15 november 2019 om 03:00

Nieuws Theanne Boer

Als één woordje in Genesis daar niet zou staan, zou het leven een stuk aangenamer zijn

Als één woordje in het eerste hoofdstuk van Genesis daar niet zou staan, zou het leven voor mijn man (en dus voor mij) een stuk aangenamer zijn. Of laten we zeggen, dan zou hij het makkelijker vinden om te geloven in de goedheid en wijsheid van God. Het gaat om het woord ‘heersen’ in Genesis 1:28, het vers waar christenen hun zogenaamde ‘cultuuropdracht’ aan hebben ontleend, waar ze vervolgens nogal driftig mee aan de slag zijn gegaan. Te driftig, zei professor Jan Boersema, theoloog en hoogleraar milieukunde in Leiden een keer tegen mij en ik vroeg hem: ‘Wat staat er nu precies in de grondtekst, staat er echt ‘heersen’? Hij moest mij teleurstellen, er staat echt ‘heersen’, sterker nog, het Hebreeuwse woord heeft iets in zich van ‘vertrappen’, ‘in bedwang houden’. Vandaar dat de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft vertaald met ‘breng haar onder je gezag’.

Mijn man, een natuurkenner en hartstochtelijk liefhebber tot in al zijn vezels, kan maar niet begrijpen dat God zijn kostbare schepping heeft toevertrouwd aan de menselijke soort. Dat Hij dat enorme risico heeft genomen, waardoor we nu met de gebakken peren zitten. Als er één soort op aarde niet in staat is om te heersen, dan is het de mens, vindt hij. Het voert te ver om de talloze voorbeelden van ‘onheersen’ die hij noemt hier weer te geven.

woede over de vernietiging

In de vele gesprekken die we hierover voeren, komt altijd weer zijn verdriet en woede over de vernietiging van de schepping naar boven. En ik weet eerlijk gezegd niet meer wat ik hem in dezen nog te bieden heb.

Zeker weten dat u, lezer, mij nu wil gaan helpen met het vinden van oplossingen. En die gaan dan ongeveer zo: Je moet dat heersen opvatten als dienen. Zoals Jezus koning van de wereld is en ervoor koos te dienen. Oké, maar er staat ‘heersen’, er staat ‘vertrappen’, had er dan niet ‘dienen’ of ‘zorgen voor’ kunnen staan?

Of u komt aan met de term ‘rentmeesterschap’. Staat nergens in de Bijbel, maar we vinden het een mooi woord. Toch klinkt steeds vaker kritiek op die term, omdat het een afstand suggereert tussen de mens en de schepping die er niet is. De mens is onderdeel van de schepping, gaat dood zonder schepping. We staan er niet boven, we zitten er middenin. We zijn pas op de zesde dag gemaakt uit humus (aarde), ons past humility (bescheidenheid).

bijna goddelijk

Zelf kan ik uit de voeten met de paradox: we moeten heersen over dat waarvan we afhankelijk zijn. Die paradox zit ook in Psalm 8: ‘Wat is de mens dat U aan hem denkt’ versus ‘U hebt hem bijna goddelijk gemaakt’. Als we onze totale afhankelijkheid van de natuur erkennen, dan kijken we wel tien keer uit. Dan gebruiken we geen gif meer, hakken we bijna geen boom meer om en praten we niet over het verplaatsen van natuurgebieden, alsof dat zou kunnen.

Mijn man noemt graag de bever als voorbeeld. Die bouwt dammen in rivieren waardoor er een soort stuwmeer ontstaat, waarin allerlei diersoorten kunnen gedijen. Dát is heersen: kunnen leven naar je aard én ruimte maken voor anderen. Maar wat doet de mens? Die bouwt dijken langs rivieren, waardoor al het kostbare zoete water de zee in stroomt en het achterland verdroogt. Hij bouwt grote steden, waar de lucht zo vervuild raakt dat we allemaal ziek worden. Hij hakt per jaar acht miljoen hectare aan oerwoud om. De schepping wás goed, waarom had zij een heerser nodig en waarom de mens?

‘Ik kan het niet anders opvatten dan als ironie’, zegt mijn man. ‘God bedoelde het ironisch toen Hij zei: “heerst over de vissen der zee, over de vogelen des hemels en over alles wat op de aarde kruipt.” Als een mens de Matterhorn beklimt en op de top staat, zegt hij: “Ik heb de Matterhorn bedwongen.” Maar één windvlaag en hij stort te pletter. Niks heersen. Kijk naar God zelf: Hij heerst ook niet over ons. Hij houdt ons niet aan een touwtje, Hij laat ons gaan. Zou het ons heel soms, ergens, eventjes, kunnen lukken om de natuur te laten gaan?’

Columns

meer ‘Columns’