Luister naar

Essay: Het verlangen om helder waar te nemen

Nieuws
Désanne van Brederode
donderdag 24 januari 2019 om 16:03

Achter de straat waar ik woon is een groot park. Zodra ik naar buiten ga, kom ik hardlopers tegen. Sportievelingen die zich niet laten weerhouden door storm, hozende regen, vrieskou of vroeg invallende duisternis; ze hebben een keiharde afspraak met zichzelf. Te oordelen naar hun gelaatsuitdrukkingen is de vraag ‘leuk of niet leuk’ voor hen niet aan de orde. Niemand die opmerkt dat de hardloper zichzelf al deze worstelingen aandoet. En als het zelfverkozen afzien hem gelukkig maakt, wie is de criticus dan om hem dit niet te gunnen?

Het is niet per se opmerkelijk dat sportbeoefenaars op zo veel ongevraagde goodwill kunnen rekenen, maar het verbaast me wel dat degenen die er geen geheim van maken spiritualiteit en/of religiositeit belangrijk te vinden, zelden dezelfde warme interesse en sympathiebetuigingen mogen treffen. Laat staan dat hun ‘hobby’, wanneer deze wordt bekritiseerd, spontaan verdedigd wordt door derden. Verdediging is meestal ook niet eens nodig: de persoon die een spirituele ontwikkelingsweg poogt te gaan, wéét al dat hij anderen hiermee niet moet lastigvallen. Stel je voor dat hij iemand probeert te overtuigen, of nog erger: te bekeren! Van yoga, tai chi, mindfulness en meditatie mag de lof nog wel worden gezongen, op één voorwaarde: dat bewezen kan worden dat het hier oefeningen betreft die tot verbeteringen leiden. Zolang iemand zich maar niet beroept op hogere, onzichtbare machten en krachten en zich daar al helemaal niet aan uitlevert.

De verslaafde roker behoort dit achter de voordeur te doen, of buiten, en dan wel zo dat anderen de tabaksdampen niet hoeven inademen en de peuken niet hoeven opruimen. En precies zo behoort iemand die slaaf wil zijn van de een of andere spirituele leer, of van spiritualiteit zonder meer, de wazige dampen binnenskamers te houden. Niet eens omdat deze slecht zouden zijn voor de – geestelijke – gezondheid van medemensen: het is simpelweg al erg genoeg om geconfronteerd te worden met mensen die in deze tijd, in deze seculiere, vrije samenleving, voor een leefwijze kiezen die toch weer afhankelijkheid, zelfs ondergeschiktheid veronderstelt. De gelovige (in wie of wat dan ook) moet goed begrijpen dat hij dom bezig is, op het masochistische of zelfdestructieve af. Welbeschouwd kiest hij, door de verworvenheden van deze wereld af te wijzen, zijn isolement zelf.

Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat gasten in televisietalkshows mochten roken. Dat reclames voor sigaretten gewoon waren. Dat er in treinen aparte rookcoupés waren, in vliegtuigen rookafdelingen, en dat er ook in restaurants en cafés volop gepaft mocht worden. De afschaffing hiervan herinner ik me nog goed. Met de bijbehorende paniek: vroeg of laat zou je als roker een paria worden, die zich voortdurend zou moeten verontschuldigen voor zijn zucht naar weer een paar trekken. Inmiddels is dat de realiteit, en de afschrikwekkende foto’s op de pakjes maken het roken er niet feestelijker op. Wat ik aanvankelijk aanzag voor verregaande betutteling door de overheid, zie ik nu als een blijk van respect en achting. Men neemt mij serieus als volwassen, redelijk denkend individu en bagatelliseert mijn verslaving niet. Nog steeds kan ik makkelijk rookwaar kopen, nog steeds kan ik buiten bijna overal roken, maar bij die vrijheid is mijn verantwoordelijkheidsbesef toegenomen. En ja, dat mag zwaar drukken. Wanneer ik mijn rookgedrag verdedig met een beroep op mijn vrijheid en autonomie (‘Ik bepaal zelf wel wat goed voor me is en ben bereid dit risico te lopen’), hóór ik de paradox: het is mijn verslaving die hier spreekt en mijn grote onvrijheid slim opvoert als vrijheid-bij-uitstek, want tegen common sense en maatschappelijke acceptatie in. Een pijnlijk zelfinzicht. Maar ik ben wel dankbaar voor die pijn. Niet alleen ben ik me sinds de laatste ontmoedigingsmaatregelen bewuster van de effecten van het roken op mijn lichaam, waardoor mijn wens om te stoppen eveneens urgenter wordt; ik merk ook dat de bewustwording zich uitstrekt tot andere gewoontes waaraan ik mezelf, even gemakzuchtig als geleidelijk, heb verslaafd. Daarmee doel ik niet eens uitsluitend op het drinken van koffie of het veelvuldig checken van Facebook, maar ook op gewoontepatronen in mijn denken, voelen en reageren. Welke klakkeloze aannames, visie(s) en geruststellende illusies haal ik van stal wanneer het leven me zwaar valt of wanneer een dierbare het moeilijk heeft? Werken deze ideeën geestverruimend of juist geestvernauwend en simplificerend?

Wat mij betreft is het pas hier waar een spirituele levenshouding begint: bij het verlangen en vervolgens het voornemen om niet na, maar tijdens je bezigheden helder waar te nemen, te doorvoelen en te doordenken wat je doet, en waarom en hoe je de dingen doet. En dit met geen andere reden dan waarachtig en geloofwaardig mens en medemens te worden en te blijven. Niet iemand die uit het leven wil halen wat erin zit, maar iemand die hoopt dat het leven hem mag blijven raken, omvormen en daarbij uit hém haalt ‘wat erin zit’. Winst, in de vorm van geluk, innerlijke vrede, zekerheid, betekenis en een perspectief na de dood, is niet belangrijk – net als bij de sporter gaat het erom te kunnen zeggen dat je ‘alles hebt gegeven’. Dat klinkt zwaar, en dat is het ook. Iedere dag opnieuw. Precies zoals het voornemen om van nu af aan geregeld te gaan hardlopen zwaar is, en het zelfs voor geoefende hardlopers soms nog zwaar kan zijn om toch maar weer de schoenen aan te trekken en naar buiten te gaan. Waarbij ze nog niet weten of ze tijdens het lopen zullen genieten van momenten waarop het lekker gaat en de roes er zelfs even is, of misschien teleurgesteld zullen moeten vaststellen dat het stroef gaat, dat kramp hen dwingt te pauzeren of dat ze de werkstress niet kunnen loslaten maar dat die zich nu zelfs heviger laat voelen. Maar één ding weten ze na afloop wel: dat ze er trots op kunnen zijn dat ze toch weer zijn gegáán. Dat is een intrinsieke beloning, die losstaat van andere doelen.

‘Te gaan of niet te gaan, dat is de kwestie.’ En daarin is er geregeld die sensatie dat je zelf je eigen meester en je eigen leerling kunt zijn, en wilt zijn, in hetzelfde ogenblik. Dat je jezelf kunt opvoeden tot een geestelijk vrij mens, met een onbevangen, open, vragende én (zelf)kritische, worstelende ziel die warm wordt en gaat stralen bij alles wat hij nog niet kent, niet weet, bij wat hem raakt en niet zomaar rationeel te verklaren is – terwijl je er toch wel degelijk zinnig op kunt reflecteren. Jammer genoeg wordt zo’n spirituele levenshouding vaak bejegend als een domme, escapistische en riskante verslaving, vergelijkbaar met tabaksverslaving. En jammer genoeg komen juist die rare en extreme kanten van spiritualiteit in de media, die dit beeld bevestigen. Maar het is ook het gemêleerde gezelschap van spirituele zoekers zelf dat bijdraagt aan de karikatuur, door niet altijd open te zijn over de moeilijke kanten van de praktijk, over worstelingen, over grote vragen die er – bijvoorbeeld door dagelijks te leven met een werkhypothese als ‘karma’ – niet eenvoudiger, maar juist complexer, gelaagder en veelkleuriger op worden.

Het zou me niet verbazen als veel spirituele mensen, zeker in tijden van persoonlijke tegenslag en somberheid daarover, vooral de vraag vrezen: ‘Waarom doe je jezelf dit dan in godsnaam aan?!’ Precies de vraag die rokers continu, en hardlopers zo weinig krijgen. Me dunkt dat het in alle gevallen een terechte en waardevolle vraag is, die juist spirituele zoekers eerst al aan zichzelf zouden moeten stellen. En hopelijk is het antwoord simpel: ‘Omdat ik niet veilig aan de kant wil blijven staan, maar wil kunnen zeggen dat ik ben gegaan. Vol erin. Bereid om af te zien en om alles te geven.’ Volstrekt irrationeel, maar het is bijzonder redelijk om hartgrondig voor die irrationaliteit en voor die hartstochtelijke liefde voor het irrationele uit te komen. Dat zouden meer mensen mogen doen.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Voor een gezellige kerk kom ik mijn bed niet uit, want ik heb het thuis al reuzegezellig

Een gezellige kerk voegt zich naadloos in in onze consumptiemaatschappij. Jezus vraagt om keuzes die daar haaks op staan. Een gezellige kerk maakt het ons makkelijk. Jezus maakt het ons moeilijk, schrijft Sam Janse.

Afbeelding

Biden zet eigenlijk het 'America First-beleid' van Donald Trump voort

De VS hebben iets in beweging gezet en dat is voorlopig niet te stoppen: de wens om zelfvoorzienend te zijn. En van 'Koop Amerikaanse waar' naar 'Koop Nederlandse waar' is een kleine stap, schrijft Peter de Waard.

Afbeelding

'Over de doden niets dan goeds.' Moet dat ook tijdens een uitvaart in de kerk gelden?

Aad Kamsteeg zit soms met kromme tenen bij uitvaartdiensten. 'Ze werden veroorzaakt door de enorme tegenstelling tussen wat nu bij zijn dood werd gezegd en wat ik eerder bij zijn leven te horen had gekregen.'

Afbeelding

Mijn angst is dat een deel van Groningen een showroom van cataloguswoningen wordt

Nu in Groningen huizen vernieuwd of vervangen moeten worden, dreigen complete dorpen hun karakter te verliezen. Zet daarom architecten in die de cultuurhistorische context van het gebied kennen.

Afbeelding

Veel media maken geen onderscheid tussen terreur en terreurbestrijding als het over Israël en de Palestijnen gaat

Acties van Israël en de Palestijnen worden vaak op één hoop gegooid. Veel media maken geen onderscheid tussen terreur en het bestrijden van terreur, schrijft Freek Vergeer van het CIDI.

Afbeelding

Politici gaan vroeg of laat overstag met de afbouw van alle fossiele subsidies

CDA-Kamerlid Henri Bontenbal zegt dat het 'onzin' is dat de overheid de fossiele industrie met miljarden subsidieert (ND 31 januari). Ik zou willen dat hij gelijk had, zegt activist Rozemarijn van 't Einde.