30 juni 2010 om 08:58

Nieuws Piet H. de Jong

DSB-drama

Hoe een handige verkoper bankier werd en dat nooit had mogen worden. In een notendop is dat het drama van Scheringa's bank. Van diens verweer dat 'ze' de bank kapot gemaakt hebben, blijft geen spaan heel in het rapport van de commissie-Scheltema.

Het heeft misschien wat lang geduurd, waardoor de Kamer ongeduldig werd, maar het rapport dat er nu ligt is kristalhelder. De hoofdschuldige van de ondergang van DSB is Scheringa zelf.

Dodelijke conclusie

Een bank heeft als privaatrechtelijke instelling in de eerste plaats zelf de verantwoordelijkheid de zaakjes goed op orde te hebben. Daar is het van het begin af aan - in 2005 werd DSB een echte bank - faliekant misgegaan. Dirk Scheringa was goed in de verkoop van (omstreden) commerciële producten, maar ontbeerde elke kundigheid als bankier. De commissie trekt een dodelijke conclusie als ze opmerkt dat de DSB de zorgplicht tegenover klanten structureel schond. En dat voor een bedrijfstak waar vertrouwen met hoofdletters dient te worden geschreven.

Het wordt allemaal nog erger als de DSB ook nog eens werd uitgemolken ten behoeve van de speeltjes van Scheringa als directeur-grootaandeelhouder. Anders gezegd: Scheringa speelde mooi weer met 'zijn' voetbalstadion en museum met het in goed vertrouwen aan zijn bank toevertrouwde geld. Eigen roem en eer over de rug van de klanten. Door niet te luisteren naar gegronde kritiek van anderen in de top van de bank en niet goed te reageren op de negatieve publicaties over zijn omstreden producten (koopsompolissen) ging het met de bank van kwaad tot erger. Tot er geen redden meer aan was.

Had dat niet voorkomen kunnen worden?, is de logische vraag die zich dan aandient. Scheltema en de zijnen draaien ook daar niet om heen als ze handel en wandel van de minister van Financiën, de AFM en De Nederlandsche Bank kritisch beschouwen. De eerste twee hebben het, gegeven de omstandigheden, redelijk tot goed gedaan.

Rommeltje

Hoe anders luidt het oordeel over DNB. Omdat het van het begin af aan een rommeltje was bij de DSB, had de DNB van Wellink als toezichthouder er boven op moeten zitten. Ondanks gerede twijfel over de bancaire capaciteiten van Scheringa kreeg hij in 2005 toch een vergunning om als bank de financiële markt op te gaan. De commissie oordeelt hierover keihard: die vergunning had niet verleend moeten worden. DNB heeft de problemen wel erkend en geprobeerd toezicht te houden, maar het was te weinig en te laat.

Falend toezicht van de DNB op zo'n cruciaal onderdeel, scherper kan het oordeel niet zijn. Eerder al had de parlementaire commissie-De Wit bedenkingen geuit bij het toezicht van DNB rond de overname van ABN Amro en de IJslandse spaarbank Icesave. Logisch dat de Kamer morgen een duchtig woord wil wisselen met minister Jan Kees de Jager (Financiën). Het gezag van DNB staat op de tocht en dat moet door krachtdadig en adequaat ingrijpen heel snel worden hersteld.