30 juli 2013 om 09:04

Nieuws Jan van Benthem

Dure en pijnlijke prijs

In een van de moeilijkste en met pijn en emoties beladen kabinetsvergaderingen die Israël de laatste jaren heeft gekend, heeft de regering Netanyahu besloten 104 fanatieke moordenaars en andere terroristen vrij te laten. Dat is de prijs die de Palestijnse leiders vroegen om het vredesoverleg te heropenen, na drie jaar van vrijwel totale stilstand.

Voor het overleg weer allerlei berichten over vooruitgang of impasses oplevert, is het goed stil te staan bij deze hoge prijs die Israël ervoor betaalt.

Dit is niet maar een gebaar van goede wil, dit is psychologisch gezien een enorme stap. Het gaat hier om mensen die brandbommen in een bus met schoolkinderen hebben gegooid, die militairen hebben vermoord, willekeurige Joodse burgers hebben doodgestoken, daden hebben begaan die hen voor ten minste twintig jaar en vaak levenslang achter de tralies hebben gebracht. Netanyahu is voor het besluit hen vrij te laten, uitgemaakt voor lafaard. In opinieartikelen in de Joodse kranten wordt de vraag gesteld, waarom de staat Israël het enige land is dat hardnekkig fanatieke moordenaars en masse vrijlaat en daarmee bij de nabestaanden van hun slachtoffers oude wonden weer openrijt.

Het verzet, ook binnen de regering, was zo hevig dat premier Netanyahu in een open brief aan de bevolking het besluit heeft uitgelegd. Hij spreekt daarin van een ongekend moeilijke beslissing, pijnlijk voor de getroffen gezinnen, pijnlijk voor het hele land en ook pijnlijk voor hemzelf. Het hoofd van de geheime dienst Shin Bet noemt het een gevaarlijke stap, omdat het in deze gewelddadige regio de indruk oproept dat Israël zwak is. Minister van Defensie Yaalon stelt ronduit dat Israël er een prijs in afschrikking voor zal moeten betalen. En toch zijn ook zij er van overtuigd dat dit slechte besluit moest worden genomen om de nog slechtere keuze van het blokkeren van het vredesoverleg te voorkomen.

Na deze stap, die door het hele land soms hevige emoties heeft losgemaakt, kan en mag voorlopig niemand meer roepen dat Israël geen vrede wil en niets doet om die te bereiken.

gebaar

De tweede gedachte betreft de eisende partij, de Palestijnse Autoriteit. Deze wilde een vergaande Israëlische stap, voor Abbas zelfs maar wilde instemmen met een begin van gesprek. Wel hebben de Palestijnen hun absolute eis, dat de grenzen van 1967 als uitgangspunt moeten dienen en dat alle bouwactiviteiten in Joodse nederzettingen moeten worden gestaakt, voor het moment ingetrokken.

Maar als zij ook een gebaar willen maken, kan dat door vrijgelaten moordenaars niet als helden binnen te halen, zoals eerder wel gebeurde. Zon heldenontvangst past niet bij het herstel van vertrouwen en getuigt niet van respect voor de ander. Respect dat Israël door deze stap te zetten, zeker verdient.