1 februari 2014 om 10:13

Nieuws Sjirk Kuijper

Geloof en debat

Valt er wel over God te debatteren. Die vraag werd al vóór het Nationale Religiedebat gesteld, door ongelovigen en gelovigen. En de manier waarop het dispuut verliep, woensdag in Felix Merites, kon die twijfel niet wegnemen.

Plaats een volley- en een voetballer, een basket- en een honkbalspeler in één veld en werp in hun midden een balletje op: daar had het spelverloop veel van weg. Het doel, de regels, de puntentelling en te raken ledematen: over alles waren de debaters (en hun publiek) het oneens.

De chaos waar dit experimentele religiedebat op uitliep, laat vooral zien dat christenen en niet-christenen elkaar te lang systematisch gemeden hebben. Ze zijn vreemd aan elkaars redelijke en retorische tradities, voelen zich wederzijds voortdurend onderschat en genegeerd. Lees nu eerst mijn boek eens goed!, was een over en weer terugkerend verwijt. Terwijl de deelnemers de christelijke filosoof Peels en theoloog Paas, en de atheïstische denkers Boudry en Philipse heus meer dan gemiddeld buiten de kaders van hun eigen overtuiging hebben gelezen en gedacht. Desondanks en huns ondanks: de verwijdering tussen de denkwerelden die ze vertolkten, bedraagt vele lichtjaren.

Atheïsten zijn, zeker in West-Europa, niet gewend met gelovigen een serieus gesprek aan te knopen. Wie gelooft in (een) God heeft de laatste treden van de intellectuele evolutie gemist. De Veluwe is uitgelopen, zei een verlichte toeschouwer in Amsterdam met opgetrokken neus, toen ze rook dat veel publiek van de gelovige kant was.

Anderzijds is er van gelovige zijde vaak weinig moeite gedaan om geduldig te luisteren naar wie het aan geloof ontbrak. Ongeloof is vaak afgedaan als ongehoorzaamheid, als koppige weigerachtigheid om te luisteren naar God en te buigen voor het gezag van wie meenden voor Hem het woord te voeren. Of als gebrek aan waarnemingsvermogen: Kijk nou eens goed om je heen, dan zie je God toch?!

De vanzelfsprekendheid waarmee christenen soms hun persoonlijk ervaringsverslag of hun beroep op wat zij in de Bijbel lezen als einde van alle tegenspraak poneren, kan voorbij schieten aan wie oprecht naar God speurt maar niet veinzend (toneelspelend) voor Hem wil neervallen.

Wie de discussie aangaat met het doel om een Philipse, Boudry of hun supporters te bekeren, kan zich de frustratie besparen. Maar zon debat kan gelovigen wel helpen om zich te verdiepen in vragen en twijfels die ook welwillende denkers in zich om kunnen dragen. Waar Paas en Peels stellen dat godsgeloof wortelt in fundamentele menselijke intuïtie, daar moeten christenen ook erkennen dat er zoiets bestaat als een fundamentele menselijke twijfel. Die mag in opvoeding, onderwijs en prediking niet onderdrukt en genegeerd worden. Vragen die vanuit een door de Schepper geschonken denkvermogen worden ingegeven, kunnen niet met gevoels- of machtswoorden worden afgeblokt. Ook het verstand en de rede kunnen, door Gods Geest verlicht, het Woord nabij en te binnen brengen.