21 maart 2011 om 08:17

Nieuws Aad Kamsteeg

Bidden voor Japan

In de afgelopen weken hebben christenen veel gebeden voor het zwaar geslagen Japan, ook in Nederlandse kerken.

Maar beseffen we wel hoe anders de Japanse samenleving is dan de onze? Misschien hebben predikanten gevraagd of de ramp van aardbeving, tsunami en kernstraling Japanners ertoe mag brengen eigen onmacht te erkennen en zich van God afhankelijk te weten. Maar kennen Japanners God überhaupt wel?

Op het eerste gezicht lijkt er misschien niet zo'n grote kloof tussen de Japanse en westerse samenleving te bestaan. Als journalist was ik in Tokio, Kobe, Saga-Gun en Nagasaki en ontmoette aanvankelijk vooral herkenbare moderniteit: technologisch hoogontwikkelde bedrijven, snelle communicatie, een sterk nuttigheidsdenken, materialisme, hoge percentages zelfmoorden.

Maar naast torenhoge gebouwen stonden overal ook tempels, schrijnen en andere rituele objecten. Het is allemaal een beetje vreemd. Zo'n twee derde van de Japanners zegt geen enkele religie te hebben. Seculier dus? Maar hoe kan het dan dat een minstens even grote meerderheid ook zegt wel shintoïsme en boeddhisme aan te hangen?

In Saga-Gun logeerde ik bij het Japanse gezin van een Engelse leraar Nakamura, keurig in het pak, van alle moderne markten thuis. Maar 's avonds wijdde hij mij in de oeroude shugendo-cultus in, een mengsel van bergascese en shingon-boeddhisme. Die hedendaagse heer Nakamura zei me dat alle levende wezens iets hebben van de uitstraling van de Dainitji, de Boeddha die het hart van de kosmos vormt. Die moderne meneer Nakamura trok geregeld de bergen in, woonplaats van geesten, om bovennatuurlijke krachten te verkrijgen. Hij kon met blote voeten over brandende kolen lopen.

Vandaag de dag zijn er niet veel grote volken als dat van Japan waar het christelijk geloof nooit echt is doorgebroken. Zelfs in het Verre Oosten niet. Op maar een uurtje vliegen van Tokio ligt Zuid-Korea. De Bijbel is er een sterke kracht in de samenleving geworden. En neem China. Het aantal christenen is daar stormachtig gegroeid. In Japan daarentegen wordt hoogstens één procent van de 127 miljoen bewoners tot het christendom gerekend.

Is de oorzaak dat christendom als een geïmporteerde religie wordt beschouwd? Misschien. Maar waarom schoot het uit India gekomen boeddhisme hier dan wel wortel? Herinnert men zich soms dat in het kielzog van missionarissen en zendelingen ook kooplui en militairen meekwamen? Misschien. Maar dat was in Zuid-Korea en China niet anders. Er is duidelijk een dieperliggende oorzaak: het religieuze denken van de Japanner staat volstrekt haaks op het evangelie.

Alle moderniteit ten spijt is de Japanse geest doordrenkt van een in een ver verleden ontstaan shintoïsme, dat anders dan christendom, islam en hindoeïsme geen heilige boeken kent. De Japanner heeft in feite niet veel belangstelling voor het boventijdelijke. Hij heeft weet van natuurgeesten die in bergen, bomen, zeeën en winden wonen. Ze kunnen de mens beschermen, maar ook veel pijn doen. Maar zijn geloof is vaag, gemixt met andere religies en vooral: wars van absolute waarheid.

De Japanse shinto, wat zoveel als 'weg der goden' betekent, heeft nooit religieuze of filosofische dogma's ontwikkeld. K.G. van Wolferen, die een standaardwerk onder de titel Japan, de onzichtbare drijfveren van een wereldmacht schreef, heeft het over amorele kenmerken: er functioneren geen algemeen geldende normen en waarden. De gedachte dat er een almachtige God is die gehoorzaamheid vraagt, schrikt de Japanner af. Het verschil is levensgroot. Christenen kennen grote betekenis toe aan schuld en verzoening. Japanners leven in een schaamtecultuur en zijn vooral bang voor gezichtsverlies.

Kan een verschrikkelijke ramp eraan meewerken dat Japanners hun toevlucht bij God gaan zoeken? Bij Hem is niets onmogelijk. Maar gebeurde dat in het Westen? Toen een aardbeving in 1755 met in één klap 60.000 doden de Portugese hoofdstad Lissabon verwoestte, betekende dat eerder een stimulans voor de verwereldlijkte Verlichting. 'Als God zowel goed is als almachtig, hoe kan Hij dan...?' In Japan is de kloof tussen de reactie op aardbevingen en Bijbels geloof nog veel groter.

Moet er dan niet voor Japan gebeden worden? Ja, maar te midden van zoveel rampspoed en zoveel bijgeloof dan toch vooral voor de kleine kerken, stille gasten tussen duizenden geesten en goden. Opdat zij zo levende gemeente van Christus zijn, dat er buitenstaanders komen die verwonderd uitroepen dat je wel kunt zien dat de levende God in hun midden is (1 Korintiërs 14:25).

Aad Kamsteeg is oud-buitenlandcommentator van het Nederlands Dagblad en schrijft op deze plaats twee keer per maand een column.

Columns

meer ‘Columns’