*

Wij geloven in een God van voorbijgaande aard. Hij is voortdurend in beweging

Bij een supermarkt waar ik regelmatig kom, kun je op dit moment voor knuffeltjes sparen. Als ik op zaterdagmorgen de kassa nader, zie ik twee jongetjes – broertjes vermoed ik – trots met hun spaarkaarten en knuffeltjes voor me in de rij stappen. Als de spaarkaart gescand is, mogen ze het knuffeltje mee naar huis nemen. Jong zijn ze nog – de oudste een jaar of 7, schat ik zo in, de jongste zal rond de 4 zijn. Stilletjes staan ze voor me te wachten, terwijl ik mijn boodschappen op de band leg. Ze genieten van wat komen gaat, zoveel is wel op te maken uit hun lichaamstaal. En dan opeens legt de oudste zijn hand op de rug van de jongste. Slechts twee woorden spreekt hij, maar ze zeggen me alles: ‘Leuk hè?!’ Als ik eraan terugdenk, krijg ik nog steeds tranen in mijn ogen. Het is zo gemeend, zo puur en onschuldig. Een verloren paradijs, waar je als volwassen man alleen maar met verwondering naar kunt kijken.

Opinie

meer ‘Opinie’