8 februari 2014 om 07:58

Nieuws Ad de Bruijne

Olympisch gemoraliseer

Voor een ethicus als ik vormen grote sportevenementen als de Olympische Spelen altijd weer een verzoeking. Zij roepen de moralist in je wakker.

Natuurlijk ben je als ethicus meer dan gemiddeld gevoelig voor het onrecht waarmee dit festijn gepaard gaat. In de Russische schijndemocratie gebeurt alles ter meerdere eer en glorie van patriarch Putin en vadertje staat. Zelfs koning Willem-Alexander en premier Rutte ontkomen niet aan symbolisch huldebetoon. Intussen is die schijndemocratie in allerlei opzichten ronduit dictatoriaal. Rechten van minderheden worden met voeten getreden. Achter het al te dunne gordijn van beschaving gebruikt de staat grof geweld tegen dissidenten. Homos botsen op legale discriminatie. Gewone mensen brengen grote offers om de spelen mogelijk te maken, terwijl de inner circle van rijken er juist rijker van wordt. Olympisch Sotjsi vormt de vlag op die modderschuit. Moeten we daaraan meewerken en daarnaar kijken?

mijn ethisch geprepareerde hart

Ook aanklachten tegen de commercialisering ontspringen spontaan aan mijn ethisch geprepareerde hart. Vroeger dacht ik dat de Olympische Spelen, als toppunt van amateurisme, aan deze onafscheidelijke schaduw van moderne topsportbeoefening ontkwamen. Maar die tijden hebben we gehad. Iemand als Sven Kramer verdient wel niet zoveel als de beste voetballers, maar vangt toch al gauw zon 1,3 miljoen euro per jaar, nog afgezien van vrijwel zekere winstpremies. Zulke inkomens zijn vanuit christelijk oogpunt bezien, in welke sector ook, per definitie onethisch.

Als christenethicus heb je bovendien een professionele profetische blik ontwikkeld die je oog geeft voor de afgodische dimensie in hedendaagse sportfeesten. Veel mensen hebben geen echte God meer. Aan een robuuste ouderwetse en herkenbare afgod zijn ze nog niet toe. Maar in plaats daarvan laten ze wel andere instanties hun leven volledig beheersen, zelfs zo dat ze er eigenlijk niet meer zonder zouden kunnen en er zeer veel voor opofferen.

Deze pseudoreligieuze status neemt zeker de moderne topsport in, niet eens altijd voor de beoefenaars zelf, maar wel voor veel toeschouwers en fans. Daarbij trekt de ideologie van de Olympische Spelen ook nog eens tranen van ontroering met beloften van wereldwijde verbroedering die in grootse openings- en sluitingsliturgieën worden gevierd. Even niet aan denken dat het inmiddels meer dan 30.000 zwaarbewapende agenten en militairen en het nodige luchtafweergeschut kost om deze religieuze illusie te beschermen. En je kon toch niet deelnemen aan de tafel van de Heer en ook aan die van de boze geesten?

U merkt, ik kom er al lekker in.

maar concerten en musea dan?

Toch gaat er iets mis bij zulk gemoraliseer. Halen wij vergelijkbare redeneringen van stal bij andere verschijnselen binnen de moderne samenleving? Waarom bezoeken we dan concerten in dure muziekpaleizen en vergapen we ons aan exorbitant hoog geprijsde schilderijen in musea? Waarom gebruiken we elektronica uit een onrechtvaardig China en bankieren we bij instellingen met foute beleggingen? Speciaal rond olympische en andere sportfestijnen is moraliseren een merkwaardig periodiek ritueel. Het verraadt dat je eigenlijk het verschijnsel sport zelf minder serieus neemt dan andere levensterreinen binnen de schepping. Maar dat lijkt me een ongegrond vooroordeel. Bovendien vallen we met zulk selectief gefrons ten prooi aan het balk-en-splintermechanisme, waarmee de meeste moralisten zichzelf verraden. Kritisch op de fouten van anderen negeren we die van onszelf.

Vooral vergeten we ermee dat we niet in een volmaakte wereld leven. Op alle levensterreinen moet je jezelf van tijd tot tijd ijverig inzetten om kwaad aan de kaak te stellen en aan te pakken, maar niet met de pretentie dat jij alles op orde kunt of moet brengen. Dat doet alleen God eens. Volgens de wijsheid van het Bijbelboek Prediker leert dat je om jezelf ondanks zulk kwaad toch op die terreinen te begeven en van tijd tot tijd zelfs te genieten van wat ze te bieden hebben.

Dus is er een tijd om misstanden rond sport te bestrijden en een tijd om sport te volgen of beter toch even moraliseren te beoefenen. Ik ga daarom gewoon weer kijken. Maar met mate net als u toch? (De moralist is nog altijd wakker.)

Dr. Ad de Bruijne is hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Columns

meer ‘Columns’