3 oktober 2013 om 10:53

Nieuws Liesbeth Goedbloed

Mooi verdriet

Het is misschien wel de laatste zonnige dag en ik zit buiten, mijn wangen warm van de zon, maar de melancholie van de herfst al in het bloed een melancholie die nog wordt aangewakkerd door bloedrode bladeren en spinnenwebben die betraand in het glasheldere licht hangen.

De bramen zijn nog nooit zo zoet geweest en we plukken het laatste van alles: sperziebonen, aubergines, tomaten. Nog even en het grote sterven gaat beginnen. Dit is dus de ideale tijd voor poëzie, voor Rainer Maria Rilkes Herbsttag bijvoorbeeld. Wie nu alleen is, zal dat heel lang blijven, / zal wakker liggen, lezen, lange brieven schrijven / en rusteloos door de straten dwalen / als de bladeren vallen.

Of voor Marsmans Zonnige septembermorgen. Genees mijn hart dat in den zomer / zo ruw en rood gehavend werd; / genees het in het klare stromen / voordat het droef en avond wordt. Maar mijn kritische, moderne geest komt in opstand tegen dit ouderwetse verdriet. Harten worden toch niet ruw en rood gehavend? Vroeger misschien, toen de mensen verdriet en schoonheid nog met elkaar verwarden. Tegenwoordig doen we dat beter.

bezondigen

Als onze harten ruw en rood gehavend zijn, dan worden die verbonden met psychologenproza. Alleen op zonnige herfstdagen kan ik mijn moderne geweten sussen en me bezondigen aan negentiende-eeuwse sentimenten: dan lees ik melancholische gedichten, zucht diep en pink een traantje weg. Toch jammer dat vroeger voorbij is.

Columns

meer ‘Columns’