29 mei 2012 om 10:07

Nieuws Gerard den Hertog

Meer dan een fraaie werkplaats

Vorige week heb ik een conferentie in Oxford bijgewoond over let op de formulering! het christendom en de bloei van de universiteiten. Het ging om de vraag hoe de universiteiten weer tot bloei kunnen komen.

Bij de opening kwamen drie theologen aan het woord, die hun indruk gaven van de huidige situatie in respectievelijk de Verenigde Staten, Engeland en de rest van West-Europa. Ze waren het goeddeels eens. De druk van de economie laat zich steeds meer voelen, er is een toenemend accent op wat meetbaar is en de universiteiten worden in onderlinge competitie tegen elkaar opgejaagd.

De Kroatische theoloog Miroslav Volf gebruikte het volgende beeld voor de universiteit van vandaag: het is een van buiten af fraai uitziende, moderne werkplaats met een keur aan gereedschap. Maar waar is de ziel?

problemen

De vraag of de universiteit meer is dan een groot laboratorium waar enkel de resultaten tellen is niet puur academisch. Een deelnemer stelde de vraag: Is de economische crisis mogelijk mede veroorzaakt door de teloorgang van de universiteit als hoeder van het collectief moreel bewustzijn? Als we vrijwel uitsluitend denken in termen van economisch nut en op basis daarvan meten en concurreren, is die vraag minstens het overwegen waard.

De organisator van de conferentie, Nigel Biggar, plaatste enkele relativerende opmerkingen. Allereerst heel nuchter: de problemen van vandaag hebben te maken met de massale toestroom tot de universiteit in de laatste decennia.

relevantie

Als zovele jongeren vandaag de kans krijgen universitair onderwijs te volgen brengt dat onvermijdelijk met zich mee dat er meer geld naar toe moet. Dat geld moet ergens vandaan komen. Vervolgens is dan de eis dat dit instituut moet voorbereiden op de arbeidsmarkt ook alleen maar redelijk. We moeten wel met beide benen op de grond blijven.

Biggar tekende ook aan dat, als we zouden doen of de beoefening van wetenschap omwille van zichzelf hét kenmerk van ware wetenschap is, we geschiedvervalsing plegen. Het ideaal van de geleerde die in een eigen wereld leeft en wetenschap omwille van zichzelf beoefent zonder te vragen naar maatschappelijke relevantie is een product van de tweede helft van de negentiende eeuw.

vormingsideaal

Als dat ideaal het vertrekpunt voor ons protest is dienen we ons af te vragen hoe christelijk het is.Een andere spreker, David Hempton, betoogde dat het belang dat christenen door de eeuwen heen bij de universiteit hebben gehad toch een andere richting uitging dan die van pure wetenschap.

Aan de hand van enkele christelijke bewegingen uit de tijd na de Reformatie de Jezuïeten, de Hallese piëtisten en de Engelse methodisten liet hij zien hoe een krachtige geloofsovertuiging, sociaal engagement en een vormingsideaal samengingen.

conferentie

De Jezuïeten deden niet alleen aan intellectuele vorming, maar hun opvang van prostituees en hun kinderen was een effectieve spaak in het wiel van de seksindustrie van destijds. In de zorg voor wezen en door oorlog getroffenen vormden de Hallese piëtisten een sociale voorhoede tot en met advertenties in Engelse kranten, waarin het probleem werd benoemd en opgeroepen werd zich actief in te zetten. En daarnaast ook het onderwijs prioriteit gaf.

Daarmee hebben we het belangrijkste probleem te pakken. Waar laten we als kerken vandaag een dergelijk samengaan van een stevige geloofsovertuiging, maatschappelijke betrokkenheid en een inzet voor goed onderwijs zien? Op de conferentie was ik de enige deelnemer uit ons land. Maar Nederland was ook in een ander opzicht afwezig.

theologie

De naam van Abr. Kuyper werd op de conferentie niet genoemd, terwijl bij hem de drie geschetste elementen toch ook te vinden zijn. We kunnen het verleden niet herhalen, maar we zouden dwaas zijn als we ons er niet aan zouden spiegelen. Leeft alleen in de landen om ons heen het besef dat we als christenen een bepaald belang bij de universiteit hebben, waarbij ze ook kan floreren?

Misschien doen we er in ons land goed aan om daarbij ook de scherpe vraag van Volf mee te nemen: Hoe zou je vandaag de universiteiten in goeden gemoede kunnen vragen de theologie een plek in haar midden te geven, als die theologie God voorstelt als niet meer dan een kosmische therapeut en een religieuze butler?

Dr. G.C. den Hertog is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.