20 januari 2010 om 09:15

Nieuws Koert van Bekkum

Stukwerk

Terwijl onder begeleiding van buitenlandse militairen de hulp in Haïti op gang komt en Nederland aan de vooravond staat van een enorme inzamelingsactie, presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een kritisch rapport over ontwikkelingswerk waarin vooral de noodhulp moet het ontgelden.

Armoedebestrijding is nauwelijks effectief, zo stelt Minder pretentie, meer ambitie. De Raad stelt daarom vooral de ontwikkeling van landen centraal. Maar daarvoor moet het geld wel gerichter en ook breder worden ingezet. Want mensen worden alleen zelfredzaam als de internationale situatie stabiel is en het geld met kennis van zaken wordt ingezet.

Is geven voor Haïti daarmee zinloos? Absoluut niet. Acute nood moet worden gelenigd, zegt ook de WRR. Maar juist de deplorabele situatie op het Caraïbische eiland toont hoe belangrijk het is goed is na te denken over de manier waarop.

Nederland heeft op het gebied van ontwikkelingshulp altijd een morele voortrekkersrol gespeeld. Eerst met de 'ethische politiek' in de koloniën. Daarna door de vergaarde kennis in te zetten in andere landen. Dat idealisme is, zo signaleert de Raad, niet verdwenen. Maar omdat mensen steeds sneller resultaat willen zien, is directe hulp steeds belangrijker geworden en worden veel plannen gekenmerkt door een optimistisch geloof in de maakbaarheid van samenlevingen.

Terwijl dat niet kan, hulp vaak gewoon vuile handen maken is en veel lokale kennis vereist. Deze analyse deugt. Alle kinderen ter wereld naar school laten gaan, is een mooi doel. Maar het helpt niets als een slecht opgeleide leerkracht les moet geven aan tweehonderd kinderen tegelijk. En je kunt de zelfredzaamheid van boeren in Afrika wel stimuleren. Maar als ze op de wereldmarkt concurreren met zwaar gesubsidieerde Europese producten, maken ze nog geen kans.

Dat betekent overigens niet dat er geen harde noten te kraken zijn. Zo zet de WRR een vraagteken bij de norm van 0,7 procent van het bruto nationaal product voor ontwikkelingshulp. De bedoeling van de Raad is duidelijk: uitgeven om het uitgeven is verkeerd. Maar had men niet moeten voorzien dat politici deze zinnen zouden aangrijpen om het budget drastisch te verlagen, alsof de Derde Wereld geen beloften zijn gedaan? Verder zet het rapport wel heel erg in op het bewerken van internationale stabiliteit en coördinatie door een nieuwe centrale organisatie: NL-AID. Dit om de 'ontwikkelingsindustrie' te omzeilen.

Maar hoe fair is het alle hulporganisaties zo weg te zetten? Noem dan liever man en paard. Bovendien wordt zo in feite een nieuw streven naar maakbaarheid gelanceerd. En dat is jammer. Want, zo laat de WRR terecht zien, niet alleen nood- maar ook ontwikkelingshulp is tot op grote hoogte stukwerk. Goed bedoeld, maar altijd ingegeven door gemengde motieven en zelden met honderd procent resultaat.