25 juli 2019 om 03:00

Nieuws Wim Houtman

Commentaar: 'De grote sociale kwestie' vraagt om meer dan kleinschalige prijsafspraken

In de Vlaamse film Daens (1992) ondervindt de textielindustrie in het stadje Aalst steeds meer concurrentie van Duitse fabrieken. Ondernemer Stéphane Borremans weet de oplossing wel: nóg lagere lonen en alleen nog vrouwen en kinderen in dienst nemen. Als er een jongen sterft, komt een commissie onderzoek doen, maar die spreekt alleen Frans. De arbeidsters kunnen geen vuist maken. Dat lukt pas als priester Adolf Daens voor hun rechten opkomt. Dan krijgen ze stemrecht, komen er vakbonden, ziekenfondsen en regels voor minimumloon en ontslag.

Zo grauw als toen (het verhaal speelt rond 1890) is de realiteit vandaag niet. Er vallen geen doden op de arbeidsmarkt en er zijn geen hele stadswijken meer met tochtige krotwoningen. Maar de stormachtige groei van flexwerk lijkt op het effect van de industrialisatie ruim een eeuw geleden. Een paar honderdduizend zzp’ers zakken door de vloer van wat wij het ‘bestaansminimum’ zijn gaan noemen. Op een markt zonder regels kunnen ze soms alleen aan werk komen door zich voor steeds lagere tarieven te laten inhuren. Twee op de vijf zijn niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid, een op de vijf bouwt geen pensioen op.

Voor hen werkt het kabinet nu aan een wettelijk minimum-uurtarief en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) komt hun verder tegemoet: zzp’ers mogen onder bepaalde voorwaarden prijsafspraken maken. Tot nu toe gold dat als concurrentievervalsing.

Schieten zelfstandigen – vooral aan de onderkant van de markt – met deze maatregelen veel op? Het minimum-uurtarief van zestien euro is volgens critici gewoon te laag. Dat helpt misschien de 85.000 zzp’ers die nu minder verdienen, maar niet de 400.000 die er maar nét boven zitten en evengoed armoe lijden. En wat doe je met de uren die iemand wel werkt (voor z’n administratie bijvoorbeeld), maar niet kan declareren? En met bijvoorbeeld bezorgers die niet per uur, maar per afgeleverde maaltijd worden betaald? De prijsafspraken die de ACM toestaat, zijn aan veel voorwaarden gebonden. Het mag maar met een beperkt aantal – acht! – ‘conculega’s’ tegelijk, bij een beperkte omzet en gering marktaandeel.

Dat klinkt niet als een oplossing voor ‘de grote sociale kwestie van deze tijd’, zoals de wildgroei van zzp’ers en flexwerkers wel is genoemd. Het kabinet en de ACM steken een teen in de vijver, maar er is meer nodig – misschien wel een royaal, eerlijk vangnet voor iedere werkende in geval van ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen. Dan hebben werknemers én zelfstandigen daar in elk geval geen omkijken meer naar.