22 november 2019 om 03:00

Nieuws Rienvanden Berg

Geregeld: hoe niemand zich in niets meer kan verbergen

Odysseus, in het klassieke verhaal van Homerus, probeert in de grot aan de blinde cycloop Polyphemus te ontsnappen, maar die ruikt hem. Wie is daar, vraagt Polyphemus. ‘Niemand’, zegt Odysseus. En de eenoog trapt erin. In het verhaal. Jan Willem Schulte Nordholt gebruikt het verhaal om te laten zien hoe het leven ons de schellen van de ogen laat vallen. ‘Toen ik een kind was speelde ik in mijn dromen / de hoofdrol in de sprookjes die ik las’, begint hij. Hij vond het huis tussen de donkere bomen, hij ‘vocht met reuzen, draken, maar ik was / bang in het donker, dat ze zouden komen.’ Jan Willem, in zijn dromen, doorsteekt het oog van de cycloop.

En dan komt onvermijdelijk het moment dat je die fantasie verliest, dat de rationaliteit het wint van de verbeelding. Daar wordt het niet beter van, beseft de dichter. Je hoeft niet langer bang te zijn, maar ook je gedroomde heldenstatus verdwijnt. ‘En met mijn angst is het geluk geweken.’

Dan keert Schulte Nordholt nog een keer terug naar de beeldspraak uit de Odyssee, in een briljante slotzin, die uitlegt waarom de angst van het kind plaatsmaakt voor een angst die veel erger is.

Nu ben ik vrij van reuzen en van

dwergen,

mijzelf niet meer en nu begrijp ik

pas

hoe niemand zich in niets meer kan

verbergen.

Columns

meer ‘Columns’