3 december 2019 om 03:00

Nieuws Sjirk Kuijper

Commentaar: Stel dat ze het zien? De moraal van een Kamerlid moet niet van de tribune komen

Kijk eens naar jezelf met ‘het perspectief van een willekeurige toeschouwer’. Dat adviseert de nieuwe gedragscode voor leden van de Tweede Kamer. De blik van een buitenstaander wordt er tweemaal bij gehaald waar het gaat over belangenverstrengeling. Zelfs de schijn daarvan moet je mijden, als Kamerlid. Want je kunt er zélf wel van overtuigd zijn dat een betrekking, gunst of gift geen enkele invloed heeft op je mening en stemgedrag – maar wat zouden anderen denken, als ze ­ervan wisten? Hetzelfde geldt voor relaties: je kunt als politicus zélf wel denken dat je onafhankelijk genoeg bent om over gezondheidszorg te beslissen terwijl je man als consultant in de zorg werkt – maar hoe zouden mensen erover denken, als ze het wisten?

Integer handelen – dat is hoe je doet als niemand toekijkt. Daarom is het onlogisch, integriteitsregels te formuleren met behulp van ‘het perspectief van de toeschouwer’. Dus: doen alsof er wél iemand toekijkt.

Veel uitglijders komen doordat politici zich niet goed kunnen inleven in de ‘gewone’, toekijkende burger. Dat blijkt wel uit enkele recente wachtgeld-kwesties. Talloze landgenoten hebben ooit een flinke inkomensval gemaakt: doordat ze werkloos raakten of arbeidsongeschikt, maar vaak genoeg ook doordat ze uit vrije wil ander werk gingen doen voor een geringer salaris. Bij al die mensen valt het erg slecht als een voormalig staatssecretaris (Klaas Dijkhoff) of wethouder (Isabelle Diks) niet genoeg heeft aan de beloning als Kamerlid, en daarom nog aanvullend wachtgeld incasseert.

Integriteit is niet hetzelfde als: alles aangrijpen waar je wettig recht op hebt. Die wijsheid moet uit je eigen hart komen, niet van de denkbeeldige tribune.

Nog lastiger zijn de nieuwe regels voor het tijdelijk ontnemen van spreekrecht in de Kamer. Kamerleden zullen vast weleens naar zichzelf luisteren met ‘het oor van de toehoorder’ – maar ze kiezen die luisteraars natuurlijk niet willekeurig. Ze denken aan hun fanclub, en dan trekken ze nog een extra register open als de voorzitter hen vraagt een toontje lager te zingen.

Waar zulke escalatie toe kan leiden, bleek onlangs toen Selçuk Öztürk (DENK) de krijgsmacht verantwoordelijk hield voor ‘moord’ op burgers in Irak. Terwijl het nota bene ging over een oorlogsmissie waar hij als Kamerlid mandaat voor had gegeven. Pas in de daarop volgende dagen kwam zijn partij terug van deze schandalige beschuldiging. Maar wat had DENK gedaan als voorzitter Khadija Arib – met recht – Öztürk de zaal uit had gestuurd? En wat doet een Wilders of Baudet, als Arib hen tot matiging aanspoort? De moraal van hun zelfverkozen ‘willekeurige toeschouwers’ is voor politici zelden een corrigerende tik; eerder een por in de rug.