7 februari 2014 om 09:42

Nieuws Maarten Vermeulenredacteur

Bellen

In gedachten zie ik ze altijd voor me: een klein bureau, een stoel met versleten bekleding, een klein scherm voor hun neus en een koptelefoon op hun hoofd, die waarschijnlijk klemt en op warme dagen extra irriteert.

Geen ramen in de zaal, van andere mensen gescheiden door manshoge schotten, gevangen in voorgeprogrammeerde scripts en een baas voor wie ze zo bang zijn dat ze niet eens een telefoontje durven doorschakelen. Daarom doe ik altijd extra aardig tegen callcentermedewerkers. Zij kunnen het ook niet helpen (bij de Belastingdienst geven ze zelfs vaak het verkeerde antwoord).

Het is daarom leuk ze even te laten ontsnappen uit het script. Zeg iets geks. Wat zie je er leuk uit, blijkt zeer effectief. Daar gaan ze van stotteren. Het maakt trouwens uit of jij belt of zij. In het laatste geval kun je ze even in de wacht zetten en ondertussen een klein liedje zingen. Soms hangen ze dan op, dat is jammer. Heb je zelf gebeld, dan vragen ze vaak of je nog andere vragen hebt. Zon kans moet je nooit laten liggen...

Columns

meer ‘Columns’