16 november 2019 om 03:00

Nieuws Krijnde Jong

Sporen van het koninkrijk: zoldersamenkomst met Eritreeërs

Er is niet te te veel licht en we zitten een beetje dicht opeen. Goede condities om nader tot elkaar te komen en goed naar elkaar te luisteren. We zitten op een zoldertje van een atelier. Witte hoofden zijn in de minderheid. De meeste aanwezigen komen uit Eritrea. Ze zijn allemaal christen, maar geloof moet ook gevoed worden. Er is een eenvoudige bijbelstudie. We trekken in veel opzichten met elkaar op. Samen zoeken we bijvoorbeeld een weg in ons bureaucratische landje, samen vieren we allerlei feestjes. En natuurlijk eten we samen. Waarom zou je dan het belangrijkste niet samen doen: God zoeken. Naar de kerk gaan is vaak wat moeilijk, omdat de Eritrees-orthodoxe kerk niet echt in de buurt is. Aan een Nederlandse kerk zijn de meesten nog niet toe. Er is veel verschil tussen een orthodoxe viering en een calvinistische eredienst. Boeiend om over die orthodoxie te leren. Ze hebben heel wat oudere papieren dan wij. Maar hoe verschillend ook, we hebben allemaal Jezus nodig. Hij wil Leidsman zijn van Nederlanders en Eritreeërs. We houden dus gewoon op vrijdag of zaterdag een zoldersamenkomst. Gewoon de Bijbel open. En natuurlijk bidden we.

Vandaag is er een mooie mix van mensen. Mannen, vrouwen, jongeren, kinderen en een baby. Wat wil je nog meer? O ja, twee van de deelnemers zijn het Nederlands voldoende machtig om te vertalen. We nemen daar rustig de tijd voor. En ook voor andere noodzakelijke zaken. De moeder met baby zit pal tegenover de spreker. Baby Johannes laat merken dat hij dorst heeft. Nou, de oplossing ligt dichtbij. Er komt een borst te voorschijn en de dorst wordt gelest.

We bestuderen de Bijbel door middel van verhalen. Iedereen heeft een uitgeprint bijbelgedeelte voor zich in het Tigrinya, de landstaal. Vandaag maken we kennis met Zacheüs de oppertollenaar, de ambtenaar die het niet zo nauw nam. Sterker, de man die mensen uitbuitte. Op dat punt hoeft er weinig uitgelegd te worden. In deze sfeer zijn ze opgegroeid. De vader naast me heeft vijftien jaar dienstplicht vervuld. Hij kreeg heel weinig betaald. Hij laat een kleine ruimte tussen zijn duim en wijsvinger. ‘Zoveel.’ Eén keer in de twee jaar mocht hij naar huis. En wat denk je van de uitbuiters die hun reis naar Europa hebben verzorgd? Nee, over uitbuiting weten ze genoeg.

Maar gelukkig was er meer over Zacheüs te zeggen. Nadat Jezus in zijn huis was gekomen, wilde hij Hem niet alleen zien, hij wilde Hem ook volgen. En als bij blikseminslag begrijpt hij: dat gaat wat kosten. Met Jezus in je huis ga je anders leven. ‘Wij hebben allemaal van de gemeente een huis gekregen. Jezus wil daar ook in wonen.’ Er wordt instemmend geknikt.

Dat navolging wat kost, geldt natuurlijk ook voor die witte hoofden. Met een klein groepje proberen we te helpen. Een soort Eerste Hulp. Moeilijk?, ja, absoluut. Maar niets doen is moeilijker. Er lopen hier mensen rond. Er worden hier mensen toegelaten. En dan? Zoek het maar uit? Dat lukt niet met Jezus over de vloer.