3 december 2019 om 03:00

Nieuws Roelof Bisschop

Roelof Bisschop: Waarom een expositie over de Statenvertaling in de Tweede Kamer hoort

Sinds een week staat er in de publieksruimte van de Tweede Kamer, de Statenpassage, een expositie over de Statenvertaling. Die geeft in woord en beeld en door historische voorwerpen een overzicht van de voorgeschiedenis, totstandkoming en betekenis ervan. Zo laat zij bijvoorbeeld zien hoe onze Nederlandse taal er blijvend door beïnvloed is. Hoe ‘de Bijbel in huis’ kwam via allerlei gebruiksvoorwerpen. En hoe de Statenvertaling tot op de dag van vandaag kunstenaars inspireert.

De besluitvorming over deze tentoonstelling had wel wat voeten in de aarde, maar het is bijna niet te geloven met hoeveel enthousiasme dit initiatief daarna ontvangen is. Musea die voorwerpen in bruikleen gaven, de ontwerper, de vaklui en de bouwers van de expositie, de kunstenaars die we om medewerking vroegen – ze leverden allemaal met bevlogenheid hun aandeel. Hetzelfde geldt voor de vormgever en drukkers van de catalogus en voor medewerkers van de Kamer en van de SGP-fractie. En niet te vergeten: voor de vele sponsors die dit initiatief financieel of in natura ondersteunden.

dan ook de Koran?

Maar past dat wel, een tentoonstelling over een bepaalde bijbelvertaling in deze politieke omgeving? Er is toch een scheiding tussen ‘kerk en staat’? Moeten we dan volgend jaar niet een expositie over de Koran of zo in de Statenpassage toestaan? Dergelijke opmerkingen werden gemaakt.

Vanaf de eerste ideevorming voor deze expositie is echter de cultuurhistorische invalshoek gekozen. Die verbindt ons als Nederlanders, met welke achtergrond dan ook. Niet voor niets is de Statenvertaling een van de vijftig vensters van de Canon van Nederland, die de hoogtepunten van onze cultuur en geschiedenis omvat. Of je nu opgegroeid bent met deze vertaling of niet – ons verleden, onze taal en onze (leef)cultuur zijn er diepgaand door beïnvloed. De naam alleen al verwijst naar de relatie met de Staten-Generaal. Als je je hiervan bewust bent, snap je dat dit soort vragen dus niet aan de orde zijn. Ben je dat niet, dan is een bezoek aan de expositie een must.

Of een andere vraag: Heb je als Kamerlid – zeker van een kleine fractie – niets beters te doen dan zo’n expositie in te richten? Hoeveel tijd kost dat wel niet? Ach, het antwoord is simpel: tel niet de uren, maar het resultaat. Het is bovendien geen persoonlijke prestatie, maar iets van allen die bij een dergelijk project betrokken zijn. Zonder inspiratie, steun, inzet en extra inspanningen van anderen lukt zoiets niet.

Daarnaast kun je als christelijke partij door zo’n tentoonstelling op een laagdrempelige manier iets zichtbaar maken van de betekenis van Gods Woord voor het dagelijkse leven. Je kunt het verhaal van de geschiedenis en betekenis van de Statenvertaling immers niet vertellen zonder dat bijbelse waarden aan de orde komen – al is het natuurlijk geen evangelisatieproject.

eigen achterban

Soms werd verondersteld dat je als fractie met zo’n expositie vooral je eigen achterban zou willen bedienen. Iemand die niet opgegroeid is met de Statenvertaling, heeft daar toch niks mee? Ook zulke veronderstellingen snijden geen hout.

Uiteraard zal iedereen die vertrouwd is met de Bijbel – en specifiek de Statenvertaling – van deze expositie kunnen genieten. Maar het doel ervan is veel breder. Het gaat om bewustwording van ons gemeenschappelijke verleden, om de culturele en historische bagage van ons allen. Zo zeggen veel kunstuitingen uit vorige eeuwen een museumbezoeker niets als hij geen kennis heeft van de inhoud van de Bijbel. En sommige Nederlandse boektitels zijn niet te begrijpen zonder kennis van de tekst van de Statenvertaling.

Deze krant berichtte al eerder over deze gratis toegankelijke expositie, die tot eind februari te zien is, en over de bijbehorende gratis catalogus. Een dagje Den Haag kan daardoor zomaar een blijvende verrijking van de eigen culturele en geestelijke bagage tot gevolg hebben.

Columns

meer ‘Columns’