31 december 2009 om 08:40

Nieuws Koert van Bekkum

Hoop

Traditiegetrouw wordt op oudejaarsavond, vlak voor de jaarwisseling of al eerder bij de maaltijd, in menig protestants gezin Psalm 90 gelezen.

'Een gebedt Mosis, des mans Godes', zo vertaalde de Statenvertaling van 1637 het opschrift. Het ontstaan van deze traditie heeft ongetwijfeld te maken met de melancholieke sfeer van oudjaar. God heeft de mens besef van tijd gegeven, zegt de Prediker.

Bij dit markante moment van terugblikken en vooruitkijken speelt dat besef op. Wat hebben we meegemaakt? Wat zal het nieuwe jaar brengen? En wat stelt ons kleine bestaan voor in het licht van de eeuwigheid?

Het jaar 2009 bracht naast persoonlijk wel en wee minder slachtoffers door natuurgeweld; onverminderde onrust in Afrika; weinig vooruitgang in Israël en de Palestijnse gebieden, in Irak en Afghanistan; afbladdering van het regime in Iran; een diep economisch dal, de verhoging van de AOW naar 67; verscherpte polarisatie rond Geert Wilders; een mislukte klimaattop; en pogingen het gesprek over kerkelijke eenheid wat uit de institutionele sfeer te halen.

Er vallen in bovengenoemde gebeurtenissen best lijnen te ontdekken. Bijvoorbeeld op binnenlands-politiek terrein slaat menigeen de schrik om het hart. De interviews die premier Balkenende vorige week in deze krant en in de Telegraaf gaf, en de reacties daarop in de coalitie lieten opnieuw zien dat van een eensgezind optreden in tijden van crisis nog altijd geen sprake is. En dat terwijl er in de samenleving van alles broeit.

Het meest verontrustend hierbij is misschien nog wel de geestelijke instabiliteit van de westerse cultuur. Nadat God de vorige eeuw is ingeruild voor welvaart en het eigen ik, dringen zich het laatste decennium andere goden op. Zodat de vraag opkomt: wie of wat bepaalt nu precies hoe alles loopt?

Die vraag sluit verrassend aan bij de achtergrond waartegen Psalm 90 klinkt: het tragische levensgevoel van de oudheid, waarin de mens die zichzelf tegenover de eeuwigheid plaatst, geen andere conclusie rest dan dat hij een speelbal is van goden, krachten en machten.

De psalm gaat echter een heel andere weg. Het moeitevolle bestaan lijkt zinloos. Maar de bidder beroept zich op Gods verbondstrouw. In een baaierd van veelgodendom klinkt het geloof in de ene God, de Heer, die verantwoordelijk houdt en straft, maar ook aangeklaagd mag worden en aanspreekbaar is op zijn trouwe gunst. Hij die kwade dagen deed komen, zal ook het goede moeten geven. Schijnbaar onbetekenend mensenwerk krijgt zin, omdat het wordt opgenomen in Gods handelen met deze wereld.

God is trouw. Daarom is er alle reden tot hoop: ,,Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat U ons kwelde. / Laat ons uw genade zien, Heer, onze God. / Bevestig het werk van onze handen; / het werk van onze handen, bevestig dat.''