10 januari 2014 om 09:03

Nieuws Sjirk Kuijper

Levend geld

Eind vorig jaar baarde de Protestantse Kerk opzien met een reclamespot op televisie; een nieuwe manier van communiceren voor de kerk.

Minstens zo opmerkelijk is de landelijke campagne die dezer dagen zn veertigjarig jubileum viert: Kerkbalans. Vanaf zondag wordt weer veertien dagen lang een grootschalige krachtsinspanning geleverd om de tientallen miljoenen euros binnen te halen die nodig zijn voor de exploitatie van plaatselijke kerkgemeenten en parochies van de PKN, de Rooms-Katholieke Kerk, en van remonstranten, doopsgezinden en oud-katholieken.

Het is een campagne die enerzijds bitter noodzakelijk is om de kosten van predikanten, gebouwen, verwarming en dergelijke te dekken. Maar het is ook een actie die bij uitstek laat zien waar de kerken als ledenorganisaties nog altijd sterk in zijn. Met een landelijk dekkend netwerk van tienduizenden vrijwilligers zijn ze in staat jaarlijks de grootste fondswerving van ons land neer te zetten tegen een minimale overhead. Die vrijwilligers zijn bereid om bij andere lidmaten van hun kerkgenootschap mensen die ze lang niet altijd persoonlijk of zelfs maar van gezicht kennen langs te gaan, een schriftelijk verzoek om geld neer te leggen, en dat een tijdje later weer op te halen. Die persoonlijke methode van brengen en halen appelleert aan een vrijmoedigheid en een bereidheid tot participatie die, alle wensdenken van de overheid ten spijt, bepaald geen gemeengoed zijn in de hedendaagse maatschappij.

De actie richt zich op mensen die officieel als lid bij de deelnemende kerken zijn ingeschreven. Ze zijn dus aanspreekbaar op een formele verantwoordelijkheid om enige contributie te betalen. Maar het unieke van kerkgeld is nog altijd dat die contributie niet geïnd wordt als vergoeding voor een bepaalde dienstverlening of product, en dat ook de hoogte ervan niet zoals bij een ANWB door de omvang van het bestelde dienstenpakket wordt bepaald. Het motto van de campagne, Hoeveel is de kerk u waard?, raakt een beginsel van draagkracht en een motief van vrijwilligheid die bij geen andere financiële afdracht zo bepalend zijn. Deze manier van levensonderhoud blijft voor de kerk dan ook verre te verkiezen boven vormen van belasting (denk aan de Duitse Kirchensteuer) zoals die elders bestaan.

Levend geld noemen de kerken deze middelenstroom uit vrijwillige bron, in tegenstelling tot hun inkomsten uit beleggingen en andere bezittingen. De hoeveelheid dood geld verschilt overigens aanmerkelijk per kerkgenootschap en -gemeente. Wat dat betreft: de actie Kerkbalans heeft ook een voorlichtende functie, want er zijn nog altijd Nederlanders die veronderstellen dat kerken zich kunnen bedruipen uit grootgrondbezit en ander oud geld. Terwijl kerkrentmeesters die zich als vermogensbeheerder kunnen gedragen gelukkig steeds meer een zeldzaamheid zijn. Dat kerken naar hun leden moeten om levend geld te innen is geen armoe; een kerk is pas armoedig als ze niet meer vrijmoedig en onvoorwaardelijk wijn en melk zonder betaling (Jesaja 55) bedient aan ieder die dorst heeft.