10 juni 2010 om 07:40

Nieuws Koert van Bekkum

Kaalslag

Nog nooit eerder sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1918 heeft zo'n klein deel van de Nederlandse Tweede Kamer bestaan uit vertegenwoordigers van christelijke partijen.

Waar de confessionelen vanouds konden rekenen op in elk geval een derde van de stemmen, koos nu minder dan een op de vijf Nederlanders voor een dergelijke partij. Onomstotelijk staat vast dat het christelijk-sociale beleid van de afgelopen jaren niet heeft weten te overtuigen. Alleen de socialisten zijn in de harde economische campagne en de polarisatie met Wilders overeind gebleven. En wat rest is een libertaire kaalslag. Het liberale VVD-geluid, de vrijzinnigheid van D66 en GroenLinks en een deel van de PvdA, en het verkapte secularisme van de PVV hebben een absolute meerderheid verworven. Zodat een coalitie van 'paars-plus' vrijwel zeker ons deel zal zijn.

Koude douche

Voor de VVD kwam de nek-aan-nekrace van gisteravond als een koude douche. De secularisatie en de val van de Muur in 1989 leken de liberalen in de jaren negentig opnieuw de spilpositie te bezorgen die men in 1918 had verloren. Maar 11 september 2001 en het debat over de islam drongen VVD in het defensief, waarna het CDA in in het gat sprong. En recent leek juist de PvdA garen te kunnen spinnen bij de door de neoliberalen veroorzaakte economische crisis.

Afkeer van Balkenende, angst voor verlies van baan en huis, en het geloof dat de VVD zou durven saneren, deed de hoop weer opflakkeren dat Mark Rutte Cort van der Linden zou kunnen opvolgen als liberale premier. Tot velen zagen hoe hard de zwakken worden getroffen door de VVD-maatregelen. Onverhoeds zijn de PvdA en de SP toch teruggekomen. Bovendien laat de enorme overwinning van Geert Wilders zien dat het thema van de islam en de integratie toch door de andere partijen is onderschat, waardoor op het moment van schrijven van dit commentaar nog ongewis is wie uiteindelijk minister-president zal worden: Rutte of toch Job Cohen.

Juiste midden

Voor christelijke politici wacht na de tragische val van Balkenende een periode van stevige zelfkritiek. Het CDA heeft niet-gelovige en spirituele groepen aan zich proberen te binden door een geluid van het 'juiste midden', waardoor de eigen boodschap werd versmald tot een cijfermatig verhaaltje. De macht heeft ook de ChristenUnie weinig goeds gebracht. Door de eigen communicatie rond een niet-praktiserende homo op de lijst is men zelfs teruggeworpen op de eigen harde kern van kiezers. Deze samenleving houdt niet van dit soort nuances. In reactie kan men met de vinger naar anderen wijzen: de samenleving is materialistisch en zelfingenomen geworden! Maar tegelijk hangt terecht de harde vraag boven de markt naar de zin van christelijke politiek. Is het nog vruchtbaar om in deze van machtsspelletjes en exclusief geloof afkerige maatschappij rechtstreeks vanuit het evangelie politiek te bedrijven?