21 januari 2010 om 07:40

Nieuws Jan van Benthem

Verjaardag

Als hij mocht kiezen, had Barack Obama beslist een ander presentje gekozen voor zijn eerste verjaardag als president. Alleen, niet hij mocht kiezen, maar de burgers van de staat Massachusetts. Zij moesten een opvolger aanwijzen voor de grootmeester van de Democratische partij, Ted Kennedy.

En ze kozen massaal tegen. Tegen de kandidate van de Democratische partij die haar voorsprong verspeelde door de zorgen van de kiezers te lang te negeren. Tegen Obama, die niet die ommekeer in Washington wist te brengen waarop ze hadden gehoopt. In hun ogen is hij te veel met zijn politieke agenda bezig in plaats van hen te helpen hun baan en hun huis te behouden. De bankiers, die heeft hij wel gered, met het geld van de burgers, is het verwijt.

Voor Obama betekent deze uitslag meer dan het verlies van een Senaatszetel. De Democraten verliezen met deze zetel de cruciale meerderheid die hen in staat stelde blokkades van wetten door de Republikeinen te doorbreken.

Dit kan een verlammende uitwerking hebben op de verdere behandeling van het nieuwe zorgstelsel, dat net door het Congres was geloodst. Op zich was dit een ongekend succes, dat geen andere president in de afgelopen veertig jaar wist te bereiken. Maar dat interesseert veel kiezers niet; de hervorming van de gezondheidszorg is voor hen niet die prioriteit die zij voor Obama wel is.

Dat is voor hem zo belangrijk, omdat er in november weer verkiezingen zijn, voor een derde van de Senaat en alle zetels in het Huis van Afgevaardigden. Dat de Democraten weer een absolute meerderheid behalen, is onzeker en daarom wil Obama de hervorming van het ziektekostenstelsel voor die tijd politiek afronden.

Achtergrond hiervan vormen de nog steeds vergiftigde politieke verhoudingen. De polarisatie in de Amerikaanse politiek is zo sterk geworden, dat overleg en samenwerking op veel punten ondenkbaar is. Er is van de kant van de rechtse flank in de Republikeinse partij een onophoudelijke hetze gaande tegen vrijwel iedere beslissing van de president, behalve tegen zijn besluit meer troepen naar Afghanistan te sturen. Aan de andere kant schilderen zogenaamd progressieve Democraten hun Republikeinse opponenten nog steeds af als halve barbaren en fundamentalisten.

Obama wist bij zijn aantreden al dat hij niet onaantastbaar zou zijn. Zijn nuchtere taal stak een jaar geleden scherp af tegen de euforische commentaren die spraken over 'een heilig moment in de democratie' en een nieuwe 'dageraad van het presidentschap'. Om echte verandering te krijgen, zouden ook de Amerikanen zelf moeten veranderen. En dat is het afgelopen jaar niet voldoende gebeurd. De bankiers strijken opnieuw recordbonussen op, veel burgers verwachten nog steeds onmiddellijke verbetering van hun situatie. Maar echte, ingrijpende verandering vraagt eenheid en dat gaat veel Amerikanen en vooral de politici kennelijk te ver.