4 mei 2012 om 11:34

Nieuws Roel sikkema

Taaltekens: Organist? Bah, vies woord...

Wat is het geheim van Paulien Cornelisse? In 2009 schreef ze Taal is zeg maar echt mijn ding, waarin ze allerlei kromme taaluitingen op de hak nam. Het publiek vond het prachtig, er werden meer dan honderdduizend exemplaren van het boek verkocht.

In februari verscheen een opvolger, En dan nog iets (uitg. Contact, Amsterdam/Antwerpen 2012, 224 blz. 12,50). Een boek dat intussen ook al meer dan honderdduizend keer over de toonbank is gegaan.

Wat is het geheim van Cornelisse? Wat maakt deze boeken zo geliefd? Nou, in ieder geval niet het verhaal, de plot. Er zit geen kop of staart aan. Het lijkt of Cornelisse allerlei opmerkingen die ze tegenkomt opschrijft en ze dan in willekeurige volgorde uitwerkt. Dat klopt. In een gadgetrubriek in Elsevier zegt Cornelisse dat ze de hele dag aantekeningen in haar smartphone maakt. Die komen dan later misschien in een column of een boek terecht.

mededeling

Taal is meer dan een code waarin een spreker een mededeling overbrengt naar een hoorder. Mensen zeggen soms iets anders dan ze bedoelen en de ontvanger denkt soms aan andere dingen dan die hij hoort. Woorden hebben soms een gevoelswaarde die voor personen heel verschillend is. Een voorbeeld? Ik ken iemand die het woord verbandje niet kan horen zonder over haar nek te gaan. Hetzelfde heeft ze met wondje. Nu vind ik wondje en verbandje ook alle twee niet zulke lekkere woorden, maar ik neem er niet echt aanstoot aan, aldus Cornelisse.

Nee, dan het woord organist. Ik vind organist een heel vies woord, waarschijnlijk omdat het beelden oproept van orgaanvlees. (...) Organist. Organist. Orrrganist. Bah. Wat zou Cornelisse vinden van het idee van de oude Jan Zwart die voorstelde organist te vervangen door orgelist? Of levert dat weer associaties op met oneerlijke lieden, die het achter de elleboog hebben?

emotie

Kortom, taal is emotie. Dat zie je ook bij Cornelisses opmerkingen bij combinatiewoorden. Terwijl veel mensen samentrekkingen als yoghonaise, consuminderen en wetenswaardevol wel creatief vinden, rilt Cornelisse ervan. Hoewel... Toch bedenk ik zelf ook wel eens een jolige samentrekking en dan wordt ik er juist helemaal warm van. Een voorbeeld is het woord gespruzie, een samentrekking van gesprek en ruzie. Iedereen begrijpt meteen wat er bedoelt wordt: een gesprek dat uiteindelijk ontaard in een ruzie. Nooit omgekeerd. Dan zou het ook geen gespruzie heten, maar een rusprek. En dat klinkt voor geen meter.

In een boek over eigenaardigheden in de taal past volgens Cornelisse ook een stukje over schelden en vloeken. Dat mag zo zijn, maar dat je zomaar op een negatieve manier omgaat met de diepste gevoelens van gelovigen, gaat er bij Cornelisse kennelijk niet in. Jammer, het zorgt voor een klein smetje in een verder amusant en leesbaar boek.

Columns

meer ‘Columns’