30 november 2019 om 03:00

Nieuws Hilbrand Rozema

Column: Requiem voor een bloemenman in mijn dorp

Sommige veranderingen worden zo stilletjes een voldongen feit, dat je het pas na weken opmerkt.

Zo ging het met de bloemenhoek. Krap winkeltje, goede locatie: bij het treinstation.

Voor forenzen die zich, moegestreden op kantoor, verkreukeld en gebogen naar hun fietsen haastten, boden de verlichte ruiten een feestelijk zicht op prachtige boeketten. Met één royaal gebaar gaf je je dag toch nog een gouden randje.

De bloemenman paste krap-an in z’n glazen kooi. Fors postuur, grof gezicht, luide stem, hartelijk van manieren. Hij kende mij alleen van gezicht.

Ik kende zijn naam wel. Die stond op de pui.

Als ik een bosje kocht, keek ik hem graag op de handen. Enorme kolenschoppen. Met zijn dikke slagersvingers bond hij, bijna teder nu, de fraaiste bloemen bijeen. Mijn favoriet waren de grote zonnebloemen. Met zonnebloemen kun je thuiskomen.

Langzaam namen mijn bezoeken in frequentie af.

We abonneerden ons op een bezorgdienst voor boeketten. Aan huis gebracht. Prachtige bloemen, dat moet ik echt wel zeggen. Het ontbreekt er nog maar aan dat zo’n bezorger ook de zoenen voor z’n rekening neemt.

De bloemenman bleef hartelijk. Gaf hij me weer zo’n wuif, met een van die kluiven van handen. Ik voelde me dan alsof ik een stilzwijgend verbond had gebroken. De verstandhouding van dorpelingen onder elkaar. Hij de hartelijke, luidruchtige bloemenman, ik de enigszins verzenuwde klant, die niet met lege handen thuis wil komen. ‘Schuin afsnijden en in lauw water zetten, beetje Pokon erbij.’ Duidelijke rolverdelingen, die moet je hebben, in een dorp. En híj was niet degene die daaraan was gaan morrelen. Hij bleef als een rotsblok op zijn post, in zijn baaierd van romantische groenvoorziening. Als hij met grote passen naar zijn witte bestelbus stiefelde, kreeg ik iets schichtigs. Net of hij het wist, van die bezorgdienst.

‘Zeg. Weet je het trouwens al van de bloemenman.’ ‘Die van het station?’ – ‘Ja, die.’ -’Nee?’

‘Die is overleden. 71 geworden. Viel ineens dood neer. ‘s Morgens, heel vroeg. Hij was net bij Plantion in Ede, op de bloemenveiling.’

In een flits zag ik hem liggen.

De kiosk is nu vaak gesloten. En telkens als ik de donkere ruiten zie, denk ik even aan die goedmoedige bloemenreus, die in het harnas gevelde held van het kleine geluk.

Columns

meer ‘Columns’