13 januari 2017 om 03:00

Nieuws Bart Jan Spruyt

Een nieuwe kerk mag niet gaan denken dat ze al 'hersteld' ís

‘Hervormd’ geldt in meer dan één kerkelijke kring als een predicaat van eer. Op zichzelf is dat niet direct begrijpelijk. Grote namen uit de geschiedenis van de kerk waren niet hervormd. Bovendien: de Nederlandse Hervormde Kerk bestaat niet meer. Een kerkelijk ideaal kan ‘hervormd’ dus slechts in afgeleide zin zijn.

Wie er ook nu nog een eer in stelt ‘hervormd’ te heten, moet doelen op een bepaalde cultuur en mentaliteit. Beide zijn door bijzondere historische omstandigheden gecreëerd. ‘Hervormd’ duidt in de eerste plaats op een geloofsovertuiging die vanaf de Reformatie vorm heeft gekregen, en die in een bijzondere situatie is beleden. Vanaf 1816 gebeurde dat in de Nederlandse Hervormde Kerk, die door koning Willem I was gecreëerd om het ideaal van de eenheidsstaat te dienen. Wat een kerk van eenheid had moeten worden, werd echter een kerk van modaliteiten, van elkaar uitsluitende en bestrijdende richtingen. ‘Hervormd’ zijn betekende dus lijden aan de kerk, confrontatie met andersdenkenden.

nieuwe context

De Nederlandse Hervormde Kerk was in vele opzichten een breuk met de aloude Gereformeerde Kerk uit de tijd van de Republiek, maar niet in alle. Ook de vaderen hadden het te stellen met een kerk die vaak ruimer was dan hun lief was.

De hervormde orthodoxie bleef in de kerk – tot 2004, toen een deel van deze orthodoxie bij de stichting van de Protestantse Kerk buiten de kerk kwam te staan. In zijn naam drukte dat deel uit dat het een hervormde kerk wilde voortzetten die hersteld was.

Daarmee zijn de ‘herstelden’ hervormd geworden in een geheel nieuwe context: een homogene kerk, die wat dat betreft zowel van de Gereformeerde als van de Nederlandse Hervormde Kerk verschilt. Dan dreigen er gevaren voor hen die eervol ‘hervormd’ willen blijven heten, zeker ook in een kerk die bedreigd wordt door identiteitsverlies als gevolg van een toestroom van bekeerde afgescheidenen.

1. Het eerste en grootste gevaar is dat de onderstroom met de traditie van vóór 2004 wordt afgesloten en opdroogt. Predikanten uit die tijd stonden een ‘gezonde lijdelijkheid’ voor. Reorganiseren moeten we eerst onszelf. Dat leidt tot de ootmoed die ons geduld doet hebben met de gebreken van de kerk (en die ons er dus van weerhoudt ze gevraagd en ongevraagd breed uit te meten), die ons doet wachten op de Heilige Geest, en ons ervan weerhoudt de reformatie van de kerk zelf ter hand te nemen. Wie voor de ontdekkende spiegel van het recente verleden gaat staan, ziet ook een breedte die waarlijk katholiek mag heten. Een theologische breedte, een gerichtheid op het geheel van de kerk en op het geheel van de bevolking, een breedte die zich niet opsluit in de eigen kring.

2. Homogeniteit kan ook leiden tot een cultuur van het narcisme van het kleine verschil. Verschillen worden breed uitgemeten en op de spits gedreven, met allerlei onverkwikkelijke conflicten als gevolg. Daar is niets hervormds aan.

3. Homogeniteit kan ook leiden tot zelfgenoegzaamheid. In een nieuwe kerk wordt de organisatie van een eigen verenigingsleven krachtdadig ter hand genomen. Het kan niet anders, maar het mag niet leiden tot de gedachte dat men al ‘hersteld’ is. ‘Hersteld’ is immers een eschatologisch begrip.

4. Een nieuwe kerk kan streven naar acceptatie – in dit geval binnen een gezindte waarin de gereformeerden domineren. Niet doen, zou ik zeggen. Hervormden blijven altijd ‘halven’ en nooit ‘helen’ in de ogen van gereformeerden.

Iedereen die hervormd wil heten, moet zich een bepaalde traditie eigen maken. Dat gaat niet vanzelf. Een traditie is geen erfenis die ons zomaar in de schoot valt. Zij moet worden verworven, door veel te lezen en te studeren, en ons zo de canon van de hervormde geschiedenis eigen te maken. En niemand is ‘hervormd’ of ‘hersteld’ in de absolute betekenis van deze woorden. ‘Wij zijn bedelaars. Dat is waar’ (Luther).

?? Dit is een korte samenvatting van een lezing vorige week aan het Hersteld Hervormd Seminarie.

Columns

meer ‘Columns’