12 november 2019 om 03:00

Nieuws Paulvan Geest

Paul van Geest: Hoe een waterval je vriend kan zijn, in IJsland en in de psalmen

In het zuidwesten van IJsland is Gullfoss gelegen: een van de mooiste watervallen ter wereld. Ontstaan aan het einde van de ijstijd door een tweetal breuken en verzakkingen in de aarde, kon het glaciale water zich een weg banen in de ontstane en verder uitslijtende groeven. Een machtige waterstroom ontstond, die anno 2019 maar liefst 32 meter getrapt naar beneden stort in een diepe kloof. De immense stromen doen ieder spreken verstommen. Letterlijk, omdat zij zo veel geluid voortbrengen dat je gebarentaal moet hanteren om aan te geven dat je verder wilt lopen langs de waterval. Figuurlijk, omdat het samenspel van het water, licht en aarde, de intense kracht van het water en de regenbogen die in de nevel van water door een heldere zon veroorzaakt worden, tot een vorm van spirituele verstilling leidt.

Aan de onderkant van zo’n waterval komt enorm veel energie vrij, en dit in het geval van de Gullfoss dus twee keer. In 1907 ontwikkelde een Brit dan ook een plan om de kracht van het neerstortende water te kunnen gaan gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. Dammen en sluizen zouden moeten worden gebouwd om een soort waterkrachtcentrale te krijgen. Hij was bereid de waterval te kopen.

‘mijn vriend’

Maar Tómas Tómasson, een boer uit ­Brattholt, die zeggenschap had over de Gullfoss, was niet te vermurwen. Hij verwierp het aanbod van de Brit met de woorden: ‘Ik zal mijn vriend niet verkopen’. Zijn dochter Sigridur Tómasdóttir bleek uit hetzelfde hout gesneden. Toen de plannen van de Brit toch dreigden door te gaan, vocht ze deze tot in rechtszalen aan. Ze verloor, maar omdat de financiering niet rondkwam, ging de bouw van de centrale in 1929 toch niet door. Met hulp van sympathisanten wist Sigridur de status van natuurpark af te dwingen voor de omgeving rond de Gullfoss. Tot haar dood bleef zij toeristen gidsen.

De uitspraak van Sigridurs vader heeft mij lang beziggehouden. Hoe kun je nu zoiets onbezields als een waterval je vriend noemen? Misschien is de uitspraak in eerste instantie tot de IJslandse volksaard te herleiden. IJsland is een hoogontwikkeld land met een hoge levensstandaard en grote welvaart dank zij de visserij, de export van aluminium, de software-industrie en de scheepsbouw. De geavanceerde exploitatie van aardwarmte levert het land veel besparingen op. Toch geloven veel IJslanders in ‘onzichtbare bewoners’: het Huldufólk. Ook kunnen elfen in rotsen wonen; rotsen moet je dus met respect behandelen. Daarom werd pas in 2015, na een jarenlange strijd tussen wegenbouwers en ­elfenrechtactivisten, een 50 ton zware elfensteen verplaatst om ruimte te maken voor een doorgaande weg tussen Gardabaer en Álftanes. Als mensen in wezens geloven die onzichtbaar zijn en in de elementen wonen, dan is de stap naar het ervaren van een waterval als vriend niet ver.

de Schepper loven

Maar ook als je niet gelooft dat in rotsen of watervallen onzichtbare wezens wonen, is het niet moeilijk je te herkennen in de uitspraak van Tómas Tómasson. Al millennia bidden joden en christenen de aan koning David toegeschreven Psalm 148. In hiërarchische volgorde worden hierin achtereenvolgens de engelen buiten tijd en ruimte, en hierbinnen zon, maan, sterren, de hoogste hemel, de wolken daarboven, de bliksem, hagel, sneeuw, mist, stormwind, bergen, heuvels, bomen, wilde dieren, vee en dan pas de koningen en volkeren der aarde op eenzelfde wijze opgeroepen te doen wat zij – op de mensen na – van nature al doen: hun Schepper loven. Onmachtiger dan de zon of de krachten in de natuur, worden koning en volk als laatsten in de scheppingshiërarchie genoemd; mensen zijn niet méér dan een nietig deel van een even vernietigend als prachtvol geheel dat hen volledig overstijgt. Zoals Tómas Tómasson de immens krachtige waterval zijn vriend noemt, zo spreekt David alle natuur­elementen aan als personen, met wie hij zo vol ontzag en vertrouwen tegelijk in relatie treedt. Wat moet moeder aarde zich verheugen over mensen als Tómas, Sigridur en David, die alles wat door haar is voortgebracht, zo respectvol bejegenen dat aan roofbouw niet eens meer gedacht kán worden.

Columns

meer ‘Columns’