28 juni 2019 om 03:00

Nieuws Aaldert van Soest

Commentaar: Nationale identiteit

Er is veel meer wat ons bindt dan wat ons scheidt. Deze week kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) met die boodschap, na een onderzoek naar opvattingen over onze nationale identiteit. Nederlanders zijn zeer eenduidig over wat ‘typisch Nederlands’ is. Symbolen en tradities als Koningsdag, Dodenherdenking, Sinterklaas werden veel genoemd. Daarnaast hechten wij massaal aan burgerlijke vrijheden als vrije meningsuiting en het recht op demonstreren.

Ondanks een grote gemene deler vinden aan de flanken hevige discussies plaats over de nationale identiteit. Die loopt niet langs klassieke scheidslijnen als leeftijd, geslacht, opleiding en afkomst. De tegenstelling in deze discussie loopt dwars door deze categorieën heen: de ene groep definieert Nederland vooral aan de hand van de symbolen en tradities, de andere hecht vooral aan de burgerlijke vrijheden. Maar deze twee groepen zitten in het dagelijks leven dus wel bij elkaar in het bedrijfsrestaurant, de bouwkeet, de kerk of de moskee.

Godsdienst is een opvallende afwezige in het onderzoek. Het SCP legt er expliciet de vinger bij dat christendom, jodendom en islam weinig worden genoemd. Historisch gezien is dat merkwaardig, omdat religie een belangrijke factor is in het ontstaan van het huidige Nederland. Toch zijn er ten minste twee redenen waarom het niet per se erg is dat ze ontbreekt in het definiëren van onze nationale identiteit. Het inbrengen van de ‘joods-christelijke cultuur’ is besmet door een gepolariseerde discussie waarbij anderen worden uitgesloten. Daarnaast komen geloofsgemeenschappen meer terecht in een voor hen natuurlijke positie, buiten het centrum van de macht. Van daaruit kunnen zij solidair zijn met de samenleving, maar ook onbevangen en kritisch.

Het debat over nationale identiteit raakt aan twee diep menselijke behoeften, namelijk het verlangen ­ergens bij te horen en het verlangen naar een samenhangend verhaal. Nationale identiteit is slechts één van de factoren die mensen een thuisgevoel geven. Ze kunnen zich ook sterk verbonden voelen met hun familie, met een dorp of regio, een kerk of vereniging. Een paar honderd jaar geleden bestond er niet eens een natiestaat. De symbolen waardoor Nederlanders zich verbonden voelen, zijn bovendien aan verandering onderhevig. Misschien is over twintig jaar het WK voetbal voor vrouwen voor onze identiteit net zo belangrijk als dat voor mannen. Deze relativeringen nemen niet weg dat een nationale identiteit een waardevolle bijdrage levert aan het saamhorigheidsgevoel van mensen.