25 oktober 2017 om 03:00

Nieuws Neel Frens

Neel Frens: Vlekken

‘Mam?’ Het Frensje klinkt een beetje wanhopig. ‘Ik heb een ketchupvlek in mijn nieuwe witte shirt! Wat moet ik doen?’ Diep in mijn hart vind ik deze telefoontjes heerlijk. Geweldig als de Frensjes naar huis bellen om nog een pareltje van wijsheid aan hun moeder te ontfutselen. ‘De vlek insmeren met tandpasta en dan op zestig graden wassen.’ ‘Tandpasta? Gaat dat echt werken mam, en wat voor merk tandpasta?’ ‘Ja knul, en het merk doet er niet toe. Je zilveren ketting kun je er ook mee schoon krijgen als die zwart is geworden.’ ‘En nog wat anders mam, er zitten gelijk weer zweetvlekken in dit shirt.’ ‘Schoonmaken met citroen of laten weken in een mengsel van water en ammonia.’ ‘Ieuw, ammonia, dan is de vlek weg, maar mijn shirt ook!’ ‘Nee jongen, probeer het nu maar gewoon.’ ‘Vroeger stopte jij ook kleren in de vriezer, waar was dat voor?’ ‘Als er kauwgom of lijm op zat, dat kon je er dan de volgende dag gewoon afkrabben. En ammonia kun je ook prima in jullie studentenkeuken gebruiken voor de oven. Insmeren met groene zeep, een schaaltje ammoniak erbij en een nacht laten intrekken.’ Ik zeg er maar niet bij dat je dan nog steeds flink moet schuren en krabben, maar het helpt wel mee.

Vlekken te lijf gaan, is iets wat ik dagelijks doe en wat mij met de paplepel is ingegoten. De vlekken in de badkamer, zoals tandpasta in de wasbak. Of de vetvlekken op het fornuis in de keuken. Meestal draag ik een schort als ik kook, zodat ik hopelijk geen vlekken in mijn kleren krijg. Maar nu zit er toch een vetvlek in mijn rok. Wasbenzine is een oud vertrouwd middeltje, maar werkt volgens mij heel slecht. Nu moet ik zelf om raad vragen. ‘Volgens mij, Neel, kun je de vlek het beste te lijf met een spuitbus multi-ontvetter. Daarna gelijk wassen’, whatsappt een vriendin. Het werkt ook nog.

Als wij vroeger buiten speelden, moesten we altijd bedacht zijn op vlekken. Toen had je geen kasten vol kleren, maar een heel bescheiden garderobe. Aan tafel droegen wij een slab. Niet zo’n klein babyslabbetje, maar een flinke grote, waar mijn moeder nog verlengstukken aan had gezet, zodat de slab op het tafellaken kon liggen met daarop het bord. Alles wat je knoeide kwam zo op die slab. Als er een vriendinnetje kwam eten, was die slab een enorme bron van verlegenheid. ‘Waarom heb je geen servet?’, vroeg het vriendinnetje. ’Omdat ik nog geen acht jaar ben’, luidde het antwoord dan. Op je achtste kwam je pas tussen tafellaken en servet terecht. Dan kwam er weleens een vlek op je trui. Onmiddellijk met heet water en wasbenzine in de weer. En die rode tomatenvlek? Had mijn moeder toen maar geweten dat dat met tandpasta moest.

Columns

meer ‘Columns’