28 januari 2014 om 09:53

Nieuws David de Jong

Versluierende kerktaal

Al langer was ik van plan eens een columnpje te wijden aan kerkelijk Nederlands. Vooral het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden is een beschouwing waard. De mooiste voorbeelden daarvan heb ik onthouden. Mijn herinnering loopt van rijke verbondsvoorzienigheid tot zondige zonde.

Ik heb echter besloten deze keer stil te staan bij een vorm van versluierend taalgebruik waaraan ik mezelf ook schuldig maak. Voorbeeld uit een column van vorig jaar: Misschien wordt er in vrijgemaakte kring zo oorverdovend gezwegen bij het overlijden van ds. Hoorn omdat zijn naam herinneringen oproept aan een bekrompenheid waar men zelf ook niet vies van geweest is.

vriend

Waarom men? Omdat men het midden houdt tussen ze en we. Had ik geschreven: waar ze zelf ook niet vies van waren, dan had ik met een beschuldigende vinger naar anderen gewezen. Had ik geschreven: waar we ook niet vies van waren, dan had ik ook met een beschuldigende vinger naar mezelf gewezen. Door men te gebruiken wees ik naar niemand, maar wel met een beschuldigende vinger.

Mijn gebruik van het woordje men is dus een goed voorbeeld bij Spreuken 26 vers 19 en 20: Zoals een dolleman maar in het wilde weg schiet, met brandende pijlen dood en verderf zaait, zo is iemand die zijn vriend bedriegt, en zegt: Het was maar voor de grap. Het spijt me.

verlegenheid

Toen ik in het rapport voor de vrijgemaakt-gereformeerde synode over de vrouw in het ambt het woordje men op dezelfde manier gebruikt zag worden, moest ik dan ook in de eerste plaats terugdenken aan mijn eigen column van een jaar terug. Ik zou het daarbij kunnen laten. Toch doe ik dat niet, omdat het gebruik van het woordje men me bepaalt bij de verlegenheid die ikzelf voel, zodra het over vrouw en ambt gaat.

Naar aanleiding van Paulus woorden in 1 Timoteüs 2 Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva zeggen de opstellers van het rapport: De vraag rijst of men niet achteraf aan het argument van de scheppingsorde een bepaalde meerwaarde heeft toegekend, waarbij het begrip scheppingsorde een vrijwel tijdloos theologisch concept geworden is.

openlijk

Op wie slaat dat woordje men? Op Paulus? Dat zullen de opstellers ontkennen. Men heeft immers pas achteraf een meerwaarde aan het argument van de scheppingsorde toegekend. De schrijvers wekken dan ook de indruk dat zij niet met Paulus van mening verschillen, maar met ? Toch kunnen alle argumenten die zij inbrengen tegen het beroep op 1 Timoteüs 2, zonder problemen gelezen worden als argumenten tegen Paulus zelf. Hun gebruik van het woordje men verraadt dan ook dat ze het niet aandurven openlijk met Paulus van mening te verschillen.

Maar ik begrijp dat ze dat niet doen. Daarmee zou een grens overgeschreden worden waar ik zelf ook voor wil blijven staan. Want ik geloof dat de Here mij dwars door die mij soms al te menselijke woorden van zijn apostel heen wil aanspreken.

geheimenis

Op dit moment kan ik het niet anders zien dan dat de schoonheid van de verhouding tussen man en vrouw, zoals God die voor ogen stond toen Hij het huwelijk instelde, te groot is om haar binnen het huwelijk op te sluiten.

Op die toon sprak Paulus in 1 Korintiërs 11 en Efeziërs 5, toen hij het geheimenis van het huwelijk toepaste op de kerk. Maar op die toon sprak hij niet in 1 Timoteüs 2. Wellicht kon een apostel in de eerste eeuw volstaan met een snelle verwijzing naar Genesis 2 en 3, maar de kerk in de 21e eeuw kan daar niet meer mee volstaan. Inmiddels is dat niet alleen te kort door de bocht (Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva. En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod), maar ook onnodig kwetsend (Ze zal worden gered doordat ze kinderen baart).

spoor

Als de kerk hetzelfde wil zeggen als Paulus mannen en vrouwen in dienst van het evangelie moeten elkaar niet verdringen, maar aanvullen zal zij hetzelfde anders moeten zeggen. Gelukkig zet diezelfde Paulus haar daarvoor al op een spoor: Echter, in hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man, en ook de man niets zonder de vrouw.

Haar: de kerk? Paulus zette in elk geval mij op een spoor. Al was het alleen omdat dat woord uit 1 Korintiërs 11 de tekst is waar mijn vrouw en ik mee getrouwd zijn.

David de Jong is predikant van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Den Ham. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Columns

meer ‘Columns’