5 mei 2014 om 11:36

Nieuws Aad Kamsteeg

Geloven in de oogst

Ik zal de halmen niet meer zien, / noch binden ooit de volle schoven, / maar doe mij in de oogst geloven / waarvoor ik dien. De passage uit De ploeger, een gedicht van Adriaan Roland Holst, heeft me altijd aangesproken. Ik herinnerde me de woorden toen ik het schokkende bericht hoorde over de moord op pater Frans van der Lugt in het Syrische Homs. Te midden van alle ellende niet op de vlucht slaan, blijven geloven in de verzoening en dan worden vermoord. Doe mij in de oogst geloven ...

depressie

Het kan nog schrijnender. Toen ik me wat verdiepte in de angelsaksische puriteinen, las ik het levensverhaal van David Brainerd (1718-1747). Het is me bijgebleven. Toen Brainerd 21 jaar was, had hij een geestelijke ervaring die hem zoals Petrus zegt onuitsprekelijke vreugde in Christus gaf. Voortaan wilde hij in de eerste plaats Gods koninkrijk zoeken. Na zijn studie werd hij zendeling onder de indianen van New Jersey.

Niet dat Brainerd daar geen resultaten zag. Tegenover Gods heiligheid riepen indianen om genade en kwamen tot bekering. Maar toch. Van jongs af werd David gekweld door tuberculose, een ziekte die tijdens zijn missie alleen maar erger werd, hem van de ene in de andere depressie deed belanden en hem het werken soms onmogelijk maakte. Hij had nog zoveel willen doen. Maar opgenomen door opwekkingsprediker Jonathan Edwards, stierf hij toen hij nog maar 29 jaar oud was.

teleurstelling

Gelukkig de mens die zich een taak stelt die groter is dan hijzelf. Pater Frans en David Brainer deden dat. Wat is groter dan deel hebben aan het komende koninkrijk van God? Burgers van dat koninkrijk worden de wereld niet in gestuurd met tanks en bommen, maar met zachtmoedigheid, honger naar wat mooi is, verlangen naar vrede, dorst naar gerechtigheid. Daarmee proberen ze een kerkelijk conflict te beslechten, iets om van te genieten te produceren, hun kinderen op te voeden, mensen van wie niemand houdt toch iets van een thuis te geven.

Maar juist dan ligt de teleurstelling om de hoek. Wie kent geen bittere teleurstellingen? Sinds de zondeval werkt weinig meer zoals het door God is bedoeld. En bovendien ... Dat wat je zo graag wilt, kun je niet afmaken. En als het weleens lukt iets recht te zetten, is dat in het licht van immense nood vaak niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Wat bijvoorbeeld betekent al mijn geschrijf over die arme Papoeas nu in het perspectief van hun dramatische situatie?

Blad van Klein

Maar laat ik me dan het verhaal over het Leaf by Niggle, het Blad van Klein van Tolkien herinneren. Ik vond het onlangs in Goed werk van Tim Keller. Meneer Klein is in feite Tolkien zelf: perfectionist, nooit tevreden met wat hij presteert, geneigd tot getob. Klein wil een prachtig schilderij maken, met volle bomen, besneeuwde bergtoppen en zo. Hij begint met het minutieus tekenen van het eerste blad ... op een doek dat zo groot is dat hij er een ladder bij moet halen.

Maar Klein wordt ziek en beseft dat zijn tijd bijna gekomen is. Koortsachtig werkt hij door, maar verder dan dat ene blad hoe prachtig ook komt hij niet. Hij sterft. Is dat dan het einde van het verhaal? Nee, want als Klein op weg is naar de hemel, ziet hij iets wat hem diep ontroert:

Voor hem stond de boom, zijn boom, voltooid () met bladeren die zich ontvouwden, takken die groeiden en bogen in de wind die Klein zo vaak had gevoeld of vermoed, en zo vaak niet had kunnen vastleggen. Hij staarde naar de boom en langzaam hief hij zijn armen wijd. Het is een geschenk, zei hij.

harmonie

En, zegt Keller dan, Klein ontdekte dat in zijn nieuwe land, de blijvende echte wereld, zijn boom is voltooid en onderdeel is geworden van de Ware Werkelijkheid die leeft en eeuwig geluk brengt.

Staat meneer Klein alleen voor Tolkien? Welnee, ook voor jou en mij, welke taak je jezelf ook hebt gesteld die God plezier doet. Je bent misschien teleurgesteld: onaf, onopgemerkt, nietig in verhouding tot wat er allemaal te doen is. Slechts één enkel blad. Maar weet dan dat de boom er al is: de stad van gerechtigheid en vrede, schoonheid en harmonie, blijdschap en liefde. Dat wat je hier deed, is de eeuwigheid in gedragen, onderdeel van de volmaakte wereld waarnaar je hart uitging.

Dat is het evangelie. Ik zal de halmen niet meer zien. Maar Heer, doe mij in de oogst geloven waarvoor ik dien.

Aad Kamsteeg is oud-buitenlandcommentator van het Nederlands Dagblad en schrijft op deze plaats twee keer per maand een column.

Columns

meer ‘Columns’