25 januari 2014 om 08:25

Nieuws Rikko Voorberg

Amsterdams gedachte-experiment

Als je een gemeente gaat stichten in de Amsterdamse kunstscene is een afkeer hebben van homoseksuelen niet aan te raden. Er waren momenten dat mijn halve team bestond uit homos of lesbiennes. En dat was voor iedereen de normaalste zaak van de wereld. Maar ik kom van ver. Want ik kende homoseksualiteit alleen uit de harde grappen op school. En vond het idee van een man die een man kust smerig.

We kenden geen homos. Toen ik aan pa voorlegde dat toch één op de tien mannen homo is, merkte hij op dat dit in onze kerk echt niet het geval was. Er was toen nog nooit iemand naar hem toegekomen, om te zeggen dat hij homo was. Hadden we een bord voor onze kop? Zelfs als dat het geval was, wilden we het graag zo houden.

In Nederland vinden we weerzin tegen homos allang niet meer politiek correct. In Rusland is dat anders. Het EO-programma 3Onderzoekt liet de ongebreidelde agressie zien die plaatsvindt als de weerzin door cultuur en maatschappij wordt gevoed. Mijn Twitter en Facebook stonden bol van de verontwaardiging. En ik begon te denken. De afkeer, de angst van de Russische agressievelingen, was die werkelijk iets totaal anders dan de afkeer die ik in mijn onderbuik voelde, vroeger? Zijn de meeste heteroseksuelen, zeker als het religieus is gevoed, niet eigenlijk ook heel bang dat hun kind de keus heeft homoseksueel te zijn? Net als die agressieve Rus.

In de Bijbel heet homoseksualiteit gruwelijk. Mijn vroege weerzin, gevoed door het onbekend-maakt-onbemindprincipe, werd religieus gestaafd. Want God vond het smerig toch? Een gruwel? Geen enkele theologische reden om aan het idee te wennen. Het was dat ik een gemeente ging stichten met kunstenaars in Amsterdam, anders was ik er nog steeds niet aan gewend.

Het overviel mij opeens afgelopen week: joden gruwden en gruwen van varkensvlees. Onrein eten. Tot dat visioen. De door religieuze wetten gevormde onderbuik krijgt een gevoelige klap. Petrus wordt gevraagd onrein vlees te eten, omwille van de verspreiding van het evangelie. Paulus vecht ervoor varkensvleesetende heidenen en Messiasbelijdende Joden om één tafel te krijgen. Omwille van Christus.

Over homoseksualiteit is zoiets nooit gezegd. Maar trouwe homoseksuelen die vroegen om een zegen van God, bestonden toen ook nog niet. Ergens hoop ik op een nieuw wit kleed uit de hemel, zon Petrusvisioen. Iets wat ruimte geeft aan de liefde die ik zie, de opoffering, het beeld van Christus en zijn gemeente zoals je dat soms bij een heteroseksuele relatie ook ziet. Maar helaas. Geen visioen. Toch genoeg reden in het evangelie om het heteroseksuele gegruw af te leren. Wat je er theologisch ook van vindt. En daarvoor is het wel handig om veel homoseksuelen te kennen. Het helpt.

Columns

meer ‘Columns’