Luister naar

Opinie: Eenheid van denken en verlicht liberalisme dreigt weer de norm te worden

Nieuws
Vrijheid van meningsuiting is niet alleen van degenen die het voor het zeggen hebben. Onderzoek naar strafbaarheid van de Nashvilleverklaring is onverstandig. Opnieuw proberen progressief-liberalen hun gedachtegoed tot norm te maken.
Marcel de Jong
maandag 14 januari 2019 om 03:00
Het standbeeld van staatsman Johan Rudolf Thorbecke aan het Lange Voorhout in Den Haag tijdens de onthulling in februari 2017. Thorbecke werd geïnspireerd door de aanhangers van dominee Hendrik de Cock, die zich tegen de liberale elite keerde.
Het standbeeld van staatsman Johan Rudolf Thorbecke aan het Lange Voorhout in Den Haag tijdens de onthulling in februari 2017. Thorbecke werd geïnspireerd door de aanhangers van dominee Hendrik de Cock, die zich tegen de liberale elite keerde. anp / Remko de Waal

De maatschappelijke verontwaardiging over de Nashvilleverklaring is groot. Het Openbaar Ministerie doet zelfs onderzoek naar de strafbaarheid. Onverstandig. Het is wederom een poging van vrijzinnige en progressief-liberale Nederlanders om de vrijheid van godsdienst en meningsuiting definitief ten grave te dragen.

Ik wil benadrukken dat ik het volstrekt oneens ben met de tekst en strekking van de Nashvilleverklaring. Ik vind haar zeer kwetsend, verdrietig en pijnlijk voor homoseksuele mensen. In ons land hebben we in onze grondwet echter de vrijheid van godsdienst vastgelegd. Die vrijheid is onvoorwaardelijk. Hij is er of is er niet. Een beetje vrijheid van meningsuiting of godsdienst bestaat niet. Dat is geen vrijbrief voor discriminatie, het negeren van regels of het verstoren van de openbare orde. Achteraf is het altijd mogelijk op basis van het wetboek van strafrecht mensen te vervolgen wegens smaad, laster of het zaaien van haat. Maar daarvan is in de Nashvilleverklaring geen sprake. De verklaring rept nergens over het vervolgen van homoseksuelen of het oproepen tot geweld en discriminatie. De ondertekenaars geven in de verklaring blijk van hun persoonlijke opvattingen.

woede

De woede van vrijzinnige en progressief-liberale Nederlanders is vanuit hun optiek begrijpelijk. Maar hun reacties beginnen intolerante trekjes te vertonen. Het lijkt wel of je alleen mag zeggen, belijden en schrijven wat past binnen de waarden van hun gedachtegoed. Andere opvattingen beschouwen zij als minderwaardig en betitelen ze al snel als racistisch, discriminerend en onderdrukkend. Dat is hún recht weer. Maar ze gaan te ver om afwijkende opvattingen het zwijgen te willen opleggen met verbodsartikelen en strafrechtelijke procedures. Daarmee keren zij terug naar de duistere tijd van voor de grondwet van 1848, waarin de overheid zichzelf het recht toekende om alle afwijkende meningen met harde hand te onderdrukken en te streven naar het alleenrecht van het eigen gelijk.

Na de nederlaag van Napoleon in 1813 werd Nederland eindelijk weer een onafhankelijk land. Koning Willem I streefde vooral naar rust en eenheid. Hij wilde orde en eendracht in Nederland om, zo zei hij, het land op te bouwen en wereldwijd aanzien te geven.

Om eenheid te bewerkstelligen werden de burgerlijke vrijheden aan banden gelegd. Dat gebeurde al in de grondwet van 1814. De vrijheid van godsdienst was hierin opgenomen, maar met restricties. Zo stond er letterlijk dat ‘aan alle bestaande Godsdiensten gelijke bescherming wordt verleend’. Niet aan nieuwe dus. Die moesten eerst erkend worden door de koning en het parlement en daar hadden ze weinig zin in. Afwijkende meningen werden nauwelijks getolereerd. Een ander grondwetsartikel kwam daarbij goed van pas: ‘Alle openbare uitoefening van Godsdienst wordt toegelaten, voor zover deze geen verstoring van de publieke orde en rust toebrengt.’

Deze eerste grondwet van het onafhankelijke Nederland werd al in 1815 herzien. Belangrijkste reden was de samenvoeging van het katholieke België en protestantse Nederland tot het Koninkrijk der Nederlanden. De vrijheid van godsdienst kreeg ogenschijnlijk een prominente plek in de nieuwe grondwet: ‘Aan alle godsdienstige gezindheden in het Koninkrijk bestaande, wordt gelijke bescherming verleend.’ De macht van de koning was echter groot. Hij moest er volgens dezelfde grondwet voor zorgen ‘dat alle godsdienstige gezindheden zich houden binnen de palen van gehoorzaamheid aan de wetten van den staat’. Het was aan de koning om te bepalen wie gehoorzaam was aan zijn wetten en wie niet. Dat lag in het katholieke zuiden gevoelig, zeker omdat artikel 139 in de grondwet stelde dat de koning protestants diende te zijn. Het protestantse geloof werd daarmee leidend in het publieke debat.

oproer

De angst voor afwijkende meningen in Nederland zat diep bij de bestuurlijke elite en de koning. Hun gelijk moest het maatschappelijk gelijk zijn. Daarom werd in 1815 de zogenaamde oproerwet afgekondigd, waarmee de regering de bevoegdheid kreeg snel en krachtdadig op te treden bij onrust en kwaadwillendheid. Die wet ging ver. Ongewenste opvattingen en zelfs onjuiste geruchten werden als misdrijf gezien als ze tot doel hadden ‘om de goede gemeente in beweging te brengen danwel om tweedracht onder de ingezetenen te zaaien’. Uiteraard bepaalde de overheid wanneer er tweedracht gezaaid werd, wat valse geruchten waren en wanneer de gemeenschap ‘in beweging werd gezet’. Deze wet vormde de juridische basis om oproer, tegengeluiden en buitenparlementaire oppositie aan banden te leggen, desnoods met geweld.

Om deze wet nog eens kracht bij te zetten, trok de overheid een oud en stoffig artikel uit de Code pénal van Napoleon uit kast. In artikel 291 van dit wetboek van strafrecht stond dat mensen verplicht waren vooraf toestemming te vragen voor bijeenkomsten voor meer dan twintig mensen waarin over geloof of politiek werd gesproken. Uiteraard werd deze toestemming zelden gegeven als de discussies zich buiten de kaders van de gewenste opvattingen zouden begeven. Artikel 291 was een vrijbrief om tegenstanders de mond te snoeren. Eenheid van denken en een verlicht liberalisme was de norm – toen al. De aanhangers van de Afscheiding in 1834 hebben dit aan den lijve ondervonden, ontdekte ik tijdens het schrijven van mijn roman over deze bijzondere episode in de Nederlandse geschiedenis (De Afscheiding, uitg. 2018). Deze kerkelijke beweging ontstond in Ulrum, een dorp in het noorden van Groningen. Aanstichter was dominee Hendrik de Cock, die felle kritiek had op de vrijzinnige prediking en leerstellingen in de Nederlandse Hervormde Kerk en op het vervangen van de democratische kerkinrichting, zoals vastgesteld op de Synode van Dordrecht in 1618-1619, door een autoritaire, van bovenaf geregeerde kerk, waarvan de koning het hoofd was.

verlicht geloof

De koning en de bestuurders waren niet gediend van De Cocks orthodoxe geloofsopvattingen. Een verlicht geloof was de norm. Ze werden ongerust toen De Cock steeds meer aanhangers kreeg, vooral onder het gewone volk. Om in de termen van die tijd te blijven: hij zaaide haat en verdeeldheid, aldus zijn tegenstanders, hij was een volksmenner, sprak vanuit zijn onderbuik, had zijn verstand verloren – inderdaad termen die we tegenwoordig ook weer vaak van de liberale elite horen, vooral in de richting van orthodoxe gelovigen en conservatieve maatschappijopvattingen. Voor politici, bestuurders en kerkelijke leiders was De Cock een onrustzaaier. Hij was iemand die het volk ‘in beweging bracht’.

De aanhang van De Cock groeide inderdaad snel. De allerarmsten in de samenleving voelden zich door hem begrepen. Eindelijk was er iemand die naar hen luisterde.

De armen kwamen opeens openlijk op voor hun geloof, tot frustratie van de elite. De Cock en zijn volgelingen werden daarom keihard aangepakt. Ze kregen gevangenisstraf en hoge boetes; hun bijeenkomsten werden uiteengeslagen. Uiteindelijk werd zelfs het leger ingezet.

Hun orthodoxe geloof moest hoe dan ook de kop ingedrukt worden. Het verlichte denken van de bestuurlijke elite was de norm.

progressief

Is dit de wereld waar de vrijzinnige en progressief-liberale elite naar terug wil? Naar een wereld waar slechts hun gelijk gehoord mag worden? Gezien de demonisering en toenemende onderdrukking van andersdenkenden lijkt dit er wel op.

De liberaal Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) werd geïnspireerd door de aanhangers van Hendrik de Cock. Hij begreep dat vrijheid van godsdienst en meningsuiting onvoorwaardelijk moest zijn. Daarom nam Thorbecke de gelijkheid van alle godsdiensten en meningen zonder beperking op in de grondwet van 1848.

Vrijheid is niet alleen het eigendom van de mensen die het voor het zeggen hebben. Nederland bestaat uit meer opvattingen dan de progressief-liberale mores. Die diversiteit moeten we koesteren. <

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

De vrijheid verdedigen door die te beperken? De (voorspelbare) effecten van een koranverbranding

Het is duidelijk dat koranverbrandingen niet slechts tegen een boek gericht zijn, maar dat er ook naar moslims zelf een in wezen vijandig signaal uitgaat, signaleert Joas Wagemakers.

Afbeelding

Zonder kerkdienst zul je nooit werkelijk beseffen wat genade is, dat ontvang je alleen in gezamenlijke dank

Waarom ga je naar de kerk? Kun je geloven buiten de kerk? De discussie is er opnieuw, maar dominee Wim van der Schee stelt liever het uitgangspunt van 'eerst is er de gelovige, dan is er de kerkdienst' ter discussie.

Afbeelding

In Disneyfilms zitten steeds meer 'woke' invullingen. Zou Disney zijn eigen studio's nog herkennen?

Op 27 januari barst het jaar lange eeuwfeest los van de Walt Disney Studio’s. Maar zijn de oorspronkelijke waarden van Disney nog wel terug te vinden in het huidige megabedrijf?

Afbeelding

Wat hebben Philips en het CDA gemeen? Succesvolle afsplitsingen en moeilijke tijden

Het CDA en Philips zitten in zwaar weer, terwijl hun afsplitsingen een succes zijn. 'Is er nog hoop voor het CDA?', vraagt Frank van den Heuvel zich af.

Afbeelding

Oekraïne, hoe erger te voorkomen? We staan voor lastige vragen, over de eigen vrijheid en die van hen

Dit is de kernvraag, vindt Aad Kamsteeg: hoe kunnen het belang van de vrije wereld en de vrijheid van Oekraïense burgers worden beschermd zonder escalatie naar omstandigheden die veel erger zijn dan een compromis?

Afbeelding

De overheid kan er weer niet om heen, de waarde van grond voor woningbouw ligt te hoog

Het Rijk stopt miljarden in woningbouwprojecten, terwijl de huizenprijzen - en dus opbrengsten voor projectontwikkelaars - historisch hoog zijn. Te dure grond zit nieuwbouw in de weg, stelt expert Erwin van der Krabben.