18 mei 2012 om 11:56

Nieuws Roel sikkema

Taaltekens: Taaltoerisme

Waarom willen de Lappen geen Lappen genoemd worden? Immers, hun naam is gewoon een woord uit hun eigen taal dat toepasselijk verwijst naar de rendierhouderij, en hun gebied noemen ze wel Lapland. Deze en andere vragen krijgen een antwoord in het boek Taaltoerisme. Feiten en verhalen over 53 Europese talen (uitg. Scriptum, Schiedam 2012. 176 blz. 16,-) dat journalist Gaston Dorren samen met de Duitse taalgeleerde Jenny Audring schreef.

Wat die Lappen betreft, hun negatieve gedachte over zichzelf is gelegen in een buurtaal, of beter gezegd de taal van een van de landen waarin Lappen wonen: het Zweeds. In die taal verwijst het naar geweven stof, net als in het Nederlands, maar er zit ook dezelfde gevoelswaarde aan. Het woord stof is redelijk neutraal, maar lappen hebben iets minderwaardigs: poetslappen, lompen en zo. Daar willen de Lappen niet mee geassocieerd worden en daarom noemen ze zich ook Sami.

Iedere taal heeft zn eigenaardigheden en Dorren en Audring hebben er heel wat verzameld voor dit boek. Zoals over de eigenaardige gewoonte van sommige Oost-Europese talen vooral de Baltische talen hebben er een handje van om buitenlandse persoonsnamen te vertalen. Wij kennen dat verschijnsel ook wel bij plaatsnamen, maar we zullen Hillary Clinton toch niet verbasteren tot Hilarija Klintone (Lets) of Hillari Klinton (Albanees). Tsjechen en Slowaken doen het nog weer anders, die vervrouwelijken dergelijke namen op een manier die we ook uit het Russisch kennen: Hillary Rodhamová Clintonová.

Nu kunnen wij dit vreemd vinden, maar vroeger waren dergelijke vertalingen ook buiten Oost-Europa heel gewoon. Dorren wijst op de naam van Karel de Grote, die onder meer Charlemagne, Karl den Store, Carlos Magno of Kaarle Suuri heet. En wat te denken van de bekende Noord-Franse theoloog die ter wereld kwam als Jehan Cauvin? In het hedendaagse Frans heet hij Jean Calvin, maar in andere talen is zijn achternaam veranderd in bijvoorbeeld Calvino, Kalvyn, Kalwin, Calví en Kalvinas, dus het is nog niet zo gek dat hij bij ons Calvijn heet.

Allerlei taaleigenaardigheden passeren de revue, en Dorren schrijft er losjes en humoristisch over. Zoals over de Finnen met hun idioot lange woorden. Let maar eens op gebruiksaanwijzingen, de Finse versie is altijd langer dan die van de andere talen. Maar een volk dat zo veel bomen tot zijn beschikking heeft om papier te maken, vindt dat niet zon probleem, schrijft Dorren.

En, weleens een tekst in het Ests gezien? Dorren verbaasde zich over het grote aantal Nederlandse woorden dat hij tegenkwam. En dan niet alleen termen uit de scheepvaart, die in heel wat talen uit het Nederlands afkomstig zijn. Nee, het Ests kent bekende woorden als roos, tulp, aster, gerbera, maar ook piloot, diplomaat, kool, planeet, vulkaan. Of heel gewoon: klooster.

De lijn van onze taal naar het Ests loopt volgens Dorren via het Duits. Dat is de vraag, bij die taal denken we meer aan het oude Hoogduits, terwijl de lijn via het Nederduits loopt. Dorren noemt dat ook wel, maar stelt ook dat het Ests een Nederlandse spellingsregel heeft: schrijf lange klinkers altijd dubbel. Het Duits doet dat haast nooit, maar het vroegere Nederduits? Dat leek meer in de middeleeuwen meer op het Nederlands dan Dorren hier suggereert.

Wie na het lezen van dit amusante en tegelijk leerzame boek nog meer wil weten, kan terecht op taaltoerisme.nl