24 oktober 2019 om 20:09

Nieuws Piet H. de Jong

Commentaar: Arabische gebedsoproep Blauwe Moskee is niet wenselijk

Over twee weken zal, als alles volgens planning verloopt, de versterkte gebedsoproep van de Blauwe Moskee in de Amsterdamse wijk Nieuw-West klinken. In Nederland zijn er enkele tientallen moskeeën waar op vrijdag via geluidsversterking vanuit de moskee wordt opgeroepen tot het middaggebed. Voor Amsterdam is het een primeur die de tongen losmaakt.

De gemeente maakt er geen geheim van die gebedsoproep liever niet te horen. Behalve het stellen van eisen aan geluidsniveau en duur van de oproep heeft het l­okaal bestuur niet veel instrumenten om de in het Arabisch klinkende oproep van de imam te weren. Dat heeft alles te maken met de godsdienstvrijheid. Tot die vrijheid behoort ook de publieke manifestatie van de eigen godsdienst. Dat kan met het luiden van een kerkklok of met een oproep tot islamitisch gebed.

Eventuele pogingen om de Blauwe Moskee het ­zwijgen op te leggen, zijn dan ook kansloos. In artikel 6 van de Grondwet is de vrijheid van godsdienst stevig verankerd. Bij een rechtszaak tegen het luiden van kerkklokken in Purmerend sprak de Raad van State in 1994 uit dat beperkingen en voorschriften voor duur, tijdstip en geluidssterkte er nooit toe mogen leiden dat het gebruik van kerkklokken ‘illusoir of onnodig wordt beperkt’.

Afgezien van de juridische kant van de zaak, blijven er genoeg vragen over voor het moskeebestuur. Is dit nu echt nodig en past het wel in een bij uitstek westerse stad? Een oproep in het Arabisch zal voor veel stadgenoten vervreemdend klinken en weinig tot niets bijdragen aan meer begrip voor de naaste moslim. Het opmerkelijke is dat hoofdimam Yassin Elforkani van de desbetreffende moskee juist wil bijdragen aan meer onderling begrip tussen zijn geloofsgenoten en de buurt. Het doel, zegt hij, is het gesprek over ‘de islam in Nederland normaliseren’.

Een rustig gesprek over de plaats van de islam in het publieke domein, dat wil Elforkani. Uit enkele ­reportages blijkt dat omwonenden, op bezoek bij de moskee, ontspannen types zijn: onverschrokken, nuchtere Amsterdammers. Ze laten zich de kop niet gek maken door politieke drijvers die suggeren dat je met een simpele pennenstreek gebedsoproepen of zelfs moskeeën kunt verbieden. Het moskeebestuur belooft hun in elk geval een goede geluidsinstallatie, zodat de oproep niet te hard en vervormd zal klinken. Wat zich hier aftekent, past goed in het Nederlandse poldermodel: een rustig gesprek blijkt mogelijk. Dat neemt niet weg dat een Arabische gebedsoproep ­onwijs, onwelluidend en onwenselijk is en zeker niet zal bijdragen aan meer begrip voor deze religie.