2 april 2019 om 03:00

Nieuws Wim Houtman

Commentaar: Christelijk-gereformeerden op de drempel van een breuk - dat wil niemand

Weer een breuk in kerkelijk Nederland – dat wil niemand en er valt weinig goeds van te verwachten. Toch staan de Christelijke Gereformeerde Kerken op de drempel. Er zijn gemeenten die vrouwen als ambts­drager gaan kiezen of waar homoparen welkom zijn aan het avondmaal. Er zijn andere gemeenten die daarmee niet kunnen leven, en zij hebben het gelijk van ­synode-uitspraken achter zich. Als niemand een stap terug doet, gaan de wegen uiteen.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de ‘pauzeknop’, waarvoor hoogleraar Herman Selderhuis zaterdag pleitte, zal helpen. Voor even misschien, maar sommigen menen dat de bijbelse waarheid in geding is; dat zal over twee of drie of vijf jaar niet anders zijn. Anderen hebben genoeg tijd besteed aan bezinnen en afwachten, vinden ze zelf; voor hun besef staat de pauzeknop al twintig jaar aan. Er gloort geen plan B aan de horizon.

Is de vrouw in het ambt dé kwestie waarover de kerk zich druk moet maken vandaag? Misschien niet. ‘Ik ken geen kerken die er missionair sterker van zijn geworden’, zei Selderhuis ook. En het is waar: de (stille) kerkverlating in de kleine gereformeerde kerken komt niet doordat de kerk vrouwen uitsluit van het ambt. Hopelijk gebeurt er in de kerken die zich voor dat punt sterk maken, méér – wordt er bijvoorbeeld geïnvesteerd in jongerenpastoraat en niet alleen op papier. Maar welke plek er is voor de helft van de kerkleden met hun gaven, is óók een vraag. En in Nederland en de wereld zijn er tal van kerken waar ook vrouwen voorganger zijn, en zich geven voor de verbreiding van het evangelie en de dienst aan de naaste. Van het elkaar bestrijden en het opzeggen van de relatie gaat in elk geval geen missionaire werking uit.

‘Wat onze kerken bindt, is het gezag van de Bijbel en de daarop gegronde uitspraken van de synode’, zei een dominee. Maar zo recht lopen de lijnen niet, tussen de Bijbel en onze kerkorganisatie, en zeker niet tussen de Bijbel en redeneringen die mensen daarop bouwen. En dát is het ook niet wat christelijk-gereformeerden – of: christenen – bindt. Dat is de Heer, die zijn leven gaf en die gastheer is aan tafel.

De kerk is geen voetbalclub – een vergelijking eerder in dit debat gemaakt – waar je samen regels afspreekt en waar je dus geen handbal kunt gaan spelen. In sporttermen? Paulus vergelijkt het geloof met een wedstrijd. Stel, er lopen broeders en zusters naast je die de Bijbel anders lezen dan jij, en toch ook met hun blik gericht op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof. Kun je dan zeggen: je hoort niet meer bij ons? Of durf je te zeggen: ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt, wij lopen samen op?