwe realiteit van de dood zien, maar protesteert daar tegelijkertijd tegen. Het verwijst ook naar het licht aan de horizon. Dát symbool tatoeëren brengt voor mij hét licht dichtbij.

Nadat ik het idee van een tatoeage voor het eerst had uitgesproken, sluimerde het maandenlang in mijn gedachten. Tot mijn veertigste verjaardag naderde. Mijn vrouw zei: ‘Ik wil je een cadeautje geven. Als je dit echt wilt, moet je het niet langer voor je uitschuiven.’

Nu werd het serieus. Waarom wilde ik dit? Ik schreef het op:

Ik heb een kruis op mijn arm, omdat het kruis een symbool is dat mij al lang na aan het hart ligt. Het geeft troost, schuurt en geeft houvast. In mijn geloof als christen heb ik symbolen en rituelen nodig – en het kruis is daarvan de belangrijkste. Het kruis staat voor rust en verlossing door Jezus en dwingt mij tot keuzes. Het kruis als tatoeage zet daar nog meer klem op.

Na wat schaven kon ik uit de voeten met deze verwoording, maar wilde ik echt een tatoeage? Dat is nogal definitief. En wat gaat “iedereen” ervan zeggen? Mijn deels reformatorische (schoon)familie zal het vast niet goed begrijpen. Past een tattoo bij mijn functie? Het voelde kwetsbaar. Ik zat niet te wachten op een harde afkeuring van mijn existentiële keuze. Ik sprak erover met enkele vrienden. Bij een collega checkte ik of ik iets over het hoofd zag. En onze kinderen vertelden we wat ik zou gaan doen.

Voor mijzelf bouwde ik een aantal veiligheidschecks in. Een daarvan was dat ik een tatoeëerder moest vinden die mijn tattoo niet als het zoveelste kunstje zag, maar aan wie ik merkte dat ik werd begrepen. Natuurlijk is het voor een tatoeëerder gewoon werk, maar voor mij is het zetten onderdeel van een proces. Een reguliere shop in mijn woonplaats bevestigde al mijn vooroordelen. Vol getatoeëerde medewerkers, een nonchalante sfeer, lopendebandwerk. Ik zocht verder en stuitte op een interview met een zelfstandige tatoeëerder in de buurt met een goed verhaal. Hoe zij over haar vak praatte, raakte mij. Ik had mijn tatoeëerder gevonden.

De tweede veiligheidscheck was mijn onrustmeter. Als ik erg onrustig zou worden, was het zetten van een tatoeage geen goed idee. Ik merkte het tegenovergestelde. Als ik naar mijn linkerpols keek, verlangde ik ernaar dat het kruis er zou staan. De zondag voordat ik de tattoo liet zetten, ging de preek over Prediker 4 vers 6: beter een handvol rust dan twee vuisten vol arbeid. Het slot kwam neer op: ‘Jezus zegt: ik ben de rust die je zoekt.’ Een bekend refrein, maar voor mij op dat moment waardevol. Het kruis heeft voor mij alles met die rust te maken. Ik ben een druk persoon en mijn leven is met een verantwoordelijke baan en groot gezin nogal onrustig. Ik heb een teken nodig dat mijn onrust tot bedaren brengt. Het komt mooi uit dat ik links mijn onruststoker eerste klas vasthoudt: mijn telefoon.

De tatoeëerder tekende op beide polsen een kruis. Ik keek in de spiegel. ‘Weet je zeker dat je de juiste keuze heb gemaakt?’, vroeg ze. Met de armen naar beneden staat het kruis op z’n kop. Een mens houdt zijn armen vaak zo, benadrukte ze. Ik had daarover uitgebreid nagedacht. Het kruis moet voor mezelf op de juiste manier zichtbaar zijn. Het is een teken voor mij en pas in de tweede plaats voor anderen.

Anderhalve week eerder had ik ds. Mirjam Kollenstaart als ervaringsdeskundige gevraagd. Zij heeft op dezelfde plek een kruis op haar pols als ik voor ogen heb. ‘Ik heb de tattoo in de eerste plaats voor mezelf, dus ik heb er ook geen probleem mee als het dan voor de ander op z’n kop staat’, vertelde ze. ‘Heel vaak wordt mij gevraagd of ze m’n tattoo beter mogen bekijken en als je ’m dan laat zien, ziet de ander ’m ook weer goed.’ Mijn besluit stond vast. Ik wilde het kruis precies zo zetten als ik een jaar geleden had bedacht.

Thuisgekomen reageerden de kinderen enthousiast. Zoon (12) bleek zich een veel groter kruis te hebben voorgesteld. ‘Dit vind ik wel mooi.’ Dochter (6) vroeg: ‘Wat doe je als je ’m niet meer mooi vindt?’

Mijn (schoon)familie liet ik op feestjes mijn tatoeage zien. Er volgen nauwelijks vervelende reacties. ‘Als het voor jou belangrijk is ...’, ‘Je kunt mindere tattoo’s zetten’. De een noemde het gaaf en gedurfd, de ander een beetje achterlijk. Af en toe klonk de vraag ‘Waarom?’

Op de opmerking dat de Bijbel tatoeages verbiedt – Leviticus 19 vers 28 – was ik voorbereid. Ik herdenk immers geen dode, maar een levende. En ik grapte tegen de baardloze zwager dat je beter iets kunt toevoegen dan iets verwijderen dat er van nature zit – een verwijzing naar vers 27.

Bij collega’s viel mijn tattoo al snel op. Twee vertelden dat ze er ook over denken. Eentje had zelfs al een afbeelding op een foto van zijn pols geshopt. Een andere riep spontaan: ‘Wauw wat mooi! Ik heb niet veel met tatoeages, maar deze vind ik wel wijs.’

Onze dochter merkte een paar weken geleden op – indachtig haar dinotattoos die het meestal niet langer dan 24 uur uithouden: ‘Zit dat kruis er nog steeds? Dat is lang!’ Ja, ik kan niet meer van dit teken van Jezus’ verlossing af. Ik houd het kruis niet vast, maar het kruis, Jezus, houdt mij vast.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Voor een gezellige kerk kom ik mijn bed niet uit, want ik heb het thuis al reuzegezellig

Een gezellige kerk voegt zich naadloos in in onze consumptiemaatschappij. Jezus vraagt om keuzes die daar haaks op staan. Een gezellige kerk maakt het ons makkelijk. Jezus maakt het ons moeilijk, schrijft Sam Janse.

Afbeelding

Biden zet eigenlijk het 'America First-beleid' van Donald Trump voort

De VS hebben iets in beweging gezet en dat is voorlopig niet te stoppen: de wens om zelfvoorzienend te zijn. En van 'Koop Amerikaanse waar' naar 'Koop Nederlandse waar' is een kleine stap, schrijft Peter de Waard.

Afbeelding

'Over de doden niets dan goeds.' Moet dat ook tijdens een uitvaart in de kerk gelden?

Aad Kamsteeg zit soms met kromme tenen bij uitvaartdiensten. 'Ze werden veroorzaakt door de enorme tegenstelling tussen wat nu bij zijn dood werd gezegd en wat ik eerder bij zijn leven te horen had gekregen.'

Afbeelding

Mijn angst is dat een deel van Groningen een showroom van cataloguswoningen wordt

Nu in Groningen huizen vernieuwd of vervangen moeten worden, dreigen complete dorpen hun karakter te verliezen. Zet daarom architecten in die de cultuurhistorische context van het gebied kennen.

Afbeelding

Veel media maken geen onderscheid tussen terreur en terreurbestrijding als het over Israël en de Palestijnen gaat

Acties van Israël en de Palestijnen worden vaak op één hoop gegooid. Veel media maken geen onderscheid tussen terreur en het bestrijden van terreur, schrijft Freek Vergeer van het CIDI.

Afbeelding

Politici gaan vroeg of laat overstag met de afbouw van alle fossiele subsidies

CDA-Kamerlid Henri Bontenbal zegt dat het 'onzin' is dat de overheid de fossiele industrie met miljarden subsidieert (ND 31 januari). Ik zou willen dat hij gelijk had, zegt activist Rozemarijn van 't Einde.