*

Essay: Laten we het hebben over waar we thuis zijn

Op een dag, eind vorige eeuw, ging ik met de dichter Mustafa Stitou (1974) iets drinken in Amersfoort. Hij was wat mollig in die tijd en kreeg al snel zere voeten. We gingen zitten en ver­telden elkaar over onze afkomst. Hij zei: ‘Dan weet jij dus precies waar je voorouders begraven zijn! Je kunt er zo naartoe.’ Een eyeopener. Hij vond mij geworteld. Hier, in dit land. Voor hem, kind van migranten, lag dat ingewikkeld. In zijn poëzie staat dan ook alles op onvaste grond. Mensen, nieuwbouwwijken, alles. Zo beschreef hij eens hoe zijn moeder gedachteloos de landbouwhuisdieren uit Marokko nabootste. ‘krksh / krksh / krkshkrksh / krksh (Ooien, ooien komen jullie?)’ (...) ‘Ineens begeeft / tussen neus en lippen mijn / hart het zowat moet ik vlug iets / onbeduidends zeggen ons redden / van de ondergang hoe het vlees / smaakt vragen doen of ik niets / niets heb gehoord’. Mustafa hoorde zijn moeder even terugkeren naar haar Marokkaanse heimat. Het schroefde zijn keel dicht.

Opinie

meer ‘Opinie’