2 december 2019 om 03:00

Nieuws Aad Kamsteeg

Aad Kamsteeg: Hoe kan Israël met de bezette gebieden een licht voor de naties zijn?

Wat is het belang van de recente opmerking van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, over de Joodse nederzettingen in Palestijns thuisland? Pompeo verklaarde dat hun vestiging ‘niet per se in strijd is met het internationaal recht’. Hij zei er niet bij op welke volkenrechtelijke gronden hij dat vindt. Jammer, want een grote meerderheid van juridische deskundigen is het eens met het Internationaal Gerechtshof dat de nederzettingen wel degelijk illegaal zijn en strijden met de Vierde Conventie van Genève. Het is een regering verboden eigen burgers over te brengen naar bezet gebied.

Intussen is Pompeo’s zwijgen over internationaal recht hier typerend. Zeker, voorstanders van Joodse volksplantingen beroepen zich op een eigen, afwijkende uitleg van de Vierde Conventie. Begrijpelijk, want wie wil nu bekendstaan als schender van internationale regels, die moeten voorkomen dat het recht van de sterkste gaat heersen?

Maar vergis je niet: als het erop aankomt, geven volkenrechtelijke overwegingen voor Netanyahu, Trump en hun christen-zionistische supporters allerminst de doorslag. Voor hen wegen nationalisme, kiezersgunst of hun visie op bijbelpassages zwaarder.

gemengde gevoelens

In 1967 botsten volkenrecht en andere overwegingen met betrekking tot Joodse nederzettingen voor het eerst. De Israëli’s hadden in de Zesdaagse Oorlog de westelijke oever van de Jordaan veroverd, waar zo’n miljoen Palestijnen woonden. Om vooral veiligheidsredenen overwoog premier Levi Eshkol er nederzettingen te vestigen. Maar, vroeg hij zich toen af, strijdt dat niet met het volkenrecht? Hij vroeg advies aan Theodor Meron, gerespecteerd deskundige en juridisch adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Meron concludeerde vervolgens dat ‘door (eigen) burgers bewoonde nederzettingen in de bestuurde gebieden in strijd zijn met de uitdrukkelijke bepalingen van de Vierde Geneefse Conventie’. Toch weerhield dit Jeruzalem er niet van Joodse vestigingen in Palestijns gebied te planten.

De Israëli’s hadden daarbij wel gemengde gevoelens. Geharde militairen huilden van ontroering bij de Klaagmuur in het veroverde Oost-Jeruzalem. Tegelijk klonken waarschuwingen dat langdurige bezetting corruptie in de hand zou werken, geheime politie noodzakelijk maakte, vernedering en onderdrukking van de Palestijnen het gevolg zouden zijn. Sommigen spraken dan ook over een ‘vervloekte zegen’. Eshkol zelf zei dat ‘wij een bruid hebben gekregen van wie we niet houden’.

In VN-resolutie 242 uit 1967 beloofden de Israëli’s nog dat zij zich zouden ‘terugtrekken uit recent door de strijdkrachten bezette gebieden’, in ruil voor ‘erkenning van het Israëlische recht om in vrede te leven binnen veilige en erkende grenzen’. Maar nadat de pragmatische Arbeiderspartij was verdrongen door de ideologische Likud, werd zo’n ruil in de richting van een tweestatenoplossing steeds onwaarschijnlijker. Alleen al de terminologie gaf dat aan. Het ‘bezet’ uit de mede door Israël ondertekende resolutie 242 werd ‘bevrijd’ en ‘Westoever’ veranderde in ‘Judea en Samaria’. Het aantal Joodse burgers op de Westoever nam toe tot 425.000, die in Oost-Jeruzalem nog niet eens meegerekend. Netanyahu zei Judea en Samaria te willen inlijven.

hoge prijs

Intussen is de prijs hoog die Israël moet betalen. Het militair voorkómen en beheersen van gewelddadige conflicten drukt zwaar op de begroting. Internationaal lijkt de eens populaire David veranderd in een onderdrukkende Goliat, met alle diplomatieke en economische schade van dien.

En welke toekomst hebben de Palestijnen, als hun woongebied geannexeerd wordt? Gelijke burgerrechten zitten er dan niet in; dat zou het einde betekenen van het Joodse karakter van de staat. Worden de Palestijnen in een Groot-Israël dan tweederangs burgers? Wie in dat geval nog weet hoe het land ‘licht onder de naties’ is, mag het zeggen.

Columns

meer ‘Columns’