11 april 2014 om 10:05

Nieuws Bart Jan Spruyt

Ik begrijp iets niet

Het is dus zover. De Tweede Kamer heeft deze week in meerderheid geconcludeerd dat de tijden waarin christenen mochten discrimineren, voorgoed achter ons liggen.

De oude vrijheid om van leerlingen en docenten zowel qua belijden als qua levensstijl instemming met de grondslag van de school te verlangen, behoort tot het verleden.

De indieners van het initiatiefwetsvoorstel dat woensdag werd besproken D66, VVD, PvdA, SP en GroenLinks zijn er immers van overtuigd dat christelijke scholen nu geen enkele mogelijkheid meer hebben om docenten vanwege een homoseksuele leefwijze te weren.

onderscheid

De constructie die tot nog toe in de Algemene wet gelijke behandeling (1994) stond werknemers mochten niet geweerd of ontslagen worden vanwege het enkele feit dat ze met mensen van hetzelfde geslacht samenleefden was ongelukkig, omdat de grondslag waarop dat wél mocht (bijkomende omstandigheden) niet gedefinieerd was en onduidelijk bleef.

In een advies zei de Raad van State dat een christelijke school onderscheid mag maken op basis van godsdienst of levensovertuiging wanneer de gestelde eisen met het oog op de grondslag van de school een gerechtvaardigde beroepsvereiste vormen.

De indieners van het wetsvoorstel hebben echter vastgelegd dat die eisen geen betrekking kunnen hebben op ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele geaardheid of burgerlijke staat en dus geen grond van onderscheid mogen vormen.

schoolstrijd

Twee van de drie meest geliefde oppositiepartijen zaten erbij en protesteerden (anders dan het CDA, dat nota bene nog geen standpunt heeft ingenomen), maar zijn met een Kamermeerderheid geconfronteerd waarvan hun geliefde gesprekspartners VVD, PvdA en D66 deel uitmaakten.

En nu begrijp ik iets niet. Christelijke politiek is ooit ontstaan in de strijd om de vrijheid van onderwijs. Groen van Prinsterer heeft er decennia voor gevochten. Zijn zelfaangewezen opvolger als leider, Abraham Kuyper, haalde in 1878 een prachtige truc uit met een volkspetitionnement, dat de kloof tussen de politieke elite in Den Haag en het (christelijke) volk genadeloos blootlegde.

Terwijl 120.000 mensen in Nederland mochten stemmen en politici kozen die aan die felbegeerde vrijheid van onderwijs geen ruimte wilden bieden, haalde hij 300.000 handtekeningen op van ouders die voor hun kinderen onderwijs wilden dat in overeenstemming was met de sfeer thuis en in de kerk. In 1917 is die vrijheid uiteindelijk met de befaamde Pacificatie gerealiseerd.

illegaliteit

Nu zijn ChristenUnie en SGP deze week gewoon met een Kamermeerderheid geconfronteerd die die vrijheid op een aangelegen punt wil inperken. Daarbij zijn geen grote woorden gevallen. De inperking van de vrijheid van onderwijs gebeurde in een week waarin zowel SGP als CU vrolijk aanschoof bij PvdA, VVD en D66 om te onderhandelen over de begroting voor 2015. Ze hebben hun wensenlijstjes mogen indienen: lastenverlichting en geld voor Defensie. Mooie doelen.

Eerder zei Arie Slob van de CU dat hij thuis zou blijven wanneer PvdA en VVD hun wens om illegaliteit te criminaliseren zouden doorzetten. Manmoedige taal. Maar dergelijke harde voorwaarden heb ik van de week niet gehoord bij het onderwerp dat veel dichter bij het hart van de christelijke politiek ligt, of daar misschien wel het hart van vormt. En dat begrijp ik niet.

lege handen

Je bent nodig om een coalitie aan een meerderheid in het parlement te helpen. Je stelt je constructief op en neemt zelfs risicos met betrekking tot je eigen achterban. En ondertussen beperken je gesprekspartners een van de vrijheden die je het meest aan het hart gaan en waarvoor je ooit bent opgericht. Eigenlijk snap ik gewoon niet waarom je je daarvoor zou lenen.

Ik merk dit niet op omdat ik er lol in zou hebben om SGP en CU hinderlijk te volgen. Ik had al langer mijn twijfels op dit gebied, maar aarzelde om daar uiting aan te geven, ook op deze plaats. De vrijmoedigheid kreeg ik toen ik een rechts-liberale (oud-)politicus sprak die het ook niet begreep, en mij toevertrouwde dat de houding van SGP en CU hem deed denken aan die van de Joodse Raad ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Je werkt mee, wordt vriendelijk bedankt, maar uiteindelijk sta je met erg lege handen.

Het zijn mijn woorden niet. Maar ze geven te denken.

Dr. Bart Jan Spruyt is voorzitter van de Edmund Burke Stichting, een conservatieve denktank. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Columns

meer ‘Columns’