19 november 2019 om 20:01

Nieuws Reina Wiskerke

Reina Wiskerke: Laat kinderen niet demonstreren met de opvattingen van hun ouders

Zaterdag zag je ze in het Journaal: kinderen met prolife­borden. Ze liepen mee in een lange stoet door Utrecht: de Mars voor het Leven. ‘Om te demonstreren tegen abortus’, zei de nieuwslezer. Hij wees op het grote aantal jongeren en kon zo een link leggen met een trendbreuk in de samenleving: onder twintigers en dertigers is het percentage tegenstanders van abortus voor het eerst groter dan bij oudere generaties.

Ik dacht intussen aan de kinderen. Ik vind het moeilijk om aan te zien: kinderen die een actieve rol krijgen in een demonstratieve tocht die volwassenen organiseren. Voor welk doel dan ook. Ook vóór of tégen Zwarte Piet.

Een kind vertolkt veelal de mening van zijn ouders. Daar is niets mis mee. Zo gaat dat. Ouders mogen hun kinderen opvoeden volgens hun eigen idealen. En wat kinderen te zeggen hebben, moet je, op hun niveau, serieus nemen. Niet zelden weten ze goed en kwaad scherper neer te zetten dan volwassenen.

Maar als de opvatting van opvoeders een boodschap aan de wereld wordt, zuig kinderen daarin niet mee. Laat ze thuis. Mocht dat praktisch niet haalbaar zijn, geef ze dan tenminste géén bord in handen met een leus, zoals zaterdag: ‘We love them both.’ Erken dat een kind nog niet overziet wat deze ‘liefde voor beiden’ omvat, dat het die liefde zelf nog niet kan waarmaken.

Houd er rekening mee dat een kind nog niet zelfstandig zijn mening heeft gevormd. Bedenk dat het later mogelijk met gêne terugziet op zijn publieke daad; het kan zich zelfs – met recht – gebruikt voelen. Een kind serieus nemen is ook zijn weg naar volwassenheid serieus nemen, en dus aanvaarden dat het nog niet voor volwassen keuzes kan staan.

Het lijkt me ook beter voor de overtuigingskracht van demonstraties. Stel, er staat aan de kant van de weg een vrouw die ernstige problemen heeft gehad door een ongewenste zwangerschap. En zij ziet een kind, dat dergelijke problemen niet doorgrondt, demonstreren met: ‘We love them both.’ Als ik die vrouw was, zou ik daar vermoedelijk cynisch van worden.

De klimaatmarsen van de afgelopen tijd hebben ook veel demonstrerende kinderen laten zien. Dat heeft mij even doen twijfelen. Want klimaatmarsen gaan bij uitstek over de toekomst van die demonstrerende kinderen – zij hebben het meest te vrezen van een stijging van de zeespiegel. Wil je volwassen beleidsmakers (hun tijd zal het wel duren) op het hart drukken dat de toekomst van de kinderen op het spel staat, dan kan het helpen die kinderen aan het woord te laten. Toch zou ik daarin terughoudend zijn. En in elk geval hun kind-zijn in rekening brengen bij de rol die je ze geeft.

Want ook in klimaatmarsen zijn kinderen veelal nog een echo van hun ouders. Het is dan evengoed de vraag of zij echt voor hun boodschap (kunnen) staan. Weigeren zij te vliegen, als hun ouders naar Barbados op vakantie willen? Gaan zij zelf duurzaam leven? Het valt nog te bezien. Niet erg, het zijn tenslotte nog kinderen. Maar geef ze dan ook geen podiumplek die suggereert dat ze er wel op af te rekenen zijn. <

Columns

meer ‘Columns’