1 februari 2014 om 09:46

Nieuws George Harinck

Schuldige plek, dicht bij huis

Ik heb een schuldige plek gevonden. Vlak bij mijn huis nota bene, in mijn straat.

Daar horen schuldige plekken natuurlijk niet. Die horen buiten mijn leefomgeving te liggen, aan de rand van de stad, of in elk geval gemarkeerd te zijn met een officieel bordje: schuldige plek. Auschwitz is zon plek en de hele Knesset kwam dat op 27 januari, Holocaust Day, nog eens bevestigen. Er zou daar eigenlijk geen gras meer mogen groeien, maar de natuur trekt zich niets aan van schuld. Daarom is het goed dat Auschwitz officieel tot schuldige plek is verklaard. De autoriteiten spannen zich in het gras er kort te houden. Want daar is het gebeurd. Daar.

kamp Amersfoort

In Nederland behoort Kamp Amersfoort tot de schuldigste plekken. Er leiden richtingaanwijzers naartoe en er staat een hek omheen. De Hollandsche Schouwburg in Amsterdam is op soortgelijke wijze gemarkeerd. Prima. Dat zijn echte schuldige plekken.

Waar ik leef, is het misschien niet helemaal onschuldig, maar toch, het is geen plek die geabsorbeerd is door het kwaad dat er is geschied. Het onderscheid tussen schuldige plekken en andere plekken is belangrijk. We willen allemaal een grens trekken tussen ons en het kwaad. Zeg nu zelf: wie wil er op een plek wonen die getekend is door het kwaad? Een schuldige plek bezoek je, maar je blijft er natuurlijk niet.

De eerste keer dat ik naar Italië reed, stelde ik bij München met open mond vast dat er zo iets bestond als een afslag Dachau. Ik ken iemand die in Hollywood geboren is. Het eerste wat door mijn hoofd schoot toen hij dat vertelde was: zou zijn moeder of vader op het witte doek hebben geschitterd? Eenzelfde, maar dan zwarte associatie heb je onwillekeurig bij iemand die zegt: Ich bin Hans Schmidt aus Dachau.

Maar nu is daar die schuldige plek in mijn straat. Er is geen bordje te bekennen, geen hek te zien en er is ook geen struikelsteen in het trottoir die eraan herinnert. Ik las het op internet en weet nu precies welk huis het is. Ik ben er al een paar keer langs gelopen, schielijk een bik naar binnen werpend. Zouden de huidige bewoners het weten?

In dat huis woonde de gereformeerde predikant Sjouke Rijper met zijn vrouw Anna en veertien kinderen. Hij kwam in 1933 in de straat wonen, eerst aan de overkant, later in het huis dat in 1944 schuldige plek zou worden. Er zijn op internet fotos uit die jaren van het gezin bij het huis en ik kijk er minuten naar, alsof mij een blik in het paradijs gegund wordt: er is dan nog geen schuld die deze plek stempelt.

Dat verandert op donderdagavond 16 november 1944 van het ene op het andere moment. Nederlandse politieagenten en landwachters arresteren de Rijpers in hun huis op verdenking van verzetsactiviteiten. Ze vinden belastend materiaal en ook wapens. Het gezin wordt lopend afgevoerd en eindigt in Kamp Amersfoort. Op 18 november worden daar de zonen Klaas en Frans gefusilleerd; de familie komt het pas na de oorlog te weten.

goed vaderlander

Sjouke Rijper was ervan overtuigd dat hij niets anders gedaan had dan een goed vaderlander behoort te doen. Hij is ziek en krijgt op 28 november te horen dat hij het kamp uit mag, naar huis. Jas aan, hoed op, bijbel weer in zijn zak, wandelstok in de hand, zo verlaat hij het kamp. Ze lopen echter niet naar huis, maar worden geleid naar een kuil. Rijper begrijpt het en pakt zijn bijbel. Die wordt afgepakt en in de kuil gegooid, samen met zijn stok, door midden gebroken: Legt an! Feuer!

Er is na de oorlog een ouderling geweest die Anna Rijper voorhield dat wie het zwaard opneemt, erdoor zal omkomen. Ik moet aan de ouderlingen uit Maarten t Harts Een vlucht regenwulpen denken: ze hebben dus echt bestaan. Maar de gemeenteraad van Amersfoort besloot in 1976 een straat naar Rijper te vernoemen.

Zijn huis werd betrokken door een landwachtersechtpaar dat Rijpers inboedel verpatste. Nu staat het huis er onbewogen bij. Maar ik weet het. In mijn straat is een schuldige plek. Wat moet je doen? Je schoenen uitdoen? Een minuut stilstaan? Doe-het-zelf herdenken zonder bordje of hek, het valt niet mee. Maar ontkennen helpt niet; het feit zit al in mijn hoofd. Ik moet leren leven met schuld. Geweld schendt ook mijn veilige grenzen. Er is een schuldige plek, nota bene in mijn eigen straat. Hier.

Dr. George Harinck is hoogleraar aan de VU in Amsterdam en aan de Theologische Universiteit in Kampen (Broederweg). Op beide locaties is hij tevens directeur van een historisch documentatiecentrum. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Columns

meer ‘Columns’