8 september 2012 om 08:26

Nieuws Wim Houtman

Onrust op de VU

Ongebruikelijk was het op zn minst, wat zich deze week afspeelde op de Vrije Universiteit (VU). Bij de opening van het academisch jaar mag een vakbondsbestuurder zijn gram spuien over bezuinigingsplannen, waarna hij met nog tientallen anderen de zaal verlaat.

Kort daarna maakt een gastspreker openlijke toespelingen op het wantrouwen dat op de werkvloer tegen de leiding leeft. Vanaf dinsdag dreigen er acties.

Bezuinigingen en ontslagen doen altijd pijn, maar dit is meer dan een alledaags arbeidsconflict, als we de gastspreker, Gabriël van den Brink, mogen geloven. Het past in de maatschappelijke trend die hij na jarenlang onderzoek signaleert. Nederlanders zijn lang niet zo materialistisch en berekenend als vaak wordt gedacht. Idealisme, het idee dat je leeft en werkt voor een hoger doel, is wijdverbreid. Maar dat vindt geen weerklank op het niveau van bestuurders en politici. Die zijn vooral met geld en management bezig en denken in belangen. Zo zou ook de leiding van de VU de universiteit te veel runnen als een bedrijf.

De VU-bestuurders verweren zich door te zeggen dat er nu eenmaal bezuinigd moet worden; de politieke realiteit is niet anders. Dat is een waarheid, zoals het ook waar zal zijn dat (universitair) personeel weleens tijd nodig heeft om aanpassingen te omarmen. Maar als er zo breed onder de medewerkers wantrouwen leeft, als de leiding blijkbaar hun taal niet meer spreekt, dan doet ze iets verkeerd. Van den Brink waarschuwde tegen de drang tot reorganiseren, waarbij uit het oog wordt verloren dat het in elke organisatie om mensenwerk gaat. Het zijn vaak persoonlijke kwaliteiten die de basis voor conflict of succes vormen.

De werkelijkheid is divers. Gespreksfora op internet wekken vaak niet de indruk dat de mensheid gedreven wordt door idealisme of een hoger doel. Maar misschien is dat een luidruchtige minderheid. Wie om zich heen kijkt, in de woonomgeving, in clubs en verenigingen, ziet ook algauw heel wat mensen die zinvol bezig willen zijn en iets voor anderen overhebben. De afkeer van de politiek, het cynisme, de rancune zijn die er omdat mensen zich met hun zorgen door politici onbegrepen voelen? Of juist doordat politici hen te véél vertegenwoordigen? Er zijn angsten en zorgen die er niet mee gediend zijn dat politici ze overnemen en om zich heen gaan roeptoeteren; misschien zitten kiezers er wel veel meer op te wachten om te worden tegengesproken, met een inspirerend verhaal over de wereld en hun plek daarin, en ook de plek van ánderen. Zoals ambitieuze wetenschappers niet het meest gediend zijn met een wedloop om geld en citaten, maar met erkenning voor goed werk en een klimaat dat stimuleert en uitdaagt.

Idealisme is kwetsbaar; met materieel eigenbelang (op rechts, of als de overheid het waar moet maken, op links) is het simpeler scoren. Er zijn te veel partijen die daaraan meedoen en dan dénken dat ze naar de kiezer luisteren.