10 juni 2013 om 08:13

Nieuws Bernhard Reitsma

Moslims en randen van de kerk

Een randloze kerk. Daarvoor pleitte Harmen van Wijnen onlangs in IDEA, het magazine van de Evangelische Alliantie.

Kerk zijn zonder te denken in termen van binnen en buiten en van wij en zij. Naast herkenning riepen zijn gedachten kritische vragen op. Hoezo kerk zonder rand? De gemeente is toch geheel anders dan de wereld? Zij is heilig tegenover werelds, licht tegenover de duisternis. De doop is toch de grens tussen binnen en buiten?

Theoretisch is dat natuurlijk waar. De kerk is de gemeenschap van mensen die Christus volgen. Als je dat echter concreet wilt maken, dan is het niet meer zo simpel. Waar begint de kerk dan precies en waar houdt ze op?

Het zijn met name asielzoekers die dat aan den lijve ervaren. Er zijn diverse verhalen bekend van islamitische vluchtelingen die in hun eigen land of hier tot geloof gekomen en gedoopt zijn. Voor de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) is die doop helemaal geen duidelijke rand van de kerk. De IND lijkt soms uit te gaan van een schijnbekering totdat het tegendeel blijkt.

Dat iemand zich heeft laten dopen, zegt daarbij heel weinig, hoeveel oprechte christenen er ook getuige van zijn geweest. Vaak kunnen deze asielzoekers ook niet zo heel veel over het christelijk geloof vertellen. Ze hebben moeite met het benoemen van de christelijke feestdagen, denken gauw aan carnaval en Sinterklaas (wat formeel overigens inderdaad een christelijk feest is). Ze kennen heel vaak de Bijbelboeken van Oude en Nieuwe Testament niet, verwarren Petrus met Paulus en weten niet het verschil tussen de zuivere leer en ketterijen.

Maar ze zijn wel geraakt door de liefde van Jezus, zijn door Hem genezen van een ziekte of hebben Hem in een droom ontmoet. Ze weten zeker dat ze bij Jezus willen horen. Voor de IND is dat lang niet altijd genoeg en krijgen ze geen verblijfsvergunning. Als staan ze dan formeel binnen de rand van de kerk, voor de IND horen ze erbuiten. Om eerlijk te zijn kunnen kerkenraden die strak de rand van de kerk bewaken, daar niet eens zoveel tegen inbrengen.

Dit speelt veel breder voor moslims die tot geloof komen in Jezus Christus. Op de een of andere manier zijn ze door Hem geraakt, ervaren ze door Jezus diepe vrede en willen ze alleen maar Hem volgen. In hun handelen en denken lijken ze echter, zeker in het begin, nog heel islamitisch. Langzaam leren ze anders leren en anders leven. Sommigen hebben in het begin nog een heel hoge waardering voor Mohammed. Anderen blijven de Koran lezen en respecteren. Weer anderen blijven vasthouden aan bepaalde rituelen en feesten. De meesten zullen zich ook geen christen noemen, omdat het christendom in de geschiedenis bij heel veel onbijbelse dingen betrokken is geweest. Ze noemen zich liever volgelingen van Jezus Christus.

Hoe weet je dan toch dat ze christen geworden zijn? Daarvoor is geen strak criterium te geven. Iemand die veel met christenen met een moslimachtergrond te maken heeft, zei eens: Wanneer een moslim precies over de streep is, is niet zo makkelijk te zeggen. Het is zelfs niet simpel aan te geven waar die streep dan precies loopt. Waar ik vooral naar kijk, is of iemand de goede richting is ingeslagen, of hij of zij naar Jezus toegroeit of van Hem wegloopt. Dat is voor mij belangrijker dan dat iemand volgens een bepaalde christelijke traditie over de door hen gedefinieerde grens is gegaan.

Geldt dat vandaag ook niet voor veel jongeren die in onze Nederlandse context op zoek zijn naar betekenis in hun leven? Wie kan vandaag nu precies aangeven wanneer hij of zij over de rand is. Is het überhaupt wel mogelijk op min of meer formele gronden te bepalen wie binnen is en wie buiten? Waren het in de tijd van Jezus niet de Farizeeërs die daar erg goed in waren? Jezus verwijt hun telkens dat wat je aan de buitenkant ziet, lang niet altijd iets zegt over de binnenkant. Alleen God kent het hart en oordeelt op grond daarvan; wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is voor God een gruwel (Lucas 16:15).

Denk daarom niet te snel dat je zelf rechtvaardig bent en de anderen onrechtvaardig (Lucas 18:9). Al zijn we ook heel bewust en confessioneel/reformatorisch/evangelisch christen, laten we voorzichtig zijn met onze kerkmuren. De kerk heeft grenzen, zeker, maar alleen God weet hoe; alleen Hij weet wie er bij Hem hoort, in en buiten de kerk. Laten we de zaak dan niet al te zeer dichttimmeren, maar ons telkens weer door Hem laten verrassen.

Dr. B.J.G. Reitsma is hoogleraar aan de VU voor de bijzondere leerstoel kerk in de context van de islam. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Columns

meer ‘Columns’