18 november 2019 om 03:00

Nieuws Gerardter Horst

Gerard ter Horst: Dagelijks oefenen in vergeven

Soms krijg je – al lezend, in dit geval de krant – een gedachte aangereikt waarop je lang kunt kauwen. Zo verging het mij bij de woorden van de anglicaanse priester Mpho Tutu van Furth over vergeving, op het Geestdrift Festival in Utrecht, zaterdag voor een week (zie de krant van 11 november).

Ze noemde vergeven een oefening die je dagelijks kunt uitvoeren. ‘De dagelijkse omgang met vrienden en familie leent zich er goed voor.’

Dat klopt. Ook onder je buren en collega’s, op het voetbalveld en in de kerk kom je genoeg ‘oefenmateriaal’ tegen. Daar ben ik natuurlijk zelf bij inbegrepen: we bakken elkaar poetsen, roddelen zomaar, wijzen elkaar af of negeren elkaar. Tutu zei al: het is nooit eenrichtingsverkeer. ‘Zij die vergeven moeten worden, hebben zelf ook mensen te vergeven.’

Dagelijks vergeven – wie het Onze Vader kent, is er bekend mee. Het is een uitgangspunt dat me radicaal voorkomt, in een wereld met boze burgers en cynische groepen op sociale media (en soms het Malieveld). Een recept tegen boosheid en cynisme is dagelijks vergeven. Misschien wel hét recept.

Ooit interviewde ik de dominicaan André Lascaris (1939-2017), een deskundige in gewelds- en vredesvraagstukken. Toen ik een boom wilde opzetten over het complexe van vergeven, maakte hij er korte metten mee: vergeving is alledaags.

‘Mensen noemen het vaak niet zo, maar gelukkig doen ze het vaak wel. Anders zou het leven tamelijk onmogelijk zijn. Ik denk dat er heel wat vergeven wordt in bed en aan de keukentafel. Dat mensen het met elkaar uithouden en elkaar accepteren, dat is al een vorm van vergeving.’

Klein houden dus, die vergeving. Opvallend is dat Lascaris dat weer niet dacht: hij vond het ook de enige manier om voortgaand geweld in een samenleving te stoppen. Hij had er ervaring mee in Noord-Ierland, Tutu zal het hebben in Zuid-Afrika. Zo schoot Lascaris van het alledaagse naar de grote vragen: wat als je het slachtoffer bent van een misdaad? Hij plaatste vergeving boven recht: je recht halen ontaardt vaak in nieuw geweld.

Over die grote vragen kan ik slechts stamelen, ik heb niemand persoonlijk misdaden te vergeven. Tutu merkt er in haar lezing dit over op: door dagelijks te oefenen, ben je geoefend ‘voor die dag waarop je iets groots zult moeten vergeven’. Je moet er niet aan denken, toch geeft het wel te denken.

Columns

meer ‘Columns’